Meer winst, minder werk bij Thales

Thales, de producent van defensiesystemen in Hengelo, schrapt 329 banen in Nederland. Toenemende concurrentie, een afnemende vraag en het uitbesteden van werk zijn volgens de directie de oorzaak.

Productie van radarsystemen bij Thales Nederland in Hengelo. Het bedrijf koopt steeds meer onderdelen in bij toeleveranciers en maakt ze steeds minder zelf. (Foto Eric Brinkhorst) hengelo Thales werkvloer / radarsystemen ©foto eric brinkhorst Brinkhorst, Eric

Defensiebedrijf Thales pretendeert, verwijzend naar de gelijknamige Griekse wetenschapper en filosoof, vernieuwende oplossingen voor praktische problemen te verzinnen. Na een deze week aangekondigde reorganisatie vragen de vakbonden zich af hoelang het bedrijf die pretenties nog kan waarmaken.

“Thales wordt een bedrijf dat handelt in radartechnologie in plaats van dat het die technologie produceert“, zegt bestuurder Toon Verdijsseldonk van vakbond FNV Bondgenoten. Op de hoofdvestiging van Thales Nederland in Hengelo verdwijnen op korte termijn 329 banen, waarvan 251 via gedwongen ontslag. Samen met een eerder aangekondigde verzelfstandiging van de machinefabriek en de elektronica-afdeling van het defensiebedrijf betekent dit dat het personeelsbestand in Hengelo terugloopt van 2.000 tot ruim 1.200. De vestigingen in Huizen en Ypenburg worden samengevoegd.

Thales, onderdeel van de Franse Thales Groep, ontwikkelt en produceert in Hengelo radarsystemen, veelal bestemd voor marineschepen. De orderportefeuille is ondanks teruglopende defensie-uitgaven stabiel, maar het werk neemt af. Er is sprake van een prijzenoorlog waardoor producenten componenten steeds vaker - goedkoper - kant-en-klaar inkopen, in plaats van die zelf te maken.

Ook wordt Thales in toenemende mate geconfronteerd met de eis van klanten (veelal overheden) dat de productie van radaronderdelen wordt uitbesteed aan bedrijven in hun land. Door de voortschrijdende technologie bevatten onderdelen bovendien meer functies en “minder onderdelen betekent minder werk“, zegt directeur Arno Peels van Thales Nederland.

Radarsystemen bouwen wordt in zijn ogen steeds meer een kwestie van assembleren. De Goalkeeper, een eind jaren zeventig ontwikkeld radarsysteem, bestaat voor de helft uit eigen werk; bij de Smart S, de nieuwste radar voor kleine marinefregratten, is dit aandeel nog maar 20 procent.

De vakbonden zijn niet verrast dat er wederom gesnoeid wordt in de productie, wel door het feit dat er nu ook voor het eerst hard wordt ingegrepen in de ontwikkelafdeling. Ruim 100 banen verdwijnen hier. “Dat doet pijn en tast het hart van de organisatie aan“, zegt directeur Peels. Maar het is volgens hem onvermijdelijk.

Klanten, de Nederlandse overheid voorop, zijn niet langer bereid om te investeren in de ontwikkeling van compleet nieuwe radarsystemen. “Men koopt liever bestaande producten van de plank“. 90 procent van de producten van Thales wordt geëxporteerd.

“We hebben in Nederland geen industriebeleid“, zegt Peels. Terwijl in het buitenland een innige samenwerking tussen overheden en de defensie-industrieën bestaat, ontbreekt die volgens hem in Nederland. Europese regels verbieden weliswaar directe ondersteuning, maar er zijn volgens Peels voldoende andere mogelijkheden. “De overheid moet samen met het bedrijfsleven in een vroegtijdig stadium vaststellen welke technologieën kansrijk zijn. Die dialoog is er niet of onvoldoende. In Nederland zijn we nu druk met de Joint Strike Fighter maar in het buitenland investeren ze al in onbemande gevechtsvliegtuigen.“

Thales financiert de ontwikkeling van nieuwe radarsystemen op eigen kosten en loopt hierdoor volgens Peels een risico van tientallen miljoenen euro. De nieuwste versie van de Smart S is in ontwikkeling gebracht zonder de verzekering dat de Nederlandse overheid het radarsysteem afneemt. Dit wekt onbegrip op de internationale defensiemarkt, zegt Peels. “Nederland is voor ons belangrijk als referentie. Het eerste wat klanten willen weten is hoe een systeem bevalt. Dan reageren ze verbaasd als ze horen dat het op onze eigen thuismarkt niet wordt gebruikt.“ Denemarken koopt als eerste het nieuwe radarsysteem.

De marktomstandigheden staan volgens Peels in schril contract tot de verbeterende financiële gang van zaken. Het bedrijf behaalde in 2004 op een omzet van 430 miljoen euro een operationele winst van 20 miljoen. Dat is minder dan de door het moederconcern verlangde 8 procent van de omzet, maar in 2005 is die doelstelling volgens Peels wel gehaald. Concrete cijfers kan hij nog niet noemen.

De vakbonden suggeren dat de reorganisatie door het hoofdkantoor is opgelegd. “Formeel is Peels de baas, maar de feitelijke zeggenschap ligt in Parijs“, zegt bestuurder Henk Kolkman van de CNV bedrijvenbond. Peels werpt die suggestie van de hand. “Dit is een autonome beslissing, nodig om de continuïteit te waarborgen. Als we niets doen, hebben we op termijn een veel groter probleem.“

Voordat er over een sociaal plan wordt gepraat, eisen de vakbonden een betere onderbouwing van het aantal banen dat moet verdwijnen. “Dit is sociaal onaanvaardbaar“, zegt bestuurder Verdijsseldonk van FNV Bondgenoten.