Kader Abdolah werkt aan nieuwe koranvertaling

Op 2 januari kondigde Kader Abdolah zijn goede voornemen van 2006 aan: het maken van een `beknopte en toegankelijke` vertaling van de koran. Het boek waar iedereen over spreekt maar dat slechts weinigen echt lazen. `Ik vertel het zodat ik het verplicht waar moet maken, zodat ik niet halverwege stoppen kan`, schreef Abdolah in de Volkskrant. In het persbericht van zijn uitgever De Geus schrijft Abdolah: `Op een nacht, kort nadat ”Het huis van de moskee” af was, ben ik wakker geschrokken van een stem die me zei dat ik me in de koran moest verdiepen.` Het boek dat Abdolah in zijn droom zag doet denken aan De bijbel nu van de Israëlische schrijver Meir Shalev. Ook hij verdiepte zich als seculier in een religieus werk en ging op zoek naar de actualiteitswaarde van verhalen in het Oude Testament. Abdolah: `Ik wil de koran eens een keer goed lezen en mijn lezers meenemen langs haar tuinen. De tuinen die ik mooi vind, maar ook de tuinen die ik lelijk vind. Vroeger zag ik de koran als een zeer negatief, verschrikkelijk boek. Nu lees ik het heel anders, als een aards boek. Het is niet het boek van God, het zijn de verhalen van Mohammed en zijn gevecht tegen een corrupte, zieke samenleving. In een tijd waarin vrouwen als beesten werden behandeld kwam Mohammed met wetten over de rechten van vrouwen. Daar had nog niemand van gehoord.`

Abdolah geeft een voorbeeld van de mooie tuinen van de koran. `Er is een verhaal over Aïsja, tweede vrouw van Mohammed, een meisje nog toen ze hem trouwde. Mohammed en Aïsja waren op de binnenplaats bezig toen ze een groep muzikanten hoorden op straat. Aisja wilde kijken, maar dat mocht niet: Mohammed had muziek verboden verklaard. Maar Aïsja was een beetje ondeugend en zei: ik wil ernaar luisteren, jij bent mijn man. Mohammed antwoordde dat god het verboden had, en dat als zij naar de muziek wilde luisteren, dat iets was tussen haar en god. Aïsja herhaalde koppig: jíj bent mijn man. Uiteindelijk ging Mohammed overstag en knielde, zodat Aïsja op zijn rug kon staan en over de muur van de binnenplaats naar de muzikanten kon kijken.`

Waar Abdolah het meest van geniet, zijn de stijlwisselingen. `Er zijn twee soorten proza in de koran. Het proza van Mohammed in Mekka is melancholisch, poëtisch. Met zachte woorden probeert hij mensen op zijn pad te krijgen. Dat lukt niet, mensen willen hem vermoorden. Na tien jaar vlucht hij naar Medina en daar verandert alles. Het proza wordt gewelddadig. Mohammed pakt zijn zwaard op en begint te vechten. Het verschil tussen die twee stemmen vind ik erg mooi.`

Abdolah`s visie op de koran moet in december 2006 verschijnen.

    • Merel Boers