Geld geven voor een mooie kerk in de wijk

In rooms-katholieke en protestantse kerken wordt deze maand de actie Kerkbalans gehouden. De lasten van de kerken stijgen snel, vooral door de kosten van onderhoud.

Kerkleden offeren steeds meer, jaar in jaar uit. Maar de uitgaven van de kerken stijgen nog sneller. Niet zozeer door de personeelskosten, zoals vaak wordt aangenomen, maar vooral door onderhoud en restauratie van de kerkgebouwen.

De helft van de kerkgebouwen is tot rijks-, provinciaal of gemeentelijk monument verklaard. Daarmee worden ze officieel van cultuur-historisch belang geacht. Maar daaraan worden door de overheid geen financiële consequenties verbonden. De oplopende onderhoudskosten komen goeddeels voor rekening van de kerken, omdat de overheid beperkt meebetaalt.

Jacques Klok, secretaris van de Interkerkelijke Commissie Geldwerving en voorzitter van het economencollege van de Nederlandse bisdommen, waarschuwde gisteren bij de presentatie van de jaarlijkse actie Kerkbalans dat de afnemende subsidiestroom dramatische consequenties kan hebben. Klok: 'We roepen al vele jaren, dat het niet acceptabel is dat er steeds minder subsidie voor de kerkelijke monumenten beschikbaar komt. Onze kritiek vindt helaas onvoldoende gehoor. Ook de huidige staatssecretaris heeft in haar nieuwe beleid dat in 2006 ingaat, en dat zo mooi 'instandhoudingsregeling' heet, de kraan verder dichtgedraaid. Dit zal er onherroepelijk toe leiden dat meer monumentale kerkgebouwen een prooi voor verwaarlozing en sloop zullen worden. Dat moet dan maar.' De pastorale taak van de kerk acht hij belangrijker dan het overeind houden van gebouwen. In 2005 sloten 20 katholieke kerken.

Klok signaleert een aarzeling bij zowel overheid als bedrijfsleven om kerken nog te steunen. 'We lopen er overal tegenaan, tegen die overdreven praktijk van de scheiding van kerk en staat. Overheden zijn huiverig de restauratie van monumentale kerken te steunen omdat dat niet neutraal zou zijn. Hetzelfde zie je bij het bedrijfsleven: ze geven wel geld voor zeehondjes, want dat is onpartijdig, maar ze schrikken terug voor geldelijke steun voor de restauratie van een kerkgebouw.'

Kerkbalans, de sinds 1973 jaarlijks gehouden inzamelingsactie voor het onderhoud van kerkgebouwen en het instandhouden van de lokale erediensten, heeft in 2004 380,3 miljoen euro opgebracht. Cijfers over 2005 zijn nog niet beschikbaar. Aan de actie wordt deelgenomen door de Rooms Katholieke Kerk (4,6 miljoen leden), de Protestantse Kerk in Nederland (PKN, 2,1 miljoen leden) en drie kleine kerken: de Algemene Doopsgezinde Sociëteit (9.300 leden), de Remonstrantse Broederschap (6.500 leden) en de Oud-Katholieke Kerk (6.000).

Dat de opbrengst van de actie opnieuw hoger was, kwam als een verrassing, gezien het vertrek van 60.000 merendeels goedgeefse, orthodoxe hervormden. Zij wilden niet mee naar de PKN en stichtten hun eigen Hersteld Hervormde Kerk, die ze als de enige echte voortzetting van de Nederlandse Hervormde Kerk beschouwen.

Van de 6,8 miljoen geregistreerde protestantse en katholieke kerkleden (42 procent van de Nederlandse bevolking) komen er 816.000 elke zondag in de kerk (5 procent van de bevolking). De actie Kerkbalans zal zich dit jaar daarom niet alleen richten op die trouwe kerkgangers, maar ook op de randkerkelijken, leden die zelden of nooit aan activiteiten meedoen.

Uit onderzoek in enkele gemeenten is gebleken dat deze randkerkelijken onderkennen dat een kerkelijke gemeenschap geld kost, aldus Dirk Bijl, voorzitter van de Interkerkelijke Commissie Geldwerving. 'Randkerkelijken hechten waarde aan het kerkgebouw, omdat dit naar hun mening een bepalend element is in hun wijk of stad. Anderen hechten waarde aan een kerkgebouw omdat dit een locatie is voor culturele uitingen, zoals een concert of een lezingencyclus. Een zeer groot deel van de ondervraagden hecht waarde aan een kerkgebouw vanwege de rituelen die daar met name tijdens kerst en tijdens scharnierpunten in het leven plaatsvinden, zoals bij de doop van een kind, het huwelijk van een vriendin of bij de begrafenis van een straatgenoot.'

    • Herman Amelink