Europa stuit in Iran op grenzen van zijn soft power

Het conflict over het kernpro-gramma van Iran is geëscaleerd. De Europese Unie wil het voor-leggen aan de Veiligheidsraad van de VN. Doorpraten heeft geen zin meer.

'Wij menen dat de tijd is aangebroken om de Veiligheidsraad in te schakelen.' Aldus het slot van de twee pagina's tellende verklaring van de ministers van Buitenlandse Zaken van Duitsland, Frankrijk en Groot-Brittannië en buitenlandcoördinator Javier Solana van de Europese Unie gisteren na afloop van hun beraad in Berlijn over de nucleaire ambities van Iran.

Het is de conclusie die de Europeanen ruim twee jaar lang hebben trachten te vermijden. Maar tevergeefs. De Duitse minister van Buitenlandse Zaken, Frank-Walter Steinmeier, die als gastheer van de bijeenkomst optrad, zei in de Duitse hoofdstad dat de gesprekken met Iran 'op dood spoor” waren beland. Ze waren afgesprongen op de assertievere opstelling van het nieuwe bewind dat in augustus in Iran aantrad.

Het betekent allereerst een forse escalatie in het conflict tussen Teheran en de westerse wereld over nucleaire programma van Iran. Maar tevens is met dit besluit een eind gekomen aan de 'Europese aanpak' van een potentiële internationale crisis. Met deze eigen aanpak wilde de EU laten zien dat er meer mogelijkheden voor overreding bestaan dan alleen de militaire. Dat was althans de duidelijke boodschap die de toenmalige ministers van Buitenlandse Zaken van Duitsland, Frankrijk en Groot-Brittannië afgaven nadat zij op 21 oktober 2003 in de Iraanse hoofdstad Teheran de toezegging hadden gekregen dat het land het verrijken van uranium zou opschorten en instemde met onbeperkte inspecties van de nucleaire installaties.

De Iraanse concessie was niet gratis. In ruil hiervoor zou Iran gemakkelijker toegang krijgen tot moderne westerse technologie om een kernprogramma voor civiele doeleinden te kunnen opbouwen. Maar dit was de manier om spanningen weg te nemen, liet Europa weten: de 'wortel en stok'-benadering. En daarmee kreeg het akkoord met Iran dan ook een bredere strekking. Het was een illustratie van de door de Europa omarmde soft power-benadering als tegenhanger van de Amerikaanse militaire machtsdenken dat kort daarvoor nog met de invasie in Irak was gedemonstreerd. Anders gezegd: de Europese duiven versus de Amerikaanse haviken.

Het was ook een concrete vertaling van het gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid waarmee de Europese Unie druk doende was. Kern van deze 'Solana-doctrine': de internationale dreigingen zijn niet louter militair, zoals ten tijde van de Koude Oorlog, en zij kunnen dus ook niet alleen met militaire middelen worden opgelost. Er zal altijd een combinatie van maatregelen nodig zijn. Het was dan ook Solana die de benadering van de kwestie Iran als een lakmoesproef bestempelde van de zoveel besproken, maar weinig in praktijk gebrachte Europese gezamenlijke buitenlandpolitiek. De oorlog in Irak, bijvoorbeeld, liet een diepe kloof in Europa zien.

De VS hebben van het begin af aan gereserveerd gestaan tegenover de voorzichtige Europese benadering van Iran. Als het aan de Amerikanen had gelegen waren de lange tijd geheim gehouden Iraanse nucleaire activiteiten al direct voor de Veiligheidsraad gebracht. Toch heeft Washington de pogingen van het Europese 'supertrio' het voordeel van de twijfel gegeven.

De vraag is of met het Iraanse echec nu ook het falen van de Europese soft power-politiek is aangetoond. 'Nee”, zegt Mark Leonard van het in Londen gevestigde Centre for European Reform. Dat nu alsnog de Veiligheidsraad bij de kwestie wordt betrokken is volgens hem volledig te wijten aan de Iraanse machtshebbers. De Europese aanpak van de afgelopen jaren noemt hij 'tamelijk succesvol”. Zo zijn er geen bewijzen dat Iran in deze periode enige vordering heeft gemaakt met zijn nucleaire activiteiten. Daarentegen is de coalitie van landen om Irans nucleaire politiek aan de kaak te stellen nu wel verbreed met landen als India, China en Rusland.

Leonard meent dat Europa, door te blijven praten, tijd heeft weten te kopen. Dat is ook van belang voor de Amerikanen, zegt hij. 'Het feit dat de Verenigde Staten de Europese pogingen zijn blijven steunen bewijst dat zij ook geen andere mogelijkheden zagen.'