EU grossiert in hypocrisie

J.H. Sampiemon

De Oranjerevolutie in Oekraïne heeft Europa op een roetsjbaan geplaatst. Het ging niet vanzelf. Er was een Poolse president voor nodig om de Europese Unie in de persoon van haar 'minister van Buitenlandse Zaken' Solana over haar koudwatervrees heen te helpen. In Kiev mocht de EU-afgevaardigde vervolgens de op dat moment nog als geslaagd beschouwde revolutie zegenen. Europa had diep ademgehaald en zich op een onbewaakt ogenblik laten verstrikken in wat ouderwetse machtspolitiek mag worden genoemd. Polen roemde zichzelf katalysator te zijn geweest in deze eerste soevereine EU-daad.

Het is met de revolutie het voorbije jaar niet bijzonder goed gegaan, onderling verdeeld als de revolutionairen zijn gebleken. Europa kon weer uitademen. Uiteindelijk leek het allemaal nogal meegevallen: een mooie daad van symbolische solidariteit, die reis naar Kiev, maar gelukkig ontbrak vooralsnog het prijskaartje.

De mogelijke financiële consequenties van de Oranjerevolutie hadden vanaf het begin Europese angsten gevoed. Democratie was prachtig, maar graag op afstand. Op Oekraïense flirtations richting Brussel, hoe opgewonden Polen daarvan ook raakten, reageerden Europa's gebruikelijke geldschieters zo lang als mogelijk met een ferm de andere kant op kijken. Aan hun lijf geen polonaise.

Maar in de politiek bestaan geen vrijplaatsen. Hoe gevoelig Europa is gebleven voor de herinnering aan zijn hoogtevrees, staande aan de afgronden rondom het Oranje-avontuur, viel op te maken uit de onbeheerste reacties op de beslissing kortgeleden van de Russische gasmastodont Gazprom om Oekraïne de marktprijs te laten betalen en die, toen Kiev weigerachtig bleef, af te dwingen met een leverantiestop. Dit was, zo viel in allerlei toonaarden te horen, een Russische wraakoefening voor de Oranjerevolutie die Russische belangen in Oekraïne zou hebben geschaad. Als die diagnose al enige werkelijkheidswaarde heeft, mag zij als bewijs achteraf dienen dat Europa's leiders in de revolutieweken iets over het hoofd hebben gezien. Een opspelend kwaad geweten?

De emotionaliteit van de reacties onderstreept dat Europa bij zijn zoektocht naar een eigen harde kern nog niet succesvol is geweest en als gevolg daarvan de neiging houdt enigszins panisch te reageren op onverwachte gebeurtenissen, onverwacht als gevolg van een gebrek aan inzicht in andermans bedoelingen. Dat is alleen al daarom niet verwonderlijk omdat de keuze voor Oranje nooit gebaseerd is geweest op een verantwoorde analyse van het verschijnsel en al helemáál niet het resultaat van een strategische keuze waarin een voorstelbaar Europees belang de doorslag zou hebben kunnen geven.

Even wat feiten bijeen. Daarbij kan een beschouwing van de Amerikaanse journalist Anatol Lieven in de International Herald Tribune behulpzaam zijn. Hij berekent dat tot aan de laatste prijsverhoging Russische subsidie aan Oekraïnes energieverbruik jaarlijks op twee à drie miljard dollar moest worden geraamd. Dat is meer, zegt Lieven, dan de Europese Unie in de veertien jaar sinds de onafhankelijkheid Oekraïne aan hulp heeft geboden. Amerika, eveneens luidkeels protesterend tegen de Russische 'chantage', kwam het afgelopen jaar niet verder dan 174 miljoen dollar.

Lieven wijst op nog een ander verschijnsel dat rauwelijks afsteekt bij het misbaar. Oekraïnes economie krijgt ieder jaar een financiële injectie van betekenis dankzij de overboekingen van Oekraïense gastarbeiders in Rusland. Maar voor diezelfde Oekraïners blijkt het 'extreem moeilijk' zich legaal toegang te verschaffen tot de werkvloer van westerse landen. Lieven stelt de retorische vraag of de mogelijkheid bestaat dat Amerikanen en Fransen op deze schaal hulp zouden verlenen zonder geopolitieke of economische tegenprestaties te verwachten. (In deze krant wees een in de materie ingevoerde waarnemer erop dat althans Nederland nimmer ervoor is teruggeschrokken om aan het energiefront economie en politiek met elkaar te verbinden/JHS).

De hypocrisie in de Europese opstelling is intussen Lieven niet ontgaan: ,,Achter al het gepraat over Oekraïnes Europese pad gaat de verzwegen hoop schuil van een meerderheid van West-Europese regeringen en EU-functionarissen dat enig werkelijk uitzicht op een Oekraïens lidmaatschap van de Europese Unie tot in lengte van dagen kan worden uitgesteld - of tenminste tot na een Turks lidmaatschap, wat op hetzelfde zou neerkomen. Zij zullen hun kiezers zeker niet vragen om met iets te voorschijn te komen dat ook maar in de verte lijkt op de massieve hulp die Oekraïne nodig heeft om zijn economie naar westers voorbeeld te hervormen.'

Zo is het maar net. Niet dat Europa, zeg de Europese Unie of individuele lidstaten, geen invloed zouden kunnen oefenen op of in het hun 'nabije buitenland' of dat zoiets onethisch zou zijn. De haastige draai terug aan de gaskraan in Moskou plus het ietwat bizarre compromis achter ondoorzichtige frontmannen dat erop volgde moeten waarschijnlijk deels op Europese conto's worden bijgeschreven.

Ten slotte was het ook niet allemaal tegen de kapitalistische haren ingestreken, zoals hier en daar voorzichtig werd erkend. De prijsverhoging ging vooraf aan het verder openstellen van Gazprom voor kapitaalkrachtige beleggers van over de grenzen en zo bezien was zij een noodzakelijk element bij het opvijzelen van Gazproms marktwaarde. Alles dus volgens het handboek van de markteconoom.

Geopolitiek viel er voor Europa wat te leren. Slik grote woorden bijtijds in en ga avonturen als het even kan uit de weg. Al was het om te voorkomen dat Oekraïnes politici - of anderen die op Europa denken te kunnen rekenen - het bloed naar het hoofd stijgt. Invloed heeft Europa, maar macht hooguit een beetje. Het is maar beter dat daarover geen misverstanden ontstaan.

J.H. Sampiemon is medewerker van NRC Handelsblad.