“Cooke durfde net als Icarus hoog te vliegen'

Zeven jaar lang heeft Peter Guralnick niets anders gedaan dan zich verdiepen in het korte leven van Sam Cooke. En nu de klus erop zit kan hij redelijk ontspannen en tevreden op het werk terugkijken.

,,Het idee een aparte biografie over Sam te schrijven ontstond al meer dan twintig jaar geleden'', vertelt hij telefonisch vanuit zijn huis in West Newbury, Massachusetts. ,,Ik sprak voor mijn boek Sweet Soul Music met J.W. Alexander, die niet alleen een vriend van Sam was geweest maar ook deel uitmaakte van het gospelkwartet The Pilgrim Travelers, en later zijn zakelijk partner zou worden. En na dat eerste gesprek besefte ik dat we het hier hadden over een artiest die zó veel complexer en ambitieuzer was dan ik me had gerealiseerd, dat ik me hoe dan ook verder in hem wilde verdiepen. Voor het zover was heb ik eerst nog elf jaar lang aan mijn tweedelige biografie van Elvis Presley gewerkt, maar ik wist al die tijd dat ik daarna hiermee aan de slag zou gaan.

,,De research voor dit boek was van een totaal andere aard dan voor het Elvis-boek. In de eerste plaats omdat bijna alle mensen rondom Sam niets meer met de muziekwereld of met elkaar te maken hadden op het moment dat ik ze sprak, en die rond Elvis wél. Daarnaast was Elvis iemand die bijna volledig buiten de echte wereld stond terwijl Sam Cooke “lived his life in the world'.

Ik heb in al die jaren met honderden mensen gepraat en ik werd me bewust van twee dingen: in de eerste plaats dat Sam zo charismatisch was dat bijna iedereen verhalen vertelde die zijn karakter helderder maakten. Ik besefte ook dat dit de uiterlijke Sam Cooke was, de man zoals die zich aan de buitenwereld liet zien. Ondanks het feit dat hij zoveel indruk op zoveel mensen heeft gemaakt, kwam ik toch tot de conclusie dat hij zichzelf nooit had opengesteld. En dat bracht me terug naar de weinige mensen die hem wél achter gesloten deuren hadden meegemaakt, J.W. Alexander, zijn broers en zuster, Bobby Womack en zijn vrouw Barbara.

Het feit dat Barbara besloot met me te praten was geweldig, want ze had veertig jaar lang niets kwijt gewild over Sam. En haar perspectief op zijn persoonlijkheid was uniek, ze waren per slot van rekening al bevriend sinds hun kinderjaren, en dat perspectief had natuurlijk van niemand anders kunnen komen. Ze was buitengewoon open en compromisloos, ook over zichzelf. Haar wrok was én is dat - als hij uit de wereld stapte - zich achter die gesloten deuren terugtrok, dat hij zichzelf nooit volledig aan haar gaf en dat brak haar hart. Sam was óf niet in staat zichzelf te tonen óf verkoos dat niet te doen.''

Heb je het idee dat je die duistere, broeierige kant van zijn karakter beter had kunnen portretteren als je toegang tot nog meer mensen had gehad?

,,Nee. Ik heb het gevoel dat ik Sam Cooke heb gekend, na al die gesprekken. Hij was tegenstrijdig in menig opzicht, maar het leven biedt nu eenmaal geen verklaringen voor dat soort tegenstrijdigheden. Je kunt die verklaringen voor het gedrag van mensen zoeken op verschillende terreinen, een overheersende vader, bij anderen weer de vroege dood van een vader, noem maar op, maar uiteindelijk zie ik het als de complexiteit en de inconsistentie zoals die door het leven van iedereen loopt. Maar dit was dezelfde - tegenstrijdige - Sam Cooke die bijna altijd straalde in gezelschap en uiterst hartelijk en behulpzaam kon zijn voor collega's. En natuurlijk de man die voortdurend bezig was zich verder te ontwikkelen, nieuwe stappen te zetten, de man die geen grenzen kon zien aan wat hij wilde doen.

,,Ik moest tijdens het schrijven vaak denken aan dat gedicht van Anne Sexton over Icarus, die omhoog vliegt naar de zon, de hitte in zijn nek voelt, “wondrously tunneling into that hot eye. Who cares that he fell back to the sea?' Sam was ook in staat om die grote, onvoorstelbare stappen te zetten en dééd het ook. En inderdaad, het is in die aspiratie, om zo hoog te durven en kunnen vliegen, waar de ware triomf ligt. Daarom heb ik het boek ook als ondertitel The Triumph of Sam Cooke gegeven.

Was het niet, in zekere zin, een teleurstelling dat, na alle research, de reden waarom Cooke werd vermoord geen andere bleek te zijn dan het banale nieuwsfeit zoals dat al meteen naar buiten kwam?

,,Nee, want de manier waarop hij aan zijn eind kwam was volledig in overeenstemming met hoe de man was. Iedereen met wie ik sprak zag er een zekere logica in, bijna iets onontkoombaars. Hij had iets roekeloos over zich, en zijn gedrag nadat dat meisje er met zijn geld en zijn kleren vandoor was gegaan, was hetzelfde toen hem in Shreveport de toegang tot de (gesegregeerde) Holiday Inn werd geweigerd. Hij zei: ze schieten me toch niet dood want ik ben Sam Cooke. Was dat toen wél gebeurd, dan was hij een martelaar voor de burgerrechtenbeweging geworden. Hij kon niet toestaan dat hem te weinig respect werd getoond.''

Kan je je voorstellen dat je, na twintig jaar van je leven aan twee dode zangers te hebben besteed, je ooit op een levende artiest zal richten?

,,In principe kan ik het me voorstellen maar ik zie vooral de haken en ogen. Ik heb het ooit overwogen in het geval van Solomon Burke, maar de persoon in kwestie zal een enorm groot vertrouwen in je moeten hebben en vice versa. Ik wil altijd onbeperkte toegang tot alles en iedereen kunnen hebben en, hoe paradoxaal dat misschien ook klinkt, dat is in het geval van mensen die dood zijn makkelijker te realiseren. In het geval van Sam Cooke voelde iedereen zich vrij om te praten, juist omdat er geen carrières meer te beschermen waren. En heb je met het onderwerp zelf te maken dan zal hij of zij altijd meer weten dan er wordt uitgesproken. Vaak leidt het tot conflicten, kijk maar naar Neil Young die nu ruzie heeft met zijn biograaf omdat het hem niet bevalt wat er over hem wordt geschreven.

,,Natuurlijk heb je bij het schrijven over mensen als Cooke en Presley altijd het gevoel: was ik er maar bij geweest, had ik het hem zelf maar kunnen vragen. Want hoezeer je ook je best doet bepaalde scènes tot leven te brengen, zo dichtbij als de mensen die het beleefd hebben, kom je toch nooit.''

En dus: wat wordt je volgende project?

,,Dat weet ik niet. Voor het eerst sinds meer dan twintig jaar heb ik de tijd om daarover na te denken en ik besef nu weer dat ik nooit van plan was biograaf te worden. Dus zal het misschien weer, na lange tijd, fictie zijn [Guralnick schreef in de jaren zestig en zeventig enkele - nu onvindbare - verhalenbundels en de roman Nighthawk Blues, JD] Maar ik aarzel, om twee redenen. In de eerste plaats zien de verhalen waaraan ik nu werk er weer zo gloomy uit, terwijl ik bij non-fictie altijd een opbeurend, bijna verheffend gevoel heb en, denk ik, ook overbreng. En verder weet ik al dat elk biografisch project dat ik onder handen neem, beter ontvangen zal worden dan wat voor fictie dan ook. De oplossing is misschien die fictie onder een andere naam uit te brengen - wie weet.''

    • Jan Donkers