Boete betonmortelcentrales om prijsafspraken

De Nederlandse Mededingingsautoriteit NMa heeft tien betonmortelcentrales een boete van in totaal 6 miljoen euro opgelegd. Dat heeft de NMa gisteren bekendgemaakt.

Het gaat om bedrijven in Zuid-Holland en Utrecht die tussen 1998 en 2002 onderling prijsafspraken hebben gemaakt. De bedrijven brachten elkaar jaarlijks op de hoogte van voorgenomen prijsstijgingen. Dat is in strijd met het kartelverbod. Volgens de NMa betaalden onder meer gemeenten jarenlang te veel voor bijvoorbeeld betonstraatstenen. De kartelafspraken kwam aan het licht na twee tips aan de NMa.

De hoogste boete was voor het Duitse Heidelberg Cement, dat 1,6 miljoen euro moet betalen. Heidelberg is in Nederland het moederbedrijf van cementproducent Enci. Cement is een grondstof voor betonmortel, dat verder bestaat uit water, zand en grind. In Nederland zijn circa 180 betonmortelcentrales actief, waar de bestanddelen vermengd worden en in de vrachtauto's worden gestort.

De boetes zijn een uitvloeisel van de bouwfraudeaffaire. De parlementaire enquêtecommissie die de fraude onderzocht, stelde al vast dat het systeem van illegale prijs- en werkafspraken zich niet tot de grond-, weg- en waterbouw beperkte. Ook aan de bouw gerelateerde branches, zoals installatie-, beton-, en explosievenopruimingsbedrijven waren er volgens de commissie bij betrokken.