Akkoord China en India over olie

China en India hebben gisteren een pact gesloten over het aankopen van buitenlandse olie- en gasvelden. De concurrentie tussen de twee landen bij het verwerven van energiebronnen leidde eerder tot sterke prijsopdrijving.

In de overeenkomst staat dat China en India voortaan informatie uitwisselen, voordat ze overgaan tot een bod. In Syrië is de deal meteen geconcretiseerd: China en India kochten daar samen een aandeel in een olieveld.

De samenwerking komt op een moment dat de olieprijs weer omhooggaat, in reactie op de onzekere situatie in Iran. De Europese Unie liet gisteren weten dat de besprekingen met Irak over zijn nucleaire ambities zijn mislukt. Iraanse olieleveranties komen hierdoor mogelijk onder druk te staan. In New York steeg de prijs van een vat olie tot boven de 65 dollar (53 euro).

'Ongelimiteerde rivaliteit [over energiebronnen] strekt alleen degenen die bezittingen verkopen tot voordeel, ongeacht wie van ons tweeën het contract krijgt”, zei de Indiase minister van energie, Mani Shankar Aiyar, gisteren in Peking, waar hij met zijn Chinese partners het akkoord ondertekende.

De afgelopen weken troefde het Chinese staatsoliebedrijf zijn Indiase concurrent op alle fronten af. De Chinezen wisten de hand te leggen op omvangrijke olie- en gasvelden in Angola, Nigeria, Kazachstan en Ecuador.

China en India zijn met respectievelijk 1,3 miljard en 1 miljard inwoners de landen met de grootste bevolking ter wereld. Beide hebben een snel groeiende economie, wat gepaard gaat met een sterk toegenomen vraag naar energie. China en India winnen in eigen land ook olie en gas, maar niet genoeg. China moet energie voor ongeveer de helft van zijn behoefte importeren, India 70 procent.