Achmed

Achmed zat in de klas. Hij tekende een kwade man met spleetogen en een hangsnor in zijn schrift. Ernaast kwam een kale met een kromzwaard. De kerstvakantie was voorbij. Het vuurwerk was op.

De school was weer begonnen en zijn beste vriend gedroeg zich als een idioot. Hij leek wel behekst, Radjinder, door een meisje uit hun groep. Moest je hem nou verliefd zien kijken naar die trut, die mueslimeid met haar vlechten. Achmed snoof. Gelukkig was er vanmiddag taekwondo, de vechtsport waar hij met Radjinder op zat. Dan zou hij er wat van zeggen, hem waarschuwen dat dit zo niet kon. Daar was je vrienden voor.

Achmed liet zijn pen uit zijn hand rollen. Hij legde zijn armen op tafel en steunde zijn kin er bovenop. Meester Mo praatte over klimaatverschillen. Buiten miezerde het, net als gisteren.

“Eh-èh-èh. Eh, mek, mek“, klonk het ineens. Wat was dat? Achmed tilde zijn hoofd van tafel. Wat hoorde hij daar? Een baby of een katje leek het wel. Het kwam diep uit de buik van de school. Hij had het al eens eerder gehoord dacht hij, hij moest nog uitzoeken wat.

“Zijn we wakker, meneer Mabrouk?“ De meester stond plotseling voor hem. Hij trok Achmeds schrift onder zijn armen vandaan en bekeek de tekeningen. “Dat begint weer goed“, zei hij toen. “Eerst zit je te tekenen. Dan zit je te slapen. Jij kunt straks blijven, na de bel. Geen discussie.“

De meester had sinds de kerstvakantie een strenge bui. Dus gaf Achmed na school de klassenplant water, boende hij het bord en veegde de vloer. Radjinder had geen “tot-zo-bij-teakwondo' gezegd, bedacht hij zich. Hij was als een van de eersten de klas uit gegaan, achter zijn meisje aan.

Achmed liep de gang op. Hé. Daar was het geluid ineens weer! Het gemekker klonk zelfs harder nu. Was het soms een geit? Een geit op school? Later, later Hij moest opschieten nu, anders kwam hij nog te laat bij taekwondo. Zijn spullen en zijn strippenkaart had hij gelukkig vanochtend al mee van huis genomen.

De bus kwam gauw. Achmed nam de achterste bank, waar ze altijd zaten, hij en Radjinder. Maar toen ze bij de flat waar Radjinder woonde kwamen, was de halte leeg. Radjinder stond er niet. Hij kwam ook niet net aanrennen. De bus reed door. Achmed haalde zijn neus op en slikte. Nou goed. Dan ging hij alleen. Had hij straks de zwarte band, terwijl Radjinder nog met peuters en meisjes trainde, zou je zien... Hij staarde naar buiten. Over de brug fietste een jongen met een sporttas aan zijn stuur. De jongen was mager. Hij had blond haar dat als een lampenkap om zijn hoofd hing. Hé, dacht Achmed. Was dat niet die slome, van school?

Wordt vervolgd. Volgende week in Groep Zes: Iskander.

    • Judith Eiselin