Wereld brandt in Zeeuwse Nachten

“Hé Cowboy“, zegt Zeeuws Meisje verleidelijk tegen Hans Brinker in de voorstelling Zeeuwse Nachten. Haar mutsje staat scheef en er komt rook vanonder haar rokken. Maar Brinker heeft vooralsnog niets in de gaten. Hij ziet niet dat Zeeuws Meisje, dat Nederland symboliseert, in de fik staat. Hij knijpt in plaats daarvan depressief in het stuur van zijn taxi.

Zeeuwse Nachten van Het Volksoperahuis is een verhaal over de stand van onze samenleving, doorspekt met levensliederen. Het begint in een ver verleden. In de tijd dat “Jezus nog echt zou komen“, de tijd van “vóór Submission“, de tijd dat “lijden nog alleen voor de Joden was.“ Maar het gaat vooral over nu, over een wereld waarin angst het voortdurend wint van verstand. Bovendien gaat het over voetbal, Nederland-Duitsland, waar Youssouf op het punt staat het winnende doelpunt te maken. Als het Youssouf tenminste lukt zijn verwarrende gevoelens van thuisloosheid even opzij te zetten. Het volk juicht. Zolang ze helden hebben, hoeven ze zelf niets te doen.

Doordat een trio met accordeon, contrabas en drums zich direct achter de spelers bevindt, voelt Zeeuwse Nachten als het bijwonen van een levensliederenconcert, waar tussen de pompende melancholie door de dampende rauwheid van de tekst van Rogier Schippers opstijgt. Schippers speelt ook mee in de voorstelling, net als zanger Kees Scholten. Schippers transformeert schijnbaar moeiteloos van lallende voetbalsupporter naar rock-'n-roll agent. En als er iemand een nieuw Zeeuws Meisje zoekt, dan moet hij ook bij Schippers wezen. Zodra het mutsje opgaat zit ze er. Kees Scholten speelt zijn Hansje Brinker als een dolende in de polder en vormt zo de rode draad in het verhaal. Zijn warme stem geeft geest aan de liedjes van componist Jef Hofmeister.

Het verhaal van Brinker eindigt met de dronken voetbalsupporter Johan (“Laten we elkaar geen Islamietje noemen“) in zijn taxi op een lange weg langs het water. Johan kan het niets schelen dat het Zeeuws Meisje brandt, meisjes moeten nu eenmaal heet zijn. Dat het tweetal uiteindelijk met auto te water raakt, lijkt logisch. Met zoveel onbegrip en onvermogen is die ene vinger van Hans niet langer toereikend om rampen te voorkomen.

De angels die aan het begin van het stuk zo fier omhoog staken, zijn tegen die tijd ingepolderd geraakt. Er zijn iets te veel zijwegen bewandeld, er is iets te veel leed bezongen. Maar het einde past wel in de sfeer van levensliederen en hun melancholische afloop; weer een held minder, weer een dode om te betreuren. En de liedjes van Zeeuwse Nachten zou je mee naar huis willen nemen om naar te luisteren tot de kou minder wordt en het eindelijk stopt met regenen.

Voorstelling: Zeeuwse Nachten door Het Volksoperahuis. Gezien: 5/1 Theater de Cameleon, Amsterdam. Tournee t/m 21/4. Inl. 020-624 0970 of www.volksoperahuis.nl