Stok en stroop moeten vrede brengen in Oeganda

Geweld in Noord-Oeganda bedreigt de vrede in Soedan en Congo. Alleen militaire én diplomatieke samenwerking kan een einde maken aan het slepende conflict.

De opstand van de rebellenbeweging LRA in het noorden van Oeganda gaat zijn twintigste jaar in en het einde is nog niet in zicht.

Om het beruchte Verzetsleger van de Heer (Lord's Resistance Army) uit te schakelen is een combinatie nodig van militaire en diplomatieke middelen. Zo'n strategie van stok en stroop komt er alleen als alle partijen samenwerken: de vier meest betrokken westerse mogendheden Verenigde Staten, Groot-Brittannië, Noorwegen en Nederland, buurlanden Soedan en Congo, de Verenigde Naties en de Oegandese regering. Dat schrijft de gerenommeerde denktank International Crisis Group (ICG) in een rapport dat gisteren verscheen.

De terreur van de rebellen heeft 1,7 miljoen Oegandezen tot vluchtelingen in hun eigen land gemaakt. Ze bivakkeren onder de meest belabberde omstandigheden in tweehonderd kampen. Volgens een recent onderzoek sterven er elke week duizend mensen extra als gevolg van het conflict: 52.000 per jaar.

De ontheemden zijn volledig afhankelijk van hulp. Als ze zich te ver van het kamp wagen, op zoek naar voedsel, op zoek naar brandhout, lopen ze het risico te worden ontvoerd of verkracht.

In totaal zijn de afgelopen negentien jaar naar schatting 25.000 kinderen ontvoerd. De meeste jongens eindigden als kindsoldaten. De 7.500 meisjes werden ingezet als draagster, kok of seksslavin. In gevangenschap hebben ze meer dan duizend baby's gebaard.

De International Crisis Group vindt het verbijsterend dat de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties de noodsituatie in Noord-Oeganda in de afgelopen negentien jaar nooit op de agenda heeft gezet. Volgens de ICG moet de raad dat alsnog doen, ook als de Oegandese regering daar zelf niet om vraagt. De regering wil haar eigen falen niet erkennen. Inmiddels bedreigt de opstand in Noord-Oeganda ook de vredesprocessen in Congo en Soedan.

Oegandese militairen hebben de rebellen nooit kunnen verslaan, al heeft het regeringsleger in het noorden twintig keer zoveel mankracht als het Verzetsleger van de Heer. Dat komt omdat de soldaten slecht getraind en toegerust zijn. Het moreel is laag, de corruptie is hoog, er is weinig discipline. Zij die de plaatselijke bevolking moeten beschermen, ontpoppen zich vaak zelf als geweldplegers en onderdrukkers. Regeringssoldaten vermoorden, verkrachten en mishandelen burgers. Daders worden nooit vervolgd.

De rebellen zijn ook lastig uit te schakelen omdat ze als guerrillastrijders opereren in kleine eenheden van 3 tot 15 man. In het verleden konden ze makkelijk uitwijken naar het zuiden van Soedan, waar de regering hen als bondgenoot zag in de strijd met de zuidelijke rebellen. In theorie is de tijd voorbij dat ze in Soedan een veilig heenkomen konden vinden, sinds aan de burgeroorlog in Soedan tussen Noord en Zuid een jaar geleden een einde kwam. Soedan en Oeganda hebben sindsdien zelfs afspraken gemaakt over gezamenlijke militaire operaties tegen de Oegandese rebellen. Maar Soedanese tegenstanders van het vredesakkoord met het Zuiden blijven het Verzetsleger steunen. De vermoedelijke schuilplaats van LRA-leider Joseph Kony bevindt zich honderd kilometer ten noorden van de Soedanese stad Juba.

Het Verzetsleger heeft zich eind september zelfs nog een tweede uitwijkmogelijkheid verschaft door met 400 man Oost-Congo binnen te trekken. In de aanloop naar verkiezingen later dit jaar hebben sommige Congolese politici belang bij de aanwezigheid van zo'n destabiliserende buitenlandse rebellengroep op Congolese bodem. De vredesmacht van de Verenigde Naties in Congo heeft niet de bevoegdheid om de Oegandese rebellen met geweld te ontwapenen.

Het Internationaal Strafhof in Den Haag heeft vorig jaar arrestatiebevelen uitgevaardigd tegen vijf kopstukken van het Verzetsleger. Ze worden beschuldigd van oorlogsmisdaden en misdaden tegen de menselijkheid. Voorlopig hebben de vijf niets te vrezen, omdat het Oegandese leger ze toch niet kan pakken.

Volgens de International Crisis Group komt daar pas verandering in als Oeganda met buitenlandse hulp een speciale elite-eenheid in het leven roept. Ook moet het leger worden getraind om in commando-stijl eenheden van de rebellen onschadelijk te maken. Met steun van buitenlandse geheime diensten en van een buitenlandse militaire elite-eenheid van honderd man kunnen de rebellenleiders volgens de ICG relatief gemakkelijk worden ingerekend. De denktank pleit voor het uitloven van beloningen voor informatie die tot de arrestatie van het vijftal kan leiden. Die aanpak heeft bij de vervolging van Joegoslavische en Rwandese oorlogsmisdadigers effect gesorteerd.

Oeganda moet het Verzetsleger militair de duimschroeven aandraaien, meent de ICG. Tegelijkertijd zou de Oegandese ex-minister Betty Bigombe moeten worden gesteund in haar pogingen via overleg een eind aan het geweld te maken. Die strategie moet een wig drijven tussen de rebellenleiders die door het Internationaal Strafhof worden gezocht, en de andere commandanten. Deze commandanten moeten de garantie krijgen dat ze niet worden vervolgd. Het voetvolk moet meer worden geboden dan zaad, landbouwwerktuigen en wat geld, zoals in het verleden is gebeurd. Door ze huisvesting en en werk in het vooruitzicht te stellen, moeten ze worden verleid de wapens neer te leggen.

“Militaire, diplomatieke ,politieke en juridische strategieën bieden elk afzonderlijk geen enkele uitzicht op succes“, meent John Prendergast, adviseur van de ICG. Vrede in Noord-Oeganda is alleen mogelijk als “al deze onderdelen worden versterkt en op elkaar afgestemd“.