Sopraan met stalen, stralende strot

De legendarische Zweedse sopraan Birgit Nilsson, die op Eerste Kerstdag op 87-jarige leeftijd overleed en wier dood geheim werd gehouden tot haar begrafenis gisteren, was een van de grootste Wagnersopranen van de vorige eeuw. Ze was een uniek fenomeen met haar onvermoeibare gestaalde stralende strot. Haar grootste rollen waren Isolde in Tristan und Isolde en Brünnhilde in Der Ring des Nibelungen. Aan het eind van vijf uur durende uitputtende voorstellingen kon zij de alles overtreffende slotscènes moeiteloos zingen met een verbazingwekkende extatische kracht, alsof ze tevoren haar mond nog niet had opengedaan.

This 1967 photo supplied by the Metropolitan Opera shows Birgit Nilsson in the role of Bruennhilde in "Walkuere," wearing a miner's helmet. Nilsson was reportedly unhappy with the gloomy lighting on which Herbert von Karajan insisted for his Met production of the "Ring " cycle. To register her objections, she appeared on stage during one rehearsal wearing the helmet. Nilsson, whose prodigious voice, unrivaled stamina and thrilling high notes made her the greatest Wagnerian soprano of the post-World War II era, has died. She was 87. (AP Photo/Metropolitan Opera,Louis Melancon) Birgit Nilsson in 1967 als Brünnhilde in “Der Ring'. Associated Press

Nilsson trad vooral op in Bayreuth, in de Metropolitan Opera in New York en in de Scala in Milaan. Maar ook in ons land zong ze haar toprepertoire op het toppunt van haar kunnen met enorm succes tijdens Holland Festival-concerten in 1963. Ze werd begeleid door het Concertgebouworkest o.l.v. de toen 88-jarige dirigent Pierre Monteux, zelf een legende. In het Algemeen Handelsblad werd het optreden beschreven als “formidabel' en een “sensatie'. De slotscènes van Tristan en Götterdämmerung zong ze met “een stem als een orakel“, “een ongenaakbare perfectie“, “een muurvaste toonvorming“ en bovendien een “zeldzame lyrische warmte“.

Birgit Nilsson werd op 17 mei 1918 geboren op een boerderij in het Zuid-Zweedse Vastra Karu, waar ze gisteren is begraven. Ze studeerde van 1941 tot 1946 aan de muziekacademie in Stockholm en debuteerde als Agatha in Der Freischütz van Weber. Ze ontwikkelde zich van een lyrische tot een dramatische sopraan en maakte na haar eerste buitenlandse optreden in 1951 in het Engelse Glyndebourne al snel een wereldcarrière. In 1959 debuteerde ze in New York als Isolde, waar ze werd binnengehaald als de opvolgster van de fameuze Noorse sopraan Kirsten Flagstad, voordien daar de ster in het Wagnerrepertoire.

Nilsson groeide uit tot de keizerin van de Met en schreef over haar New Yorkse optredens het boek Molto Agitato. Ze zong in New York ook de titelrollen in Strauss Elektra en Puccini's Turandot, eveneens partijen waarin ze fortissimo spelende orkesten zonder moeite wist te overstemmen of waarin ze eindeloos lijkende topnoten kon zingen. In New York won ze in Turandot eens een gevecht om de langste noten met tenor Franco Corelli, die wraak nam door haar in hun liefdesduet niet te kussen maar in haar nek te bijten.

Op 28 december 1959 profileerde de altijd zeer bescheiden Nilsson haar onverwoestbaarheid voorgoed door een voorstelling van Tristan und Isolde te redden. Ze zong die avond met drie Tristans tegenover zich: Karl Liebel, Ramon Vinay en Albert DaCosta, allemaal te ziek om elk meer dan één acte te zingen.

Twintig jaar geleden nam ze afscheid van het podium: “het is tijd om mijn stem aan de badkamer toe te vertrouwen.“ In 1989 gaf ze in Enschede bij Opera Forum, de voorloper van de Nationale Reisopera, een drie dagen durende masterclass aan jonge werkloze zangers. Ze propageerde het ontspannen zachte zingen: “De stem moet nog vijftig jaar mee.“ En fietsen, tegen de heuvels op. “Maar die zijn hier niet, helaas.“

    • Kasper Jansen