Rondjes draaien

Ze fietsen maar rond, rond en nog eens rond, in een onstuitbare race. Ze fietsen rond op een houten baan, tweehonderd meter lang. Uren lang fietsen ze in hoge pedaalslagen rond in hun snelle, gekleurde tenue. Na enkele ronden laten ze het racen over aan anderen om na enkele ronden de race van die anderen over te nemen. Ze trekken de ander naar zich toe en slingeren hem van zich af de race in. Zo draaien ze rondjes, zonder duizelig te worden. Waarheen en waartoe leidt de race? Wie hen, omringd door duizenden andere, opgewonden toeschouwers, eindeloos de baan ziet ronden, vraagt zich dat af.

Zes dagen lang, elke avond, racen ze op hun lichte, glinsterende fietsje over de baan. Soms staken ze de jacht, na ongeveer een uur, om even rust te nemen. Dan kruipen ze weer op hun fiets om wéér die rondjes te rijden, nu in het spoor van een bromfiets, waarop een man breeduit zittend het tempo regelt. Maar ze blijven rondjes rijden. Altijd een rondje naar links. Nooit naar rechts. Waarom? Eens een andere richting zou verhelderend kunnen zijn.

Een zesdaagse noemen ze zo een race. Waarom zes dagen en niet vijf, zeven, acht of meer? Dat heeft te maken met de oorsprong, in de negentiende eeuw. Want toen, net nadat de fiets was uitgevonden en er van alles werd verzonnen om de menselijke kracht en uithouding op de fiets te meten, bedachten Britten een race over zes dagen. Niet op zondag, zoals de Britten als het om sport gaat gewoon zijn. Niet op de heilig verklaarde rustdag. En zo is het altijd gebleven, zes dagen op een baan (een atletiekbaan, een rolschaatsbaan en zoals de laatste honderd jaar op een échte wielerbaan) racen, tot de laatste snik en seconde, tot de uitputting een feit is.

In het begin raceten de renners twaalf uur per dag, alleen zonder aflossing met een andere renner. Later rond 1900 zelfs onafgebroken, 144 uur (zesmaal 24 uur). Dat was nog eens een tijd. Dat waren nog eens uitputtingsslagen. “De tocht van de zombies', noemde The New York Times de races. Er was nog geen dode gevallen, maar toch werd er ingegrepen.

Mensen moeten tegen zichzelf worden beschermd, voordat ze zichzelf de dood in jagen, is de universele afspraak. Dus werden om gezondheidsredenen duo's ingevoerd. Twee renners die om beurten raceten en rustten, tegen een tiental andere duo's (koppels) die hetzelfde deden.

Eerst besloeg de zesdaagse zesmaal 24 uur. Terwijl de ene renner van het duo fietste, sliep de ander aan de rand van de baan op een veldbed. Al gauw werd ook die regel (om gezondheidsredenen) veranderd. Geen arts wilde zich nog uit ethische overwegingen bemoeien met deze (zelfgekozen) aanslag op het gestel. Bovendien slikten renners veel stimulerende middelen om op de fiets te blijven.

Renners racen nu zes dagen vooral 's avonds in rondjes over de wielerbaan. Ze laten zich opzwepen door mensen rondom die bloed, zweet en tranen willen, zich laven aan bierpompen en worst- en viskraampjes, en meezingen met ingehuurde volkszangers.

Puriteinen menen een zesdaagse meer volksvermaak is dan sport. Alsof die renners zich niet sportief uitputten. Alsof sport iets anders is dan volksvermaak.

Guus van Holland

    • Guus van Holland