Ordinaire machtsstrijd verdeelt honkbalbond

In anderhalf jaar tijd stapten vier bestuurders van de honkbalbond (KNBSB) op. Wat ging er mis? ,,Vrijwilligers zitten graag op de stoel van uitvoerder.“

Bestuursleden die elkaar per e-mail voor rotte vis uitschelden. Conflicten tussen bondsbestuur en bondsbureau. Oeverloos geklets over verslagen tijdens vergaderingen. Jan Rijpstra liet er in zijn vorige week verstuurde nieuwjaarsbrief aan de verenigingen geen misverstand over bestaan: hij is het gezeur en getreiter meer dan zat.

Sinds Rijpstra in maart vorig jaar tot voorzitter van de Koninklijke Nederlandse Baseball en Softball Bond (KNBSB) werd benoemd, na een interim-periode van ruim een jaar, heeft hij alle zeilen bij moeten zetten. “Ik ben op tal van werkwijzen gestuit die niet in overeenstemming zijn met de uitgangspunten van Goed Bestuur van NOC*NSF“, schrijft Rijpstra in zijn brief, die integraal op de website van de KNBSB staat. Vanavond zal hij voorstellen dat het bestuur aftreedt.

“De KNBSB kampt al een aantal jaren met problemen“, zegt Rijpstra aan de vooravond van zijn belangrijkste bestuursvergadering tot nu toe. “Het is een kleine bond met veel uitstraling. Een bond die het, sportief gezien, goed doet. Maar ook een bond waar de emoties hoog oplopen.“ Ja, dat wist Rijpstra toen hij de voorzittershamer overnam van Henk van Hoof, de huidige staatssecretaris van Sociale Zaken. “Maar ik weet nu ook dat het bestuur van een bond meer vraagt dan het bestuur van een vereniging.“

Een ordinaire machtsstrijd. Dat is het beeld dat blijft hangen na een rondgang langs bestuursleden en ex-bestuursleden van de KNBSB. Neem het eind vorig jaar opgestapte bestuurslid Topsport honkbal, Guus van Dee. Volgens Van Dee is één man verantwoordelijk voor de bestuurscrisis: Gijs Langevoort, het bestuurslid Doping, Internationale en Olympische zaken. Van Dee: “Langevoort trekt alles naar zich toe. Toen ik begin vorig jaar voor twee maanden met humanitair verlof naar India ging, vroeg ik hem of hij mijn portefeuille tijdelijk over wilde nemen. Dat deed hij prima, vooral omdat hij goede contacten heeft met de bondscoach (Robert Eenhoorn, red.) Eenmaal terug, kreeg ik de mededeling dat hij die portefeuille definitief wilde overnemen. Ik vond dat jammer, maar stemde toe omdat hij meer op een lijn zit met de bondscoach dan ik.“

Niet veel later deed zich volgens Van Dee iets soortgelijks voor. Jacques van Doezum, tot de zomer van 2005 bestuurslid commerciële- en sponsorzaken van de KNBSB, kreeg tijdens een vergadering van Langevoort te horen dat zijn werkzaamheden voortaan zouden worden uitgevoerd door een commercieel bureau: Pro Sport. Van Dee: “Van Doezum had wat persoonlijke problemen, waardoor hij vaak afwezig was tijdens vergaderingen. Hij kreeg niet de tijd om orde op zaken te stellen. Langevoort wilde Pro Sport als partner voor sponsorfunding. Punt.“

Ook Leo Smallegange, de vorige week afgetreden secretaris en vice-voorzitter, wijst Langevoort aan als kwade genius. Hoewel Smallegange moet toegeven dat hun e-mail-correspondentie van het afgelopen jaar “niet wordt gekenmerkt door een hoge mate van frisheid“ wil hij vooral aantekenen dat Langevoort “functies bekleedde die onverenigbaar zijn“. De voormalige secretaris doelt op Langevoorts bedrijf LanCon, dat Nederlandse sporters aan een studiebeurs helpt voor een Amerikaanse universiteit. Smallengange: “Of Langevoort zich in zijn dubbelfunctie heeft verrijkt, kan ik niet beoordelen. Maar je wilt als bond nooit de schijn van belangenverstrengeling op je laden.“

Langevoort reageert woedend op de aantijgingen van de ex-bestuursleden. “Toen ik toetrad tot dit bestuur heb ik een gesprek gevoerd met Smallegange en Hans Dijkstal (de oud-minister van Binnenlandse Zaken die destijds de zoektocht naar nieuwe kandidaten leidde, red.) Tijdens dat onderhoud heb ik alle folders met activiteiten die mijn bedrijf ontplooit getoond. Ik wilde júist openheid van zaken geven.“ En over het inschakelen van Pro Sport: “Daarmee wilde ik de commerciële activiteiten van de KNBSB op een hoger plan trekken. Het bestuur ging in meerderheid akkoord. Dan moet je niet achteraf gaan natrappen.“

Ook voorzitter Rijpstra en KNBSB-directeur Hans Meijer krijgen er van langs. Rijpstra zou te veel op afstand besturen. Een zwalkend beleid voeren. “Hij gaat voor vlagvertoon en buitenlandse reizen“, betoogt ex-bestuurslid commerciële zaken Jacques van Doezum. En Meijer? Die zou als een soort Machiavelli vanuit het bondsbureau regeren. Van Dee: “De bondsdirecteur is uitvoerder, beheerder én controleur. Het bestuur was bijvoorbeeld niet in staat de cijfers te beoordelen. We wisten dat de bond vorig jaar met een begrotingstekort van 80.000 euro kampte, maar details bleven uit. Meijer hield het bestuur buiten de deur. En Rijpstra was niet bij machte daar iets aan te doen.“

Meijer heeft “weinig behoefte aan een reactie“. De bondsdirecteur wil eerst het rapport van sportadviseur Rembert Groenman afwachten, dat vanavond tijdens een bestuursvergadering gepresenteerd wordt. Groenman werd in oktober vorig jaar gevraagd het bestuur te adviseren hoe zij beter kan functioneren en haar relatie met het bondsbureau kan verbeteren. Meijer, na enig aandringen: “In 2000 heeft de KNBSB besloten om te professionaliseren. Afgesproken werd het uitvoerende werk niet langer aan vrijwilligers over te laten. Er diende een duidelijke scheiding te komen tussen de mensen die het beleid uitstippelen en de mensen die het uitvoeren. Die professionalisering heb ik in goede banen proberen te leiden.“

Op de aantijging dat hij het bestuur geen inzage zou hebben gegeven in de boeken, reageert hij als door een adder gebeten: “Dat is pure flauwekul! Het bestuur en de bondsraad stelden de begroting vast. Binnen die begroting voerde het bureau zijn taken uit. Vier keer per jaar werd er een tussentijdse rapportage aan het bestuur voorgelegd. Er waren presentatiebegrotingen en detailbegrotingen. Van desinformatie was geen sprake.“

Voorzitter Rijpstra blijft pal achter Meijer staan. Hij noemt hem “een van de beste bondsdirecteuren van Nederland“. Rijpstra: “Het probleem is dat het bestuur uit vrijwilligers bestaat. En die vrijwilligers zitten graag op de stoel van uitvoerder.“ Na een korte pauze: “Ik noem geen namen. Maar een ding is zeker: sommige bestuurders zaten een treetje te hoog.“