Op naar Afghanistan, maar waarom ...

Onlangs kreeg ik even de indruk dat Arend Jan Boekestijn het licht begon te zien: na zijn niet aflatende steun aan de oorlog in Irak begon hij zich in een tv-interview af te vragen of dat nou zo'n goed idee was geweest. Het had lang geduurd, maar vooruit: twijfel is vaak het begin van vooruitgang.

Maar met zijn artikel “Afhaken is zege voor het terrorisme' (Opiniepagina, 10 januari) is hij weer terug op zijn vertrouwde barricade: voornemen of besluit, we moeten naar Afghanistan. Anders krijgen we te maken met “de vreugdekreten in de grotten van de Talibaan en de Al-Qaeda-strijders.“

Hij heeft bij de tegenstanders negen “misvattingen“ geconstateerd. Slechts op één punt zal elk weldenkend mens het met hem eens zijn: dat Nederlandse soldaten kunnen sneuvelen, kan geen reden zijn om niet te gaan. Inderdaad, zo'n opvatting - opgediept uit een achterhaalde vorm van pacifisme - behelst immers geen oordeel over deze missie, maar over de raison d'être van onze krijgsmacht. Vechten zonder risico op slachtoffers bestaat nu eenmaal niet.

Maar de overige acht “misvattingen' wuift Boekestijn weg met een gemak dat men van een historicus niet zou verwachten. Waarom zwijgt hij in alle talen over dat geheime rapport waarin de Militaire Inlichtingendienst de missie heeft afgeraden? Daarna zijn er ter afdekking daarvan die befaamde veiligheidsgaranties gekomen, waarvan ook niemand het fijne schijnt te weten.

Boekestijn vindt ze niettemin spijkerhard: er zijn “afspraken“ voor als de nood aan de man komt: een helder mandaat, rules of engagement, een “extractieplan' (voor de korte termijn) en een “exit-strategie' (voor de lange termijn), waarbij eenheden van de Britten, de Canadezen, de Australiërs, de Amerikanen zelf en de NAVO te hulp kunnen schieten. Zoals destijds in Kabul en Noord-Afghanistan kunnen er conflicterende belangen zijn tussen deze NAVO/ISAF-missie en de Amerikaanse Operation Enduring Freedom (OEF) - wederopbouw versus militair geweld - maar ook daarover zijn nu “goede afspraken“ gemaakt.

Dat al die speciale afspraken nodig zijn, bewijst al meteen het gebrek aan eensgezindheid. En zullen zulke papieren afspraken - staan ze trouwens op echt papier? - de praktijk van de oorlogvoering overleven? Anders dan bij de Amerikanen pleegt Nederland zich tot nu toe alleen te lenen voor peace keeping, niet voor peace enforcing, iets wat zelfs militaire deskundigen veelal ondoenlijk achten. Boekestijn heeft daar geen moeite mee, want “commandanten ter plekke hebben nu eenmaal geen boodschap aan academische discussies over dat onderscheid“ en “ISAF krijgt de bevoegdheid om offensief op te treden.“ Het wordt dus wel degelijk peace enforcing.

Over “afspraken' gesproken: hoe kon het zijn dat onze zorgvuldige minister Bot van Buitenlandse Zaken, even bevangen door vragen en twijfels over de handhaving van mensenrechten, als een blad aan een boom omsloeg nadat zijn Amerikaanse collega Condoleezza Rice in Brussel vage toezeggingen had gedaan die tot nu toe alleen retorisch bekend zijn gemaakt: wij martelen niet en hebben geen extraterritoriale gevangenissen. Ja, de door ons gevangengenomen terroristen “mogen' nu naar een Afghaanse gevangenis waar ze geen martelingen en ook geen doodstraf zullen ondergaan. Is het daar veel beter dan op Guantánamo Bay? Waarom niet gewoon naar een detentiecentrum op Schiphol of elders in Europa?

Dan is er nog de netelige vraag over de omvang en de duur van dit avontuur. Op dat punt houdt Boekestijn een slag om de arm: de Afghanen hebben in hun geschiedenis al zo vaak onder buitenlandse bezetting geleden, dat een massale en langdurige aanwezigheid ongewenst is en vermoedelijk contraproductief zal werken. En “democratisering is nu eenmaal niet van buitenaf op te leggen.“

Goed zo, want in Irak en het Midden-Oosten is die stelling al bijna bewezen. Maar wat zegt onze Defensie-minister Kamp - tegenwoordig sprekend in het jargon van een oprechte wereldverbeteraar: Dat wordt een zware en langdurige operatie, want alvorens we met de wederopbouw de hearts and minds van de Afghanen kunnen herwinnen zal er eerst nog - ik vertaal het maar even in mijn eigen woorden - een stevig robbertje moeten worden gevochten. Waarmee die hearts and minds zich wel eens tegen ons zouden kunnen keren. Dat is weer de vicieuze cirkel die we al van Irak kennen.

Nu dan de kern van de zaak: waarom zouden we eigenlijk naar Uruzgan moeten gaan? Boekestijns antwoord daarop is van een tautologische eenvoud: “Er staan grote belangen op het spel, met name het (specifiek?) Nederlandse belang dat de Talibaan moeten worden bestreden.“ Hoor ik dit goed? Er moet dus gevochten worden omdat er gevochten moet worden. Doen we dat niet “dan kunnen de Talibaan meer terroristen trainen die vervolgens in het Westen en dus ook in ons land dood en verderf zullen zaaien“.

Dat is weer kort door de bocht. Allereerst bewijst Irak al dat niet de afwezigheid maar de aanwezigheid van een bezettingsmacht meer terroristen kan kweken. Bovendien neigen steeds meer deskundigen tegenwoordig naar de opvatting dat Al-Qaeda eigenlijk niet - althans niet meer - bestaat, en zeker niet als een centraal commandocentrum. Waarschijnlijk wel als een bron van antiwesterse begeestering en inspiratie voor lokale fundamentalisten zoals die welke in Bali,Casablanca, Madrid en Londen dood en verderf pogen te zaaien. Aldus bezien moeten de westerse landen allereerst in eigen huis orde op zaken stellen.

Terloops probeert Boekestijn de nee-zeggers onderuit te halen door hen met de neus op hun eerdere inconsequenties te drukken. Zo had D66 destijds geen moeite met de toen veel gevaarlijkere Operation Enduring Freedom van de Amerikanen en hun coalition of the willing. Ook was er ooit een Kamerbrede meerderheid voor de missie in Noord-Afghanistan.

Ja, Arend Jan, de tijden zijn veranderd en er is niets tegen voortschrijdende inzichten: In de onmiddellijke nasleep van de aanslag in New York was er noch emotioneel,noch politiek een alternatief voor totale solidariteit met de zwaar getroffen Amerikaanse regering. Misschien was er ook wel wat naïveteit en onbekendheid met het nieuwe terroristische fenomeen in het spel, toen we in de NAVO zeiden: een aanval op één van ons, is een aanval op ons allen. Maar is het je niet opgevallen dat de Amerikanen aan die solidaire geste verder geen boodschap en geen behoefte hadden?

Nu, jaren later, weten we meer over het Amerikaanse optreden in de wereld van nu. En daar zit het zwakste punt in Boekestijns betoog: hij geeft geen antwoord op de door hemzelf gestelde vraag: gaat Nederland deelnemen aan een failliete Amerikaanse buitenlandse politiek, waarvan een meerderheid van de Amerikanen - onder wie mensen als Colin Powell - zich beginnen te distantiëren?

Onnodig om alle misgrepen van de regering Bush en de transatlantische onvrede daarover nog eens in herinnering te roepen om van een althans nakend faillissement te kunnen spreken. Maar laten we er geen doekjes om winden: in dat dreigende faillissement zit het hoofdmotief van de Nederlandse weigerachtigheid. De zorgen die de gehele oppositie, D66 en een goed deel van het CDA zeggen te hebben over allerlei hierboven genoemde operationele zaken zijn voor de Bühne en bedoeld om dat hoofdmotief te maskeren. Zij zouden echter - al was het slechts eerlijkheidshalve - moeten zeggen dat hun nee voortkomt uit een algemeen wantrouwen in de Amerikaanse aanpak, zoals het ja van Boekestijn en van de VVD voortkomt uit een blind en ongeschonden vertrouwen daarin.

Dus voor de draad ermee: waarom moeten we nu eigenlijk wel of niet naar Afghanistan? Met het tautologische antwoord van Boekestijn komen we geen steek verder. En goed beschouwd had ik op de rest van zijn artikel niet eens hoeven in te gaan, want dat zijn slechts gelegenheidsargumenten. Door daarmee de aandacht af te leiden van zijn Leitmotiv - hij is gewoon vóór de Amerikanen zoals anderen daar tegen zijn - probeert hij zijn tegenstanders over de streep te trekken.

Terug naar de aanhef van dat artikel: “Afhaken is een zege voor het terrorisme.“ Is dat zo? Was dat zo toen Spanje , en later ook Nederland, er in Irak de brui aan gaf? Natuurlijk, geen enkel bondgenootschap ziet één van zijn voorheen trouwe deelnemers graag vertrekken, maar dat is dan voornamelijk wegens een mogelijk gezichtsverlies.

In hun grotten zullen de terroristen er geen woord aan vuil maken, laat staan een vreugdekreet. Laten we wel wezen: met alle lovende woorden over de onoverwinnelijkheid van het Nederlandse leger geloof ik toch niet dat de aan- of afwezigheid van 1200 van “onze jongens' op dit moment enig belangrijk verschil zal maken. Misschien wel later bij de wederopbouw, als die er komt. Dan kunnen we er alsnog op terugkomen. Of mogen we van de Amerikanen dan niet meer meedoen?

www.nrc.nl/opinie:- Artikel Boekestijn “Afhaken is zege voor terrorisme'

Dr. Arnold van Niekerk is oud-gedelegeerde van de Europese Commissie.