Omroepen veranderen omdat niets doen niet kan

De leiding van de Publieke Omroep krijgt meer macht, ten koste van de individuele omroepen. Maar ze blijven tot elkaar veroordeeld, zolang onduidelijk is wat de politiek van plan is.

De tijd van het compromis is voorbij. Dat zei Harm Bruins Slot gisteren, de voorzitter van de raad van bestuur van de Publieke Omroep. Maar hij voegde er aan toe: “We willen de gevolgen van ons besluit voor de omroepen wel draaglijk maken.“

Tijdens een persconferentie in een grauwwitte kantoorkolos op het Hilversumse Mediapark maakte Bruins Slot het definitieve besluit bekend: de indeling van de drie tv-netten zal in september drastisch veranderen. Er komt een familiezender, een cultureel en zingevend net en een “jong' net. De meeste omroepen zijn tegen die nieuwe netindeling maar de raad doet het toch.

Het moet, zegt Harm Bruins Slot. Want nu haken steeds meer kijkers af, vooral jongeren en allochtonen (jong ben je bij de publieke omroep al snel, iedereen onder de vijftig telt mee). Als er niets gebeurt, zakt het marktaandeel van de publieke omroep onder de 30 procent, verwacht de raad. In de eerste week van januari keek 31,3 procent van de televisiekijkers nog naar Nederland 1, 2 of 3.

Het grootste deel van de omroepen wil zijn “thuisnet' niet loslaten, maar officieel kunnen zij er weinig tegen ondernemen. Sinds 1 januari is hun macht beperkt omdat ze niet meer mogen meepraten in de raad van toezicht. Dat toezicht wordt nu gehouden door onafhankelijke leden. Voorzitter is Cees Smaling, oud-bestuursvoorzitter van PCM (uitgever van onder meer NRC Handelsblad en de Volkskrant).

Die nieuwe raad van toezicht bekende gisteren meteen kleur door zich met zijn eerste besluit achter de raad van bestuur te scharen. Met dat besluit wordt de macht van omroepverenigingen nog kleiner. Nu mogen zij nog meepraten over de indeling op hun thuisnet. Straks worden hun programma's verspreid over alle drie de netten en verwatert hun invloed.

Overigens beperkt de Mediawet die spreiding wel. Daarin staat dat ten minste 325 uur, de helft van het aantal verplichte uren dat een omroep moet maken, op een thuisnet uitgezonden moet worden. Maar dat is geen probleem, zegt de raad. Omroepen zullen zich ook straks bij een van de netten thuis voelen, en daar het meest op willen uitzenden.

BNN is samen met de NOS en de kleine levensbeschouwelijke zendgemachtigden voorstander van het nieuwe plan. “Het is natuurlijk een droom om de programma's bij elkaar te kunnen zetten die ook bij elkaar horen“, zei BNN-directeur Laurens Drillich eerder in deze krant.

De andere omroepen zijn, in ieder geval op papier, tegen de plannen. Zij lieten zelfstandig adviseurs een analyse maken. Die concludeerden dat het “bestuurlijk onverantwoord“ is om het nieuwe model in te voeren. Het is onvoldoende doordacht en daarom zijn de risico's te groot. Bruins Slot: “Niets doen is het grootste risico.“

Met de nieuwe netindeling loopt de raad van bestuur vooruit op de toekomst. In een plan van staatssecretaris Van der Laan wordt de raad in 2008 verantwoordelijk voor het geld en de verdeling van zendtijd. In het nieuwe programmeermodel trekt de raad die verantwoordelijkheden al in september naar zich toe.

Maar de raad houdt ook rekening met een andere politieke werkelijkheid. Volgens Bruins Slot passen de nieuwe netten ook goed in de visie van oppositiepartij PvdA. “Want ook daarin staat de kijker centraal, en niet wat de omroepen aan te bieden hebben.“ Hij loopt met deze opmerking vooruit op de verkiezingen van 2007, waaruit een kabinet van PvdA en CDA zou kunnen voortkomen.

Daarmee schaart Bruins Slot zich bij de groeiende groep mensen in Hilversum die twijfelt aan de haalbaarheid van de kabinetsplannen. De kans dat de toekomst van de omroep inzet wordt van de verkiezingsstrijd is deze week weer toegenomen nadat de VVD ervoor pleitte de publieke omroepen maar helemaal op te heffen. Eerder nam het CDA ook al afstand van het kabinetsplan, door te opperen dat de STER moet worden afgeschaft. In het plan staat juist dat er reclame op de publieke netten moet blijven.

Omdat de politiek steeds andere signalen af geeft, zijn raad van bestuur en omroepen tot elkaar veroordeeld. Op papier hebben de omroepen niet veel meer te zeggen, maar de raad van bestuur is afhankelijk van hun medewerking. Ruurd Bierman van de raad zei: “Wij kunnen geen programma's uitzenden die omroepen niet maken.“

Maar die afhankelijkheid is er omgekeerd ook. “Omroepen kunnen hun programma's niet uitzenden, als de raad van bestuur ze niet in het uitzendschema zet.“ Door de politieke onduidelijkheid blijft de wederzijdse afhankelijkheid dus voorlopig bestaan, al is op papier de raad de baas. Maar door te zeggen dat hij de gevolgen voor omroepen draaglijk wil maken, geeft Bruins Slot aan dat de raad weliswaar met de vuist op tafel heeft geslagen, maar graag wil dat de omroepen blijven meepraten.

WWW.NRC.NL: nieuwe zenders

    • Merel Thie