Louche taxi-dealers

Wie vorige maand 's avonds het Amsterdamse Centraal Station uitkwam met twee koffers in de hand, werd vaak overvallen door louche figuren met capuchons die gemakkelijk konden worden aangezien voor drugsdealers die hun waren aanprijzen. Het waren taxichauffeurs, en als de reis niet voerde naar het verre Schiphol maar naar het nabije centrum van Amsterdam, verloren ze snel hun belangstelling en moest de reiziger loven en bieden met andere onwillige ritjes-delers. Amsterdam heeft nog steeds de meeste en de slechtste taxi's van het land. Het Amsterdamse marktmechanisme is precies het omgekeerde van wat de schrijftafel-economen van de vroegere paarse kabinetten beoogden met liberalisering. Niet de passagiers kiezen een taxi, maar de taxichauffeurs kiezen een passagier, die veel geld moet laten zien voordat iemand uit de groep bereid is om hem mee te nemen.

Sinds 1 januari hebben taxichauffeurs een diploma nodig dat, gelukkig, door 2.000 van de 40.000 chauffeurs in het land niet is gehaald. De overgebleven chauffeurs zien er iets netter uit en de taxi's zijn zelfs in de grote steden in het nieuwe jaar gecontroleerd door de politie. Maar de zware sollicitatieprocedure van bepakte passagiers voor het verkrijgen van een kort ritje is gebleven. Vaak moeten ze gaan lopen. Voor een internationale toeristenstad als Amsterdam is dat schadelijk. Het plaatselijke taxibedrijf deugde al niet, maar na de liberalisering van 2000 is het alleen maar erger geworden.

Nog steeds is de bende die de liberalisering indertijd heeft veroorzaakt niet opgeruimd. Amsterdamse taxi's staan in zulke lange rijen op werk te wachten omdat hun ritten extreem duur zijn. Wie een taxi neemt, moet veel geld op zak hebben. Onderlinge sociale controle voorkomt dat een chauffeur zonder werk een lagere prijs vraagt dan zijn concurrent. Het prijspeil van de Nederlandse “vrije markt' ligt veel hoger dan dat van taxi's in Brussel, Parijs, Berlijn of Washington. Hier worden luxe prijzen betaald voor derdeklas service. Het zou dan ook beter zijn als de overheid het heft weer in handen nam en een veel lager tarief oplegde, zodat de wachtende rijen in beweging komen. Desnoods bepaalt elke gemeente een eigen tarief, al naar gelang de lokale omstandigheden. Dan hoeven passagiers zich niet eerst een half uur te oriënteren op prijzen en afstanden en te onderhandelen, alvorens ze met een taxi mee mogen.

Voor taxi's in het algemeen moet er een vervoersplicht komen. Dat maakt een einde aan het geharrewar voor de stations. Ook zou het gemakkelijker moeten worden voor de passagier om, bij weigereing of slechte behandeling, te reclameren bij een gemeentelijke taxi-autoriteit die sancties kan opleggen - tot uitsluiting toe. Daartoe zou het vervoerbewijs met taxinummer, naam en foto van de chauffeur, groter en beter zichtbaar boven de voorruit moeten prijken dan nu het geval is, zodat een gemaltraiteerde passagier die gegevens meteen kan opschrijven. Het beschavingsoffensief in de taxiwereld moet worden voortgezet. Niet door alles op zijn beloop te laten, maar door streng optreden kan de overheid ervoor zorgen dat bewoners, bezoekers en toeristen goed vervoer krijgen van particuliere taxi-ondernemers.