Kabinet gedraagt zich als verzameling bange hazen 3

In zijn artikel op de Opiniepagina van 10 januari `Afhaken is een zege voor terrorisme` probeert Arend Jan Boekestijn, tevergeefs, tegenargumenten aan te leveren tegen sceptici van de Nederlandse missie naar Uruzgan. Tevergeefs omdat Boekestijn een blind vertrouwen koestert in de goede bedoelingen van de Verenigde Staten in de strijd tegen het terrorisme. Ondertussen bestaat er nog steeds Guantánamo Bay, kunnen Amerikaanse militairen vooralsnog niet door het oorlogstribunaal in Den Haag veroordeeld worden voor oorlogsmisdaden wanneer zij die hebben gepleegd zoals in Abu Ghraib, bestaan er geheime gevangenissen buiten Amerikaans grondgebied die worden onttrokken aan het oog van een internationaal controleorgaan. In naam van de strijd tegen het terrorisme zijn al genoeg oorlogsmisdaden gepleegd.

De vanzelfsprekendheid waarmee Washington zijn superioriteitsgevoel wederom laat gelden, sluit daarom perfect aan op hetgene wat Boekestijn op wonderbaarlijke wijze ontkent: het bestaan van kolonialisme.

Hij schreef dat Nederland in Atjeh lang niet in staat was om de hele bevolking te onderwerpen. Gezien de toonzetting hiervan gaat het dus blijkbaar toch om onderwerping, al was het maar een deel van de bevolking. Ik vind het niet bepaald een geruststellende gedachte dat er Nederlandse militairen met dat idee naar Uruzgan vertrekken. De illusie dat de ingewikkelde stammenstrijd in Afghanistan opgelost kan worden en daarmee het terrorisme, door, heel paradoxaal, militair winnen van vertrouwen van de bevolking is een gotspe; de bevolking heeft er niet om gevraagd en gezien het optreden van de Verenigde Staten in het recente verleden, is er geen enkele garantie dat zij zich in de toekomst aan afspraken en resoluties zullen houden.

    • G.B. Boulouize-Van Hui Lelystad