... en waarom zo slecht voorbereid?

Premier Balkenende en minister Kamp van Defensie zijn niet eerlijk over de situatie in de provincie Uruzgan, waar ze 1200 militairen naartoe willen sturen. Ook Arend Jan Boekestijn die op deze pagina op 10 januari pleitte voor het zenden van troepen, haalt zijn inspiratie blijkbaar uit de Haagse wandelgangen.

De werkelijkheid is anders.

Dat bleek toen ik afgelopen zomer in de Afghaanse hoofdstad Kabul was om de ouders van een in Nederland overleden zestienjarige vluchteling uit Uruzgan op te sporen. Ik kwam met veel burgers uit Uruzgan in contact onder wie gevluchte zakenlieden, intellectuelen maar ook militairen die in dienst waren bij de Afghaanse regering. Zij konden mij niet helpen wegens de dreiging daar van zowel aanwezige Talibaangroepen als pro-Amerikaanse milities en Amerikanen.

De Amerikanen hebben een slechte naam in het zuiden van Afghanistan, zeker in Uruzgan, de streek waar president Karzai vandaan komt. De mensen daar leven al generaties lang in oorlogsomstandigheden. In 1979 begon het door westerse landen en vooral Amerika gesteunde verzet tegen de Russische invasie.

Maar allengs gingen de Amerikanen in veel delen van Afghanistan zich net zo gedragen als de Russen medio jaren '80 met ondoordachte operaties op basis van foutieve inlichtingen van misdadige krijgsgroepen van de Noordelijke alliantie die bij de burgerbevolking berucht zijn. In plaats van terroristen werden veelal onschuldigen getroffen die als “terroristen van Al-Qaeda en de Talibaan' in beruchte detentiecentra terechtkwamen.

Toen minister Kamp vorig jaar zijn voornemen om troepen te zenden bekendmaakte, kwam hij in botsing met minister Bot van Buitenlandse Zaken. Die zei dat zo'n beslissing niet zomaar genomen kan worden omdat Uruzgan één van de gevaarlijkste provincies is van Afghanistan.

Maar een maand later nam Bot genoegen met de mondelinge toezeggingen van zijn Amerikaanse collega Rice over de veiligheidsgarantie van de Nederlandse militairen.

Niemand is er op tegen dat Nederland nog meer troepen naar Afghanistan stuurt. Maar de ISAF- missie waar veel landen van de EU aan deelnemen en Enduring Freedom zijn verschillende zaken. In het kader van de vredesmacht ISAF hebben Nederlandse militairen in twee noordelijke provincies, Baghlan en Mazar-i-sharif naast het bewaken van vrede en stabiliteit een omvangrijke bijdrage geleverd aan het herstellen van de infrastructuur en wederopbouw.

Met de missie naar Uruzgan schaart Nederland zich echter feitelijk onder de vlag van de militaire- operatie Enduring Freedom van de Amerikanen. Deze operatie heeft reeds tot veel ellende en schending van de mensenrechten geleid. Van vernietiging van dorpen en vluchtelingen tot martelpraktijken in de gevangenissen.

De bewoners staan bijna per definitie vijandig tegenover wat zij zien als buitenlandse overheersers. Ook de Amerikanen worden als zodanig beschouwd. De Nederlanders nu nog niet. Maar dat zal veranderen als Nederland zich zonder meer aansluit bij Enduring Freedom.

Goede argumenten over het nut en de risico's van deze beoogde missie ontbreken. Dit neemt niet weg dat Nederland ook in Uruzgan een belangrijke rol kan spelen. Maar dan moet Nederland pakweg anderhalf jaar de tijd nemen om dat goed voor te bereiden. De lokale bevolking dient via stamhoofden en geestelijke leiders betrokken te worden bij het werk dat van Nederlandse militairen wordt verwacht.

Veel Afghanen hebben hun laatste hoop gevestigd op Europa. Maar voorkomen moet worden dat de Nederlandse militairen met bijvoorbeeld de Britten op één hoop worden gegooid, want dan kan Europa in het voor veel Afghanen vijandige kamp terechtkomen.

Nederland moet op zijn eigen wijze werken aan de wederopbouw van Afghanistan.

Maar wel goed voorbereid.

Qader Shafiq is geboren in Afghanistan en is adviseur voor de stichting Osmose voor multiculturele vraagstukken.

    • Qader Shafiq