Einde van het koopsompolispact

Het monopolie van verzekeraars op de verkoop van fiscaal aantrekkelijke lijfrentes staat op de tocht. De Consumentenbond: “Een langgekoesterde wens gaat in vervulling.“

Blije gezichten in de bankwereld. Het alleenrecht van verzekeraars om fiscaal aantrekkelijke lijfrentes te verkopen lijkt zijn langste tijd te hebben gehad. De VVD en de PvdA werken in de Tweede Kamer aan een voorstel om een eind te maken aan het monopolie van de verzekeraars. Volgens de initiatiefnemers van het voorstel, S. Depla van de PvdA en B. de Vries van de VVD, zorgt de beschermde markt ervoor dat consumenten onnodig hoge tarieven betalen voor lijfrenteproducten van verzekeraars.

Toch vinden de polissen al jarenlang gretig aftrek. Dat komt door hun fiscale aftrekbaarheid. Wie gaat doe-het-zelven met beleggen heeft aanmerkelijk minder fiscale voordelen dan wie belegt of spaart via een lijfrenteproduct. Eventueel hoge commissies van verzekeraars neemt de consument voor lief, want doe-het-zelven blijft duurder. Volgens de laatste cijfers, uit 2003, hebben consumenten voor 24 miljard euro in levensverzekeringsproducten geïnvesteerd, ruim twee maal zoveel als er jaarlijks aan auto's wordt uitgegeven.

De Consumentenbond is verheugd over de voorstellen in de Tweede Kamer. “Als er meer keuzemogelijkheden komen om te sparen voor de financiële toekomst rondom de pensioengerechtigde leeftijd gaat daarmee een langgekoesterde wens van de Consumentenbond in vervulling“. Als consumenten zulke producten straks ook van de bank kunnen kopen, ontstaat er meer concurrentie waardoor de kosten omlaag gaan, zo verwacht de bond.

De mogelijkheid om een deel van de kosten van koopsompolissen en andere lijfrentes fiscaal af te trekken is de laatste jaren ingeperkt. Zo is tegenwoordig een pensioengat vereist voordat de consument mag gaan aftrekken. Alles draait uiteindelijk om de dekking van een overlijdensrisico: dat verschaft de consument de fiscale aftrekbaarheid die zo gewild is. En juist deze dekking mag van de wet alleen aangeboden worden door verzekeraars.

Volgens een woordvoerder van het Verbond van Verzekeraars is het alleenrecht op het aanbieden van de overlijdensrisicodekking wettelijk vastgelegd omdat de dekking zo'n specifiek verzekeringstechnisch fenomeen is. “Bovendien is het niet echt een spaarproduct. Hoe langer je blijft leven, hoe meer geld je ontvangt“, zegt de woordvoerder.

Maar de overlijdensrisicodekking is vaak slechts een klein onderdeel van een lijfrenteproduct: de dekking “levert' de fiscale aftrekbaarheid, terwijl er toeters en bellen worden aangehangen die meer op een spaarproduct lijken. Gijs Schreuder van ABN Amro Nederland is dan ook enthousiast over het initiatief in de Tweede Kamer. “Het is eigenlijk een hele vreemde situatie dat mensen die op een fiscaal aantrekkelijke manier aanvullend pensioen willen opbouwen dit alleen via verzekeraars kunnen doen.“ Hij wijst erop dat bij de meeste lijfrentes de ingelegde gelden op een onduidelijke manier besteed worden. “Een deel van de premie gaat naar het overlijdensrisico, maar er gaat ook een deel naar beheerskosten, beleggingsgaranties en andere kostenposten.“

De kritiek van de bankier wordt gesteund door onderzoek van de Nederlandse Mededingingsautoriteit (NMa) en het Centraal Planbureau. Zij kwamen in september vorig jaar tot de conclusie dat de markt voor levensverzekeringen niet goed functioneert. De concurrentie is niet optimaal terwijl de winstmarges voor de verzekeraars relatief hoog zijn. De onderzoekers suggereerden onder meer om verzekeraars en tussenpersonen te verplichten meer helderheid te verschaffen over de beheersvergoedingen en provisies die zij in rekening brengen.

Kon de NMa op basis van de mededingingsregels niet zélf ingrijpen in het monopolie van de verzekeraars? “Wij zijn voorstander van marktwerking. Maar uiteindelijk bepaalt de wetgever. Die heeft ervoor gekozen om de verzekeraars op dit vlak een speciale positie te geven.“

    • Jeroen Wester