Dj's verenigen toerist en eilander

Op Sint-Maarten is niemand “inheems'. De toeristenindustrie vereist harmonie tussen “lokalen' en nieuwkomers. Diskjockeys helpen met een mix van muziek en moraal.

Portret van Francio Guadeloupe die promoveert op het onderwerp Sint maarten. Door Jonathan Vos Vos, Jonathan

Een kleuriger postzegel is niet denkbaar. Een tropisch eilandje van 60 vierkante kilometer, met 70.000 inwoners, van wie 70 procent er niet is geboren. Bestuurlijk hoort het voor de helft bij Frankrijk en voor de andere helft bij de Nederlandse Antillen. Op de kaart heet het Saint Martin/Sint Maarten, maar de bewoners, die dagelijks de onzichtbare grenslijn oversteken, noemen het “SXM'.

Diskjockeys spelen een prominente rol als culturele bruggenbouwers op het eiland. Hun jingle is “SXM' en hun boodschap luidt: “niet uitsluiten, maar omarmen'. Hun rol is onderzocht door antropoloog Francio Guadeloupe, in 1971 geboren op Aruba. Toen hij 16 jaar was, volgde hij zijn ouders naar Sint-Maarten. Na zijn studie antropologie in Nijmegen ging hij terug naar dit sociale laboratorium, waar nationale en etnische grenzen vervagen en de versmelting van “wij' en “zij' wordt aangemoedigd. Gisteren promoveerde hij aan de Universiteit van Amsterdam op het proefschrift Chanting Down the New Jerusalem: The politics of belonging on Saint Martin & Sint Maarten.

Het thema van de studie is identiteit (zelfbegrip), een onderwerp dat veel sociale wetenschappers bezighoudt. Zelfbegrip komt tot uitdrukking in overtuigingen over oorsprong en afstamming en in gevoelens van affiniteit (“behoren bij'). Identiteitsstudies gaan vaak over exclusieve aanspraken op grondgebied en privileges, etnische conflicten, religieus fundamentalisme en minderheden die zich verdrukt voelen door de dominante cultuur.

Kenners van het Caribische gebied menen dat het idee van “plaatselijke wortels' ontsproten is aan de menselijke verbeelding. In West-Indië, hun studieterrein, is niemand inheems. Gebiedsaanspraken? De oorspronkelijke Arawak- en Carib-indianen zijn uitgeroeid. Voor West-Indiërs wier voorouders uit Afrika naar de Nieuwe Wereld zijn verscheept is er geen weg terug. De regelmatig migrerende West-Indiërs beseffen bovendien dat zij ooit te gast zullen zijn op andermans eiland en vinden het dan ook niet verstandig nieuwkomers te weren.

Tot de jaren zestig telde Sint-Maarten 1.500 inwoners, meest oude mensen en jonge kinderen. Eilandbewoners in de kracht van hun leven zochten elders emplooi. Toen begonnen ondernemende vreemdelingen hotels te bouwen en werd het eiland een toeristische attractie. Uit de Verenigde Staten en Azië arriveerden nieuwkomers met de middelen en vaardigheden om de nieuwe bedrijfstak te ontwikkelen. Arbeidskrachten uit heel het Caribische gebied vervulden de vele vacatures. Intussen doen jaarlijks een miljoen toeristen het eiland aan en wonen er mensen van 80 verschillende nationaliteiten.

Iedereen leeft van de toeristenindustrie: hoteliers en restaurateurs, liftboys en serveersters, bouwvakkers en taxichauffeurs. Guadeloupe: “Ik heb in mijn Nijmeegse studentenjaren leren denken in sociale klassen, maar daar moeten SXM-ers niets van hebben. Een alleenstaande moeder die als dealer in een casino werkt, zei over intellectuelen die toerisme afdoen als kapitalistische uitbuiting: “Them people them head ain't no good. Because of the tourists we can feed we children'.“

Leden van de middenklasse die de meeste eilandgrond bezitten, “de lokalen', leveren de politici en ambtenaren. Zij onderhouden een symbiotische relatie met buitenlandse geldschieters, aan wie zij grond verpachten, en met immigranten, aan wie zij visa verstrekken. Het vreemdelingenbeleid is pragmatisch. Alleen illegalen die geen werk hebben én zich misdragen, worden gedeporteerd. Als politici de teugels aanhalen, worden ze weggestemd.

De radio is op Sint-Maarten het populairste medium. De toeristenbranche steekt daar geld in. SXM-ers lezen nauwelijks. En concurreren met NBC, HBO en Canal+ is onbegonnen werk. Mensen met weinig geld horen wat er gisteren op tv was en wat vandaag in de krant staat van hun favoriete diskjockey. Deze dj's slaan een brug tussen de toeristenindustrie, die sociale conflicten wil vermijden, en de eilandbewoners, die op zoek zijn naar een zelfbeeld.

Guadeloupe: “De dj's creëren een nieuwe identiteit (SXM-ness), een gevoel van saamhorigheid dat niet-etnisch is en dat klasse- en nationale grenzen overstijgt. Zij doen dit met dansmuziek en met een hybride vorm van christendom. Die is volks, niet gebonden aan een kerk en ook niet overdreven vroom of moraliserend. Het vocabulaire van deze “openbare religie': tolerantie, gelijkheid en sociale harmonie. Op SXM, verkondigen de diskjockeys, is het Nieuwe Jeruzalem - een egalitaire utopie - nabij.“

De meeste dj's richten zich tot één plaatselijke subcultuur: rummies (rum drinkende, in bars hangende arbeiders), “gelukszoekers', die elkaar aan de flipperkast onledig houden met de nieuwste trucs om een snelle dollar te verdienen, “intellectuelen', die bij radiostations aan de telefoon hangen met hun oplossingen voor sociale vraagstukken, of rastafari's, die met reggae-muziek rebelleren tegen “Babylon', de wereld van het Grote Geld.

Dj Fernando Clarke draait vooral calypso, Caribische dansmuziek, en is de favoriet van de rummies en gelukszoekers. Deze bankmanager vermengt muziek met moraal. Zijn boodschap: “The Lord say is better to be a cheerful reciever than a hungry criticizer.'

Een handjevol “lokalen' verspreidt xenofobe en antikapitalische ideeën en vindt dat de SXM-identiteit alleen uit de verf kan komen als het landje onafhankelijk wordt. Een andere, al even kleine, groep meent dat de “lokalen' recht hebben op een voorkeursbehandeling. Deze “autochtonen' zijn vaak kinderen van immigranten van andere eilanden. Guadeloupe: “Dat deze minderheid geen gehoor vindt op SXM, is te danken aan culturele bruggenbouwers als de diskjockeys.“

    • Dirk Vlasblom