Bomen schaden mogelijk klimaat

Het aanplanten van bossen ter bestrijding van het broeikaseffect kan averechts werken. Er zijn aanwijzingen dat bossen veel methaan produceren en methaan (CH4) is een veel sterker broeikasgas dan CO2 . De methaanproductie kan het effect van CO2-opname daarom tenietdoen.

Dit valt te concluderen uit onderzoek waarover vandaag gepubliceerd wordt in het tijdschrift Nature. Onderzoekers uit Duitsland, Noord-Ierland en Nederland onderzochten de methaanproductie van een reeks planten uit een Europese omgeving: es, beuk, reukgras, tarwe en maïs. Ze maten de productie van losse bladeren, al of niet gedroogd en van complete planten en vonden steeds een verrassend hoge afgifte van methaan. Deze werd door zonlicht en een hoge temperatuur nog eens extra versterkt.

Een Nature-commentaar noemt de vondst opzienbarend. Niet alleen omdat de methaanbron nog onbekend was, maar ook omdat hij volgens een ruwe schatting wel eens 20 procent van de aardse methaanproductie kan uitmaken. “Nu doemt het spookbeeld op dat nieuwe bossen het broeikaseffect versterken.“ Voor het Kyoto-protocol over het remmen van de uitstoot van broeikasgassen, heeft de ontdekking consequenties.

Het is nog onbekend hoe de planten het methaan produceren. Omdat de planten of plantendelen onder normaal zuurstofaanbod werden onderzocht, was methaanproductie door zuurstofloze processen niet waarschijnlijk. De bekende en massale natuurlijke methaanproductie op aarde komt bijna uitsluitend van zuurstofloos levende bacteriën in moerassen, rijstvelden en de magen van herkauwers. In een afzonderlijke reeks experimenten kon een storende invloed van bacteriën overtuigend worden uitgesloten. Eerder onderzoek naar de uitstoot van andere kleine koolstofverbindingen doet vermoeden dat de stof pectine, bestanddeel uit de plantencelwand, de bron is van het koolstof.

Als de mondiale productie van CH4 zo hoog is als wordt aangenomen, dan is de methaanbalans eindelijk sluitend. Tot dusver gaapte een gat tussen de goed te berekenen hoge methaanomzetting in de atmosfeer en een belangrijk minder grote methaanproductie op aarde. Het inzicht maakt ook begrijpelijk waarom het methaangehalte van de atmosfeer minder snel stijgt dan verwacht. Het snelle verdwijnen van de regenwouden is misschien de verklaring.