Afval blijkt geen weggegooid geld

Afvalverwerker AVR komt voor 1,4 miljard euro in handen van investeerders. Een hoge prijs die de nieuwe eigenaren, drie grote beleggers, terug zullen willen verdienen - liefst met winst.

Vuilverwerking AVR Afvalverwerking Rijnmond Rotterdam Vuilnis kringloop recycling Vuilstortput vuilnisput bunker foto Peter Brom, foto Dijkstra Dijkstra bv

Het had niet veel gescheeld, of het grootste afvalbedrijf van Nederland was eigendom geweest van een Spaans bouwconcern. Fomento de Construcciones y Contratas (FCC) vindt de groeimogelijkheden in de bouw te beperkt en breidt in snel tempo uit naar andere sectoren, waaronder afval.

FCC drong, met de Britse participatiemaatschappij CVC en een combinatie van de Amerikaanse investeerder Kohlberg Kravis Roberts (KKR) en het Nederlandse Oranje Nassau fonds, door tot de laatste ronde in de biedingsstrijd om AVR. Uiteindelijk wisten CVC en KKR/Oranje Nassau de Spanjaarden uit te schakelen door samen te gaan werken. Gisteren kochten zij AVR voor 1,4 miljard euro van de gemeente Rotterdam.

Eerder was een combinatie van afvalbedrijf Sita en het Zeeuwse energiebedrijf Delta al afgevallen. Zij boden niet meer dan 1,2 miljard. De Duitse energiebedrijven Eon en RWE waren afgehaakt, omdat ze alleen in afvalverbranding zijn geïnteresseerd en de inzamelingsactiviteiten van AVR wilden doorverkopen. Daarmee voldeden ze niet aan een eis van de gemeente, namelijk dat AVR één geheel moest blijven.

De nieuwe eigenaren hebben nog meer toezeggingen moeten doen. Zo mogen ze AVR de eerste vier jaar niet doorverkopen en mogen er drie jaar lang ook geen onderdelen afgestoten worden. Banen schrappen is voorlopig ook taboe en het hoofdkantoor moet in Rotterdam blijven staan.

AVR bleek zo gewild te zijn, dat de randvoorwaarden geen problemen opleverden. De grote belangstelling voor het bedrijf had bovendien een prijsopdrijvende werking. Uiteindelijk verkocht Rotterdam AVR voor bijna het dubbele van het bedrag waarop de gemeente volgens ingewijden had gerekend. “Het proces heeft zijn werk gedaan“, zei AVR-directeur Daan den Ouden, die ook na de overname AVR blijft leiden, gisteren bij de bekendmaking van de verkoop op het stadhuis van Rotterdam.

Ook milieuwethouder Wim van Sluis van Leefbaar Rotterdam toonde zich gisteren opgetogen. “Aan al onze voorwaarden is voldaan én we waren uitgegaan van een fors lager bedrag.“ Van de 1,4 miljard die de AVR opbrengt, blijft netto 1 miljard voor de stad over. Het verschil tussen de bruto- en netto-opbrengst zit hem in onder meer schulden (235 miljoen) en uitkeringen aan minderheidsaandeelhouders (circa 100 miljoen), vooral andere Rijnmondgemeenten.

Rotterdam, dat werd bijgestaan door de zakenbank Lehman Brothers, had geen beter moment kunnen kiezen voor de verkoop van AVR. Durfkapitalisten halen, dankzij de successen die ze boeken, steeds meer geld op bij pensioenfondsen en institutionele beleggers en zoeken daar dringend bestemmingen voor. Ze bieden tegen elkaar op om de beste bedrijven. Betaalden ze een dik jaar geleden nog zo'n vijf à zes keer het bedrijfsresultaat voor een afvalbedrijf, inmiddels geldt al een vermenigvuldigingsfactor van negen à tien.

Zo betaalde FCC ruim negen keer het bedrijfsresultaat voor de afvalpoot van het Franse energiebedrijf EDF in Oostenrijk en Oost-Europa. De investeerders Apax en Blackstone hanteerden dezelfde sleutel bij de overname van het Duitse Cleanaway.

Dat investeerders afvalbedrijven een interessante belegging vinden, komt doordat die dankzij langetermijncontracten stabiele, voorspelbare inkomsten hebben. Nu de invoering van een stortverbod in Duitsland de export van Nederlands afval ontmoedigt, zal er de komende jaren meer afval dan ooit in Nederland verwerkt moeten worden. AVR kan daarvan profiteren, mits het investeert in extra verbrandingscapaciteit.

Dat vergt hoge investeringen - voor het verbranden van afval zijn grote verbrandingsovens nodig - maar de opbrengst ervan is min of meer verzekerd. Een ideale investering voor een participatiemaatschappij dus. Dat wil overigens niet zeggen dat er op korte termijn een uitverkoop van publieke afvalbedrijven valt te verwachten. AVR is de afgelopen jaren zo sterk gegroeid buiten het Rijnmondgebied dat de link met Rotterdam steeds kleiner werd. Voor de andere gemeentelijke afvalbedrijven geldt dat niet, mogelijk met de afvaldivisie van energiebedrijf Essent als uitzondering.

De vraag is wel hoe de nieuwe eigenaren ervoor gaan zorgen dat AVR de komende jaren substantieel meer waard wordt. CVC en KKR/Oranje Nassau zullen AVR over vijf à zeven jaar immers naar de beurs willen brengen of willen verkopen en dan moeten ze die 1,4 miljard plus de extra investeringen in nieuwe verbrandingsovens er wel weer uithalen - liefst met winst.

De kans dat AVR meer winst zal halen door de tarieven voor afvalverwerking flink te verhogen, is niet zo groot, zegt AVR-directeur Den Ouden. “Daarvoor is de concurrentie te groot.“ De afvalbranche is nog altijd versnipperd en de vijf grootste afvalbedrijven in Nederland hebben minder dan 50 procent marktaandeel.

Inwoners van Rotterdam gaan in elk geval geen hogere afvalstoffenheffing betalen: wethouder Van Sluis heeft kort voor de verkoop van AVR nog snel een contract van 25 jaar gesloten namens de gemeentelijke afvaldienst Roteb. “Tegen een zeer gunstig tarief.“ Ook de opbrengst van de AVR-aandelen komen ten goede aan de burger, verzekerde hij gisteren. “Die gaat in het ontwikkelingsfonds van de gemeente en daar betalen we onder andere wegen, bruggen en een nieuw Centraal Station van.“

Hoe gaat AVR dan wel meer waard worden? Het bedrijf zelf zoekt het vooral in expansie naar het buitenland. De Zwolse buizenproducent Wavin, ook door CVC overgenomen van gemeenten, is een mooi voorbeeld, vindt Den Ouden. “Toen CVC Wavin kocht was het een regionale speler, inmiddels is het een bedrijf van wereldformaat.“

    • Jochen van Barschot