Witte én zwarte vlucht

In Amsterdam drukken de rijken de armen naar de randen van de stad. En de middengroepen trekken weg naar randgemeenten.

Wie tramlijn 1 neemt in het centrum van Amsterdam en zich laat vervoeren naar de rand van de stad, ziet voorbij de ring A10 het ene na het andere nieuwbouwproject aan zich voorbijtrekken. Hier gaan veel van de naoorlogse huurwoningen tegen de vlakte om plaats te maken voor nieuwbouw, vaak koopwoningen. Met klinkende namen als de Nieuwe Wereld, Meer en Oever en Leeghwater worden nieuwe woningen aangeprezen. De grote vernieuwingsoperatie in de Westelijke Tuinsteden moet rond 2015 voltooid moet zijn.

De woningmarkt in Amsterdam is traditioneel een markt van huurwoningen, en die markt zit in Amsterdam op slot. Al jaren. Daardoor bestaan er jarenlange wachtlijsten voor de vele sociale huurwoningen. Die worden namelijk voor een groot deel bezet door mensen voor wie die woningen eigenlijk niet bedoeld zijn. Maar die verhuizen niet doordat er niet genoeg betaalbare koopwoningen zijn.

Bouwen luidt daarom het motto in Amsterdam. In 2015 moet 39 procent van het woningbestand in Amsterdam uit koopwoningen bestaan. Het stadsbestuur stelde zich in 2002 ten doel om tot 2006 16.000 woningen te bouwen.

Maar Amsterdam wil ook aantrekkelijk zijn voor nationale en internationale bedrijven, bijvoorbeeld door de ontwikkeling van de Zuidas. Het gebied langs de zuidelijke ringweg, waar “hightech kantoren, comfortabele woningen, dagelijkse, luxe en culturele voorzieningen“ bij elkaar komen. “Alle transportmogelijkheden liggen voor de deur. Het nieuwe station Zuid/WTC brengt straks Hogesnelheidslijn, trein, auto, metro en snelle verbinding met Schiphol bij elkaar.“ Kosten: ruim 2 miljard. Maar woningbouw lost niet alle problemen op. Voor middeninkomens is nieuwbouw veelal onbetaalbaar. Zij moeten zich richten op de kleine bestaande woningen en voormalige huurwoningen die door coöperaties worden verkocht. Of ze gaan de stad uit om in omliggende gemeenten een betaalbaar huis met tuin te kopen.

De grenzen van de stadsdelen weerspiegelen vaak ook de inkomensverschillen. Het centrum, de grachtengordel en stadsdeel Oud-Zuid zijn de chique delen van Amsterdam, de witte wig. Hier is het eigen huizenbezit tegen de Amsterdamse gewoonte in wel hoog en zijn de huizen, voor Amsterdamse begrippen, groot. In dit gedeelte van de stad is het aandeel minderheden het laagst. Sociale huurwoningen zijn er nauwelijks.

De aan het centrum grenzende wijken zijn de afgelopen jaren langzamerhand geannexeerd door kapitaalkrachtige dertigers, voor wie het centrum en Zuid te hoog gegrepen zijn. De Pijp is daardoor van een echte volkswijk veranderd in een wijk met veel yuppen. Allochtonen richten zich daardoor weer op andere wijken. Surinamers en Antillianen vestigen zich vooral in Zuidoost, terwijl de wijken Bos en Lommer, De Baarsjes, Amsterdam-Noord, Geuzenveld-Slotermeer, Osdorp en Slotervaart vooral Marokkanen en Turken aantrekken. Maar onderzoekers denken dat De Baarsjes en Bos en Lommer ook langzaam overgenomen zullen worden door hoger opgeleiden. Voor de lager opgeleiden met bijbehorend inkomen blijven stadsdelen als Noord, de Tuinsteden en de arme buurten van Oost en Zuidoost over.

Overigens is er in Amsterdam niet meer sprake van een pure “witte vlucht'. De laatste jaren vertrekken er evenveel autochtonen als allochtonen uit Amsterdam naar omliggende plaatsen. De geslaagde autochtonen laten de sociale huursector achter zich en richten zich vooral op Hoofdorp en de luxere woongebieden als de Gooi- en Vechtstreek. Naar Almere vertrekken de laatste jaren met name Surinamers, 31 procent van de Amsterdammers die naar Almere vertrekt is van Surinaamse afkomst. Sinds kort vertrekken ook Turken en Marokkanen, zij vormen 10 procent van de vertrekkers en vestigen zich vooral in Hoofddorp, Zaanstad en Purmerend.