Verwerker afval levert Rotterdam miljard op

De gemeente Rotterdam verkoopt Afvalverwerking Rijnmond (AVR) voor 1,4 miljard euro aan een groep van investeerders. Na aftrek van schulden levert de verkoop Rotterdam 1 miljard euro op.

Dat zou de gemeente Rotterdam vanmiddag bekendmaken. Het is voor het eerst dat participatiemaatschappijen in Nederland een afvalbedrijf overnemen. AVR (2.100 werknemers, omzet 507 miljoen euro) is de grootste afvalverwerker van Nederland.

AVR meldde in oktober vorig jaar dat 65 partijen belangstelling toonden om het bedrijf te kopen. Uiteindelijk brachten tien partijen een bod uit. Doordat de geïnteresseerden tegen elkaar moesten opbieden, kwam de opbrengst veel hoger uit dan de 500 à 600 miljoen euro die de gemeente aanvankelijk had verwacht, aldus ingewijden.

Het winnende bod is afkomstig van een consortium van het Britse CVC, dat de helft van de aandelen verwerft, en het Amerikaanse KKR, dat samen met het Nederlandse investeringsfonds Oranje Nassau de andere helft koopt.

CVC is in Nederland tevens eigenaar van vezelproducent Acordis (een voormalige divisie van Akzo Nobel) en buizenmaker Wavin. KKR kocht eerder detailhandelsconcern Vendex KBB (V&D, de Bijenkorf) en mediaconcern SBS.

Rotterdam maakte vorig jaar april bekend van AVR af te willen, omdat de link met de gemeente steeds dunner werd. AVR zamelt tot ver buiten het Rijnmondgebied afval in en heeft sinds de jaren negentig een groot aantal afval- en recyclingbedrijven overgenomen in Nederland, België en Ierland. Het bedrijf heeft de ambitie uit te groeien tot een onderneming die op Europese schaal actief is.

AVR is van oorsprong de afvalverwerker van alle gemeenten in het Rijnmondgebied, behalve Rotterdam, waar de gemeentelijke afvaldienst Roteb afval inzamelt. Dat de AVR-aandelen toch in handen van de gemeente zijn, kwam doordat AVR in 1979 bijna failliet ging en Rotterdam het bedrijf redde door het over te nemen.

AVR is interessant voor investeerders omdat het dankzij langetermijncontracten stabiele, voorspelbare inkomsten genereert. Door die zekerheid is het mogelijk de overname grotendeels met geleend geld te financieren. Van de 1,4 miljard euro die de investeerders voor AVR betalen, hebben ze 900 miljoen euro geleend.

Afvalverbranders hadden het de afgelopen jaren moeilijk doordat veel Nederlands afval geëxporteerd werd naar Duitsland. Daar kon het gedeeltelijk gestort worden, wat goedkoper is dan verbranden. Sinds vorig jaar geldt in Duitsland echter een stortverbod, waardoor meer afval in Nederland blijft. AVR kan hiervan profiteren, maar moet dan wel veel investeren in nieuwe verbrandingscapaciteit. Dat wordt nu mogelijk.

Lux: pagina 15