Nieuwkomers zijn jong, alleen, arm, allochtoon

Rotterdam is de armste van de grote steden. “Kansarme nieuwkomers' worden nu uit enkele wijken geweerd dankzij de Rotterdamwet.

Het Rotterdamse Pendrecht was 40, 45 jaar geleden beroemd. Toeristen toerden in bussen door de pas gebouwde wijk, om de revolutionaire architectuur te bewonderen. Zij zagen ruime, zonnige meergezinshuizen en lage flats met veel groen ertussen - een waar arbeidersparadijs. Wie zich inschreef, kreeg pas een huis toegewezen als woningbouwvereniging Onze Woongemeenschap oordeelde dat het hier een net gezin betrof.

Anno 2005 geniet Pendrecht wéér bekendheid. Nu omdat de tegenwoordig als monotoon, klein en goedkoop ervaren huurhuizen zoveel kansarme bewoners aantrekken dat de woningtoewijzing er opnieuw is uitgevonden. Het afgelopen jaar heeft de wijk geëxperimenteerd met een inkomenseis voor nieuwe bewoners. Werd vóór het experiment eenvijfde van de huizen verhuurd aan mensen met een inkomen van ten minste honderdtwintig procent van het minimumloon, tijdens het experiment nam dit toe tot drievijfde.

Met het experiment liep Pendrecht vooruit op de zogenoemde “Rotterdamwet', waarmee de Eerste Kamer in december instemde. Alle steden die dat willen, mogen straks in bepaalde, door het gemeentebestuur aangewezen wijken nieuwkomers weren als die niet meer dan een bijstandsuitkering hebben. Ook mag in “economische kansenzones' de onroerendezaakbelasting tijdelijk omlaag.

Het initiatief voor de Rotterdamwet kwam niet voor niks uit Rotterdam. Was deze arbeidersstad altijd al de minst rijke van de grote vier, de afgelopen vijftien jaar sloeg de verarming pas goed toe. Natuurlijk, er zijn chique buurten (Hillegersberg-Molenlaankwartier, Kralingen-Oost) en straten (Mathenesserlaan, Heemraadssingel, Rochussenstraat). Ook zijn er goed geconserveerde wijken (Blijdorp, Tuindorp Vreewijk) en een paar enclaves (Pernis, Kralingseveer, Hoek van Holland, Oud-IJsselmonde, Heijplaat).

Maar de oorspronkelijke bewoners trokken de laatste jaren massaal weg uit de volkswijken van begin twintigste eeuw en uit de naoorlogse wijken. Méér dan Amsterdammers, Hagenaars en Utrechters verhuisden Rotterdammers naar gemeenten als Capelle aan den IJssel, Nieuwerkerk aan den IJssel, Barendrecht. Direct buíten de stad wonen weinig mensen met een laag inkomen, en veel met een hoog inkomen.

Ook dit jaar weer staat in De staat van Rotterdam dat “sinds lange tijd jong, alleen, arm en allochtoon zich in Rotterdam vestigen en dat oud(er), rijk, autochtoon en samen de stad verlaten“. Voornaamste oorzaak van het vestigingsoverschot van kansarme nieuwkomers, zoals het stadsbestuur hen noemt, is de woningvoorraad: veel goedkope huurwoningen, weinig middeldure en dure koopwoningen.

Behalve met de Rotterdamwet probeert het stadsbestuur deze ontwikkelingen te keren met het bouwbeleid. De afgelopen drie jaar is meer dan voorheen begonnen aan de bouw van (middel)dure woningen. Daarvoor wordt soms een hele wijk op de schop genomen. In Nieuw-Crooswijk bijvoorbeeld, worden 1.800 van de 2.100 huizen gesloopt. Ook worden nieuwbouwprojecten (Nesselande, Laag-Zestienhoven) versneld uitgevoerd. In deze collegeperiode zullen zo'n 11.000 nieuwbouwhuizen worden gebouwd. Hiermee haalt het stadsbestuur zijn aan zichzelf gestelde doelstelling.

    • Gretha Pama