Moskou zoekt zijn heil in het oosten

Rusland voelt zich zo vernederd door de Europese Unie en de Verenigde Staten, dat het zich tot Azië wendt om zijn aanzien in de wereld op te vijzelen en weer een centrale speler te worden, signaleert Jonathan Holslag.

De relaties tussen Rusland en Europa zijn onder het Siberisch vriespunt gezakt. In het oosten daarentegen, is de dooi definitief ingezet. Moskou lonkt naar Azië als strategische bondgenoot. In plaats van zijn huidige positie als een verkankerde uithoek van Europa wil Rusland zich ontpoppen tot een centrale speler tussen twee machtsblokken.

Het stond er al lange tijd aan te komen dat de ontevredenheid van Moskou met zijn huidige positie een uitweg moest vinden.

Ten eerste zat het Rusland hoog dat de Europes Unie en de Verenigde Staten voortdurend terrein wonnen in zijn nabije omgeving. Door westers toedoen werden pro-Russische regimes omvergeworpen in Georgië en Oekraïne. Het Kremlin voelde zich meer en meer ingesloten door de oostwaartse uitbreiding van de NAVO en de EU. De ontplooiing van westerse troepen in Afghanistan, Oezbekistan, Tadzjikistan en Kirgizië droegen ook bij tot deze geopolitieke claustrofobie.

Ten tweede werd het standpunt van Moskou ostentatief genegeerd tijdens een aantal belangrijke crisissituaties zoals de Golfoorlog en de interventie in Kosovo. Om de vernedering compleet te maken, werd ook op economisch vlak zout in de wonde gestrooid. Rusland moest aan strenge voorwaarden voldoen om zijn westerse kredietverleners ter wille te zijn. Er worden ook rigide eisen gesteld om het land toe te laten tot de Wereldhandelsorganisatie. Het Kremlin wil er alles aan doen om zich uit deze benarde positie te bevrijden. De dreiging om de gaskraan dicht te draaien was in dit opzicht een onhandige demarche, maar fundamenteel beweegt er meer.

Sinds enkele jaren wordt duidelijk dat Moskou zijn buitenlandse politiek nadrukkelijker oriënteert op de rijzende grootmachten in Azië.

Ten eerste worden de diplomatieke banden aangehaald. De laatste territoriale conflicten met China, Mongolië en Japan werden opgelost. Rusland sloot met China, Japan en India uitgebreide strategische partnerschappen af die formeel het begin inluidden van politieke samenwerking op lange termijn. Het ritme waarmee president Poetin staatshoofden en regeringsleden uit Azië ontvangt, neemt toe. Rusland heeft een plaats weten te veroveren aan de vergadertafels van diverse regionale organisaties zoals de Shanghai Coöperation Organisation en het samenwerkingsproject rond de Tumen-rivier met China, Japan en Zuid-Korea. Rusland kan zich ook bijzonder goed vinden in de Aziatische diplomatieke stijl. Die gaat er immers vanuit dat staten zich niet met elkaars interne aangelegenheden moeten bezighouden en dat onderlinge samenwerking dient te verlopen zonder al te veel regelneverij.

Ten tweede groeien Rusland en Azië ook economisch naar elkaar toe. Waar Rusland nu bijna veertig procent van zijn exportinkomsten verdient met de olie- en gasuitvoer naar Europa, worden vooral de Aziatische landen steeds belangrijkere klanten. De explosieve economische groei in China en India zal de komende decennia ongetwijfeld gevoed worden met Russische grondstoffen.

Moskou puurt ook miljarden uit de Aziatische herbewapening. Het Oosten zal door de uitvoer van goedkopere consumptiegoederen en machines eveneens terrein winnen op Europa. Het groeiend belang van de Russisch-Aziatische handel wordt tastbaar in de vorm van indrukwekkende grensoverschrijdende transportnetwerken. Chinese, Japanse en Koreaanse investeringen zijn bovendien de drijvende kracht achter de langzame economische heropleving van Ruslands verre oosten.

We hoeven uiteraard niet te verwachten dat Vladivostok van vandaag op morgen het Sint-Petersburg aan de Japanse Zee wordt. De economische en politieke herschikking in Azië is een project van lange adem. Er bestaan nog vele onzekerheden en spanningen zoals de wijdvertakte netwerken van Chinese smokkelaars, grensoverschrijdende vervuiling en conflicten met Aziatische migranten.

Rusland put echter zelfvertrouwen uit zijn nieuwe positie op het geostrategische schaakbord. In eerste instantie zal het een einde maken aan de afhankelijkheid van de Europese Unie als belangrijkste economische en politieke partner. Doordat er meer geïnteresseerde kopers opdagen, kan het zijn overvloedige natuurlijke rijkdommen duurder verkopen. De recente nationalisering van de energiesector toont alvast aan dat het Kremlin deze troef volop wenst uit te spelen. Daarnaast wordt langzaamaan ook een tegenoffensief merkbaar. China en Rusland hebben succesvol gelobbyd om een aantal Amerikaanse legerbases in Centraal-Azië te sluiten. Beide staten verhinderen Amerika het spel hard te spelen tegen Iran.

Het blijft nog maar de vraag of de Russische bevolking zal winnen bij de koerswijziging van het Kremlin. De export van olie en gas naar Azië mag dan wel harde valuta in de schatkist brengen, voor nieuwe banen zorgt het nauwelijks. De zwakke Russische industrie komt daarnaast onder zware druk staan van haar Aziatische concurrenten. Moskou zal zich door de harde Chinese politiek in Tibet en Xinjang ongetwijfeld ook gesterkt voelen om ook zijn greep op grensdistricten zoals Tsjetsjenië niet te lossen. Het is bovendien geen geheim dat Poetin met veel interesse kijkt naar de strak geleide Chinese samenleving. De huidige strategische samenwerking met Azië kan het best beschouwd worden als een pact waarmee de betrokken regeringen invloed willen winnen in binnen- en buitenland. Voor Moskou geldt hoe dan ook: Oost west, oost best!

Jonathan Holslag verricht onderzoek voor het European Strategic Intelligence and Security Center (ESISC) te Brussel.

    • Jonathan Holslag