Een stad van extremen

Den Haag vindt zichzelf minder verloederd dan de andere grote steden. Maar de stad heeft wel zes van de tien armste wijken.

Eigenlijk, vindt Den Haag zelf, is de stad een fantastische plek om te wonen: zee, strand en duinen op fietsafstand van het stadscentrum, een chique uitstraling door koninklijk huis en internationale instellingen. Veel groen, veel cultuur en kennis en mooie woonwijken. De stad vindt zichzelf “minder massaal en minder verloederd“ dan andere grote steden. Toch kampt Den Haag, net als de andere grote steden, al jaren met een vlucht van hogere inkomens uit de stad.

Den Haag is een stad van extremen. Je hebt de luxe wijken zoals het Statenkwartier, Duttendel of Benoordenhout, waar landgoederen verscholen liggen tussen de begroeide duinen.

Maar naast die grote rijkdom is er ook veel armoede. In 2003 lagen zes van de tien armste wijken van Nederland in Den Haag - met bijvoorbeeld Schilderswijk, Transvaal en de Stationsbuurt. En dan heb je nog de wijken zoals het Laakkwartier, Rustenburg-Oostbroek - waar volgens de gemeentelijke nota Woonvisie 2020, mensen vaak gaan wonen “bij gebrek aan een beter alternatief“.

Die segregatie tussen arm en rijk is een van de grootste oorzaken van de verarming van de stad. Voor (midden)hoge inkomens is in Den Haag weinig plaats. In de slechte wijken willen ze niet wonen, en de wijken waar ze wel zouden willen leven zijn onbetaalbaar. In de Archipelbuurt, niet eens de chicste wijk van de stad, kost een woning van 150 m2 al gauw een half miljoen euro.

De stad heeft deze “middengroepen' hard nodig, want ze leveren een “blijvend draagvlak voor de culturele, sportieve en andere voorzieningen“, vormen “een potentieel aan werknemers“ en nemen vaak “de initiatieven voor nieuwe bedrijvigheid“. Het zou kunnen verklaren waarom er meer bedrijven uit de stad vertrekken dan dat er in komen, en waarom steeds meer mensen die in Den Haag werken, er niet meer wonen.

De verarming van de stad wordt versterkt door een “constante instroom van huishoudens met lage inkomens die elders (in de regio) geen woning kunnen vinden“. Die instroom kan “ernstige vertraging“ veroorzaken bij wat Den Haag ziet als dé manier om de “middengroepen' te behouden: grootschalige herbouw van onaantrekkelijke wijken. Want als die goedkope huizen arme mensen blijven aantrekken, kunnen ze moeilijk gesloopt worden.

In de Schilderswijk is de stadsvernieuwing al bijna voltooid - wat overigens nog nauwelijks tot verbetering heeft geleid. Transvaal zit midden in een facelift. Woningcorporaties begonnen daar in 2003 met de sloop van de helft van hun huurwoningen. Centrale gedachte is om oude, te kleine huurwoningen voor een deel te vervangen door moderne, grotere koophuizen die aantrekkelijk moeten zijn voor de mensen die nu de stad verlaten. Vergelijkbare projecten zijn er in Duindorp, Den Haag Zuidwest, Rustenburg-Oostbroek, het Laakkwartier en Spoorwijk.

Den Haag kan weinig anders. Uitbreiden kan niet meer - met de bouw van Wateringse Veld, Leidschenveen en Ypenburg is de grond op. In het zuiden liggen de kassen, voor de rest is Den Haag omsingeld door stedelijk gebied.

Den Haag lijdt onder een “bleek en saai imago“, vindt de gemeente zelf. Maar dat is ook een kans, denkt het stadsbestuur: degelijkheid en rust zijn in. Toch moet de stad meer metropolitane allure uitstralen. Wie vanuit Utrecht Den Haag binnenrijdt (of op de gemeentesite kijkt), ziet wat dat betekent: een heuse skyline, die de komende tien jaar nog indrukwekkender moet worden.

Maar er is meer dan alleen bouwen, zo probeert de stad veel toeristen te lokken. Zo is er een Engelstalige website, om buitenlanders te helpen hun weg in de stad te vinden. Deze promotie lijkt in één geval in ieder geval gelukt: Journalist Gordon Sander schreef in de New York Times een lovend artikel over antiek- en designwinkels en restaurants onder de kop: The Hague City Gets Its Buzz Back.

    • Derk Stokmans