De baas van Supervlaai is geëmigreerd

De witte middenklasse verlaat de grote stad. Daardoor worden wijken armer. In het Utrechtse winkelcentrum Kanaleneiland is dat goed te zien.

Het is een prachtig winkelcentrum, op Kanaleneiland. Mooie Albert Heijn, keurige Edah, glimmende kazen bij het Kaasfestival, fris fruit bij Van der Laan, kleurige snoep bij Jamin.

Toch heeft het winkelcentrum het moeilijk. De omzetten lopen al jaren terug, ondanks een ingrijpende verbouwing in 1996. De lampenwinkel is vertrokken, modehuis Doek houdt opheffingsuitverkoop. De eigenaar van Supervlaai is geëmigreerd en ook de eigenaren van de groentezaak, Jamin en brasserie Entrée hebben hun zaken overgedaan aan nieuwe eigenaren. “Er is hier en daar een leegstandje“, zegt Remco Klomp, van projectontwikkelaar Ceylonstaete, dat eigenaar is van het winkelcentrum.

Dat komt doordat de winkels niet meer bij de klanten passen. De wijk Kanaleneiland werd in de jaren zestig gebouwd voor de witte, gegoede middenklasse. Toen uit Marokko en Turkije de gastarbeiders kwamen, werden ze in Kanaleneiland geplaatst, omdat daar veel sociale huurwoningen waren. De Nederlanders die een koophuis konden betalen, vertrokken. In hun huizen kwamen weer meer allochtonen te wonen. Zo verkleurde de wijk in snel tempo. Nu is 70 procent van Turkse en Marokkaanse afkomst.

De winkels verkleurden niet mee. “Winkelcentrum Kanaleneiland is een wit eiland te midden van een zwarte zee“, zegt Remco Klomp. De allochtonen vinden er weinig van hun gading, en er zijn niet genoeg autochtone klanten.

“Zij kopen niet bij ons“, beamen Arie en Marga de Bruin van het Kaasfestival. “Ze hebben hun eigen winkels. Bijvoorbeeld in de moskee, hier vlakbij. Of buiten het winkelcentrum. Daar zijn allemaal Turkse en Marokkaanse winkels.“

“Allochtonen hebben hier niets te zoeken“, zegt ook de bedrijfsleider van de Jamin, Ismail Aydin. Hij is zelf van Turkse afkomst, maar weet dat daarom des te meer. “Jamin is een Nederlandse naam, dat zegt allochtonen niks“, zegt hij. “Ze komen hier hooguit als hun kinderen de winkel in lopen.“

Aydin denkt dat allochtonen “toch een andere manier van winkelen hebben“: “Ze lopen geen winkels af, maar gaan alleen als ze iets nodig hebben. Ook is de prijs heel belangrijk“, zegt hij. Het winkelcentrum heeft louter winkels voor de witte, “shoppende' klant.

De grote steden worden armer, doordat autochtonen de stad verlaten. De allochtonen die ervoor in de plaats komen, kunnen dat “verlies' niet goedmaken, zo blijkt uit onderzoek van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS), dat becijferde dat tussen 1999 en 2003 door het vertrek van autochtonen 869 miljoen euro aan koopkracht uit de vier grote steden is “weggelekt'. Niet-westerse allochtonen brachten daarvoor “slechts' 182 miljoen terug.

Het zijn niet zozeer de stadscentra die de gevolgen merken van deze “witte vlucht', zegt Paul Tankink, directeur van projectontwikkelaar Corio, eigenaar van Hoog Catharijne in Utrecht. De winkels daar blijven klanten trekken, omdat ze een regiofunctie hebben. Maar op wijkniveau is er wel een koopkrachtverlies.

“Wat we zien“, zegt ook Anneke de Vries, directeur van ING Real Estate, “is dat in wijken waar de autochtonen verdwijnen, het ondernemersveld verkleurt. Als een wijk verkleurt, zie je dat het eerste aan de detailhandel.“

Op Kanaleneiland is het resultaat van de “witte vlucht' goed te zien. De bibliotheek is nu een moskee. De middelbare school is gesloten, omdat deze verzwartte en daardoor te weinig leerlingen trok. Ceylonstaete, eigenaar van het winkelcentrum, heeft met de gemeente een plan gemaakt om het centrum te reorganiseren - onderdeel van een revitalisering van de hele wijk. Het winkelcentrum gaat uitbreiden naar 32.000 vierkante meter. Dat is nu 20.000, zegt ontwikkelaar Klomp. “Het winkelcentrum dient zich meer te kleuren naar de wijk en ook daar een deel van zijn identiteit aan te ontlenen“, staat er in het projectplan. Er moet een bazaar komen. Op de plek waar nu Albert Heijn zit, komt een overdekte markthal. “Ik denk aan een mediterrane markt“, zegt Klomp, waar allochtone ondernemers vis, groente, vlees en andere exotische producten aanbieden.

Hij denkt dat ook autochtonen op de bazaar afkomen, “omdat die het leuk vinden exotisch te winkelen“. Er komen ook een grote nieuwe Albert Heijn, een XXL, en een Aldi, twee winkelketens die nu al bij beide doelgroepen populair zijn. Verder hoopt Klomp ketens als H&M en C&A te interesseren.

Ramazan Dogan, die in het bestuur van de moskee zit, is enthousiast over de bazaar. De bazaar die er nu incidenteel is op de parkeerplaats, is veel te klein. Het is er vreselijk druk en als je eindelijk aan de beurt bent, is alles op, zegt hij. Met de nieuwe bazaar - “hoe groter hoe beter“ - hoopt hij dat autochtoon en allochtoon meer samen gaan winkelen.

De ondervraagde allochtone winkelende vrouwen op Kanaleneiland willen allemaal “meer kledingwinkels“, met een minder traditioneel aanbod. Fatiha Hazzout bijvoorbeeld zou graag een H&M willen. Anderen noemen een We en een Superstar. Mevrouw Lokradi mist een “winkel waar ik een lampje voor mijn naaimachine kan kopen of een winkel waar ik stof kan kopen om kleren te maken“.

Klomp van Ceylonstaete hoopt dat de zittende ondernemers op Kanaleneiland hun roep ter harte zullen nemen. “Tot nu toe hebben ze genegeerd dat de wijk van kleur is verschoten“, zegt hij. “Ik zeg: probeer te veranderen, anders komen ze nooit meer naar je winkel“, zegt Klomp. “Je kan ontkennen dat 70 procent hier allochtoon is, maar beter is het je aan te passen.“

Dat dat kan, bewijst poelier Frans Sier. Hij verkocht een jaar geleden nog beenham, spare ribs, worsten. Maar moslims lieten zijn winkel links liggen, omdat hij varkensvlees verkocht en zijn overige vlees niet halal was, niet ritueel geslacht. Dus nam hij vorig jaar een rigoureus besluit. Hij veranderde zijn naam in Chicken Today, “om een meer internationale uitstraling te krijgen“ en verkoopt nu nog louter 100 procent halal-kippenvlees. “De wijk heeft voor 78 tot 82 procent een moslim-achtergrond“, zegt Sier. “Daar moet je wat mee.“ Sindsdien verkoopt hij 12 procent meer. “Ik doe het 20 procent beter dan de rest van mijn branche.“

Tot nu toe is hij de enige op Kanaleneiland die zijn winkel heeft aangepast. In de Supervlaai staat weliswaar nu een eigenaar van Marokkaanse afkomst, Rachid Achelhi, maar hij heeft niet ineens een ander assortiment. “Marokkanen eten ook vlaai“, zegt hij lachend. Ook bij Jamin, waar Ismail Aydin de scepter zwaait, is er niets aan het assortiment veranderd. “Ik zou wel willen, bijvoorbeeld meer producten die de Turkse en Marokkaanse doelgroep koopt bij geboorten, met Arabische teksten erop. Maar die zijn vaak te duur“, zegt hij. Bovendien moet hij het assortiment van Jamin verkopen.

Bij het Kaasfestival vinden ze het allemaal maar onzin. Hoezo aanpassen, zegt eigenaar Arie de Bruin, die het idee voor de bazaar “onzin“ noemt omdat het concurrentie zal opleveren met de zittende winkels. “Wij moeten ons niet aanpassen aan hen, zij moeten zich aanpassen aan óns“, zegt hij.