Borssele en daarna

Borssele blijft dus nog 27 jaar open. De kerncentrale aan de Westerschelde zou aanvankelijk in 2013 dicht moeten, maar staatssecretaris Van Geel (Milieu, CDA) heeft gisteren schriftelijk aan de Tweede Kamer laten weten dat Borssele pas eind 2033 de poorten sluit. Dat is geen onomstreden beslissing - er is nu eenmaal een stevig maatschappelijk verzet tegen kernenergie. Maar het is een logisch en voor de korte en middellange termijn verstandig besluit. De centrale produceert voor weinig geld schone stroom.

Als het kabinet tegen de afspraak met de exploitant in Borssele in 2013 dicht zou doen, zoals aanvankelijk afgesproken in het regeerakkoord, had dat waarschijnlijk een schadeclaim van honderden miljoenen euro's opgeleverd. Dit financiële argument is minstens zo belangrijk als waar Van Geel gisteren mee kwam. De centrale moet volgens hem mede openblijven omdat dat goed is voor het milieu. Het leidt tot een reductie van de CO2-uitstoot en tot de ontwikkeling van duurzame energie. Wellicht is dat waar - er zijn in ieder geval afspraken over gemaakt - maar het is ook een beetje vergezocht. En het neemt oude en nieuwe bezwaren tegen kernenergie niet weg: het probleem van de opslag van kernafval en het gevaar dat kwaadwillenden misbruik maken van uraniumverwerking voor kernwapens of een kerncentrale als doelwit voor terreur kiezen.

Kernenergie is een onvolmaakte vorm van energieopwekking. Er zijn wel degelijk bezwaren aan verbonden: zie het voorafgaande. Kernenergie is bovendien net zo eindig als olie of gas, omdat er nu eenmaal een beperkte hoeveelheid winbare uranium in de grond zit. Toch is het ongewenst dat er in politiek Den Haag nog steeds een taboe rust op nucleaire energieopwekking. Sinds de ramp met de kerncentrale in Tsjernobyl in 1986 is er geen volwassen politiek debat meer gevoerd over nut en noodzaak van kernenergie. Intussen gaat de wereld door met het ontwikkelen en bouwen van nieuwe generaties kerncentrales. Geen Nederlander kan zijn ogen sluiten voor het feit dat inmiddels tweederde van de stroom die ons land importeert, afkomstig is van kernenergie uit onder andere Frankrijk.

Het tijdelijk dichtdraaien van de Russische gaskraan heeft weer eens aangetoond hoe riskant het is van één enkele energiedrager of -leverancier afhankelijk te zijn. Een oud adagium luidt dat de energievoorziening het beste kan worden gespreid over eenderde gas, eenderde steenkool en eenderde kernenergie. Voor de lange termijn levert dat problemen op: het gaat hier exclusief om (eindige) grondstoffen. De noodzaak om door te speuren naar duurzame energie blijft dan ook onveranderd groot. Maar voor de korte en middellange termijn behoort kernenergie een reële optie te zijn; in ieder geval reëler dan tot nu toe het geval is. Het is betaalbaar en betrekkelijk schoon - als er tenminste geen ongelukken gebeuren met het afval of de reactor.

Vroegtijdige sluiting van Borssele zou iets anders zijn als er technische redenen aan ten grondslag zouden liggen. Maar dat is voorzover bekend niet het geval. Alertheid met het kernafval van de Zeeuwse centrale blijft een topprioriteit, en ook staatssecretaris Van Geel kan zijn ogen voor de terreurdreiging niet sluiten. Maar het is goed dat er eindelijk zekerheid is over het voortbestaan van Borssele. Het dwingt de politiek en de samenleving wel tot een te lang uitgesteld debat over een investering in een nieuwe generatie kerncentrales.