Balkan staan grote veranderingen te wachten

2006 kon wel eens een jaar van ingrijpende staatkundige veranderingen in de Balkan worden: de kans is verre van uitgesloten dat Europa eind dit jaar twee nieuwe staten telt, Kosovo en Montenegro.

Serbian Orthodox nuns pray during the celebration of the old-calendar Orthodox Christmas eve in Gracanica monastery in Gracanica in Kosovo, 06 January 2006. The leader of Serbia's Orthodox Church, Patriarch Pavle, warned on Thursday that upcoming negotiations on the troubled Kosovo province must reach a solution acceptable to Serbs. AFP PHOTO / DIMITAR DILKOFF Servische orthodoxe nonnen bidden in de kerk van Gracanica, een van de Servische enclaves in Kosovo. (Foto AFP) AFP

In Montenegro, deelstaat van de unie Servië en Montenegro, ziet de zittende regering van premier Milo Djukanovic met ongeduld uit naar de lente: dan wil zij de Montenegrijnen naar de stembus sturen in een referendum over de onafhankelijkheid, een project waaraan Djukanovic al een decennium met overgave werkt.

Het Montenegrijnse streven naar onafhankelijkheid is in de jaren negentig van harte ondersteund door de Europese Unie: toen immers was in Servië Slobodan Milosevic aan de macht, en alles wat hem kon schaden was welkom. Maar na de val van Milosevic was het opeens uit met de steun voor Djukanovic. Drie jaar geleden drong de EU, in de persoon van buitenlandcoördinator Javier Solana, het toenmalige Joegoslavië een nieuwe staatsstructuur op, de unie Servië en Montenegro. In de grondwet van de unie - spottend Solanië genoemd - staat dat beide deelstaten na drie jaar zouden mogen besluiten of de unie werkt, en of ze ermee willen doorgaan.

De unie heeft nooit gefunctioneerd: de overkoepelende unieregering bestaat alleen in naam, en Servië en Montenegro zijn de afgelopen drie jaar aparte landen gebleven, met elk hun eigen munteenheid, hun eigen economie, hun eigen beleid en een heuse wederzijdse grens. Zelfs verkiezingen voor het unieparlement, die vorig jaar hadden moeten worden gehouden, zijn er nooit gekomen.

De periode van drie jaar die de EU in 2002 afdwong, heeft vanuit het standpunt van de EU achteraf gezien contraproductief gewerkt, omdat Djukanovic de pauze heeft gebruikt om zijn tegenstanders buitenspel te zetten. Zelfs politieke rivalen die net als hij vóór de onafhankelijkheid zijn, zijn als tegenstanders van de onafhankelijkheid afgeschilderd en politiek in de vergetelheid weggezakt.

Inmiddels is duidelijk dat het referendum er komt: Djukanovic heeft er zijn politieke lot aan verbonden en kan zich niet meer permitteren te zwichten voor druk uit Brussel. Servië heeft zich daar inmiddels bij neergelegd en zal het referendum in de kleine deelstaat in het zuiden niets meer in de weg leggen. Brussel probeert de leiding in Podgorica nog te dwingen tot aanpassingen die een kans op afwijzing van de onafhankelijkheid bevorderen - zo is de vraag of de onafhankelijkheid moet worden gesteund door de helft plus één van het hele electoraat of de helft plus één van de opgekomen kiezers - maar dat lijkt gesleutel in de marge. De oppositie in Montenegro, waarvan het grootste deel tegen onafhankelijkheid is, laat nauwelijks nog van zich horen en volgens de peilingen gaan de Montenegrijnen in de lente met een kleine meerderheid voor de onafhankelijkheid stemmen.

Parallel aan deze ontwikkeling loopt het proces-Kosovo. VN-gezant Martti Ahtisaari peilt sinds de herfst van vorig jaar de meningen over de toekomstige status van deze bij Servië behorende, maar door de VN bestuurde regio. Hij doet dat niet alleen in Servië en Kosovo, maar ook in de buurlanden, in Brussel en in de landen van de Contactgroep (de VS, Rusland, Groot-Brittannië, Frankrijk, Duitsland en Italië). De standpunten van de vele partners zijn duidelijk. De Kosovaarse Albanezen eisen formeel volledige onafhankelijkheid - al is hun standpunt niet eenduidig: de regering onder president Ibrahim Rugova is informeel bereid genoegen te nemen met de “voorwaardelijke onafhankelijkheid' die delen van de internationale gemeenschap in gedachten hebben, terwijl de oppositie in meerderheid vasthoudt aan de volledige, onbeperkte onafhankelijkheid of zelfs überhaupt tegen het hele statusoverleg is. De Serviërs eisen dat Kosovo deel blijft uitmaken van Servië, maar bieden de Albanezen wel maximale autonomie. Deze standpunten zijn niet te verzoenen. De internationale gemeenschap aarzelt tussen algehele en voorwaardelijke autonomie voor Kosovo. In de laatste optie zou Kosovo nog jaren onder internationaal bestuur blijven staan, maar geen deel meer uitmaken van Servië. Het is de bedoeling dat Ahtisaari in februari of maart zijn conclusies voorlegt aan de Veiligheidsraad van de VN.

Wat daarna gebeurt, is een open zaak. In kringen van waarnemers doen inmiddels de nodige doemscenario's de ronde, want geen Servische regering kan het eigen volk een van buiten opgelegde afscheiding van Kosovo verkopen. De huidige regering zal dus aftreden. Wie winnen dan de vervroegde verkiezingen? De extremistische, ultra-nationalistische Radicalen, al tijden de grootste partij van Servië. En wat gebeurt er als betogingen tegen het statusoverleg of de uitslag daarvan in Kosovo uitlopen op geweld? En wat gebeurt er met de Servische enclaves in Kosovo, en de 60.000 tot 100.000 Serviërs die daar wonen? Welke status krijgen ze binnen een onafhankelijk Kosovo? En blijven ze in hun enclaves in heel de regio wonen of gaan ze allemaal naar hun kerngebied, het noordelijk deel van de regio, rond Mitrovica, hetgeen zou neerkomen op een spontane etnische zuivering in Kosovo? En roepen ze daar dan misschien hun aansluiting bij Servië uit? En kan de onafhankelijkheid van Kosovo (en die van Montenegro) de Bosnische Serviërs en de Macedonische Albanezen aanmoedigen naar aansluiting bij Servië respectievelijk Albanië te streven?

De situatie in Kosovo wordt ook gecompliceerd door de ziekte van de Kosovaarse president Ibrahim Rugova, die in Duitsland aan longkanker wordt behandeld. Sinds hij zijn ziekte bekendmaakte, is het stil geworden in Pristina: niemand durft zich uit te spreken over de opvolging van de doodzieke vader des vaderlands. Wie dat wel doet, zet zichzelf als potentiële kandidaat buitenspel omdat hij als te gretig overkomt. Parlementsvoorzitter Nexhat Daçi vergiste zich onlangs. Hij zei iets - niets bijzonders - en werd prompt door de aanhang van Rugova verketterd als een politieke hyena die Rugova's dood niet kan afwachten.

    • Peter Michielsen