Alle partijen Darfur krijgen wapens ondanks embargo

Ondanks een internationaal wapenembargo blijven wapens toestromen naar zowel anti-regeringsrebellen in de West-Soedanese regio Darfur als Arabische milities die namens de regering tegen de Afrikaanse opstandelingen vechten. Dat meldt een door de Verenigde Naties benoemde commissie van deskundigen in haar slotrapport, dat gisteren in New York is uitgelekt.

In het rapport worden alle partijen in het conflict verder beschuldigd van grootscheepse schendingen van de mensenrechten en worden sancties bepleit tegen sleutelfiguren in alle groepen. Hun zou onder andere een reisverbod moeten worden opgelegd.

Het 142 pagina's tellende rapport zou volgens plan afgelopen maandag naar de Veiligheidsraad van de VN worden doorgestuurd. Maar Qatar, het enige Arabische lid van de Veiligheidsraad, en China, dat oliebelangen in Soedan heeft, blokkeerden dat nog.

De commissie van deskundigen had tot taak toe te zien op het wapenembargo dat in juli 2004 door de Veiligheidsraad werd opgelegd aan alle niet-regeringspartijen in Darfur in een poging het bloedige conflict in het gebied in te dammen. Zij kwam tot de conclusie dat alle partijen, voorop de Soedanese regering en de rebellen van het Soedanees Bevrijdingsleger, zich schuldig maken aan “consistente, opzettelijke en systematische schending“ van het staakt-het-vuren dat in april 2004 werd overeengekomen.

Volgens de deskundigen krijgen de rebellen wapenhulp uit de buurlanden Tsjaad, Eritrea en Libië. Ook ex-rebellen in Zuid-Soedan, die vrede hebben gesloten met de regering, sturen wapens naar de opstandelingen in Darfur. Zij trainen hen ook. De regering op haar beurt heeft troepen, wapens en gevechtshelikopters uit het zuiden naar Darfur verplaatst en de Arabische milities die haar bondgenoten zijn, wapens geleverd.

Begin 2003 ontaardden jarenlange tribale conflicten over water en land in oorlog toen Afrikaanse rebellengroepen de wapens opnamen. De regering in Khartoum wordt ervan beschuldigd Arabische milities te hebben losgelaten op Afrikaanse burgers. Naar schatting 180.000 doden zijn sindsdien bij het conflict gevallen, onder andere bij moordpartijen in dorpen en als gevolg van door de strijd veroorzaakte hongersnood.