Risico nemen is niet iets verwerpelijks

In de discussie over de vertrouwenscrisis tussen overheid en burger wordt over het hoofd gezien dat politici uit angst om fouten te maken weinig opzienbarends durven, betoogt Marjolein van Asselt. Ze durven best, maar beseffen niet dat nieuw beleid vaak ten koste gaat van de burgers, meent daarentegen Lukas van Spengler.

Een knappe zet van Tom Zwitser (Opiniepagina, 2 januari) om de stellingnames van Mark Bovens en Jaap van Duijn (Opinie & Debat, 31 december) op elkaar te betrekken.

Op basis hiervan betoogt Zwitser dat ook de politiek besmet is met een “managerscultuur' waarin het uitbannen van risico's het hoogste doel is. Ook burgers verliezen dan de motivatie om risico te nemen.

Zwitser neemt Bovens kwalijk geen oog te hebben voor dit algemene klimaat. Maar ook Zwitser slaat een plank mis. Net als Van Duijn noemt hij risico en fout in één adem. En daar begint een probleem.

Een fout is een verkeerde, laakbare handeling en wordt geassocieerd met “schuld', en zelfs met “eigen schuld, dikke bult'. Fout betekent dat de uitkomst van te voren, of tenminste op het moment van handelen, bekend was of had kunnen zijn.

Maar risico heeft altijd betrekking op onzekere situaties, op iets dat zou kunnen gebeuren. Een gewenste afloop is geen garantie. Een parachutespringer loopt een risico, maar is geen kamikaze-piloot of zelfmoordterrorist. Risico nemen betekent iets durven doen of laten, terwijl de uitkomst ongewis is. Dat is iets heel anders dan willens en wetens verkeerd handelen.

Door risico gelijk te schakelen aan fouten, ondermijnen Zwitser en Van Duijn de door hen zo vurig gewenste innovatiecultuur. Risico nemen is dan namelijk niet meer het lef om het onbekende met open vizier tegemoet te treden, maar vragen om moeilijkheden. Als Zwitser en Van Duijn iets willen veranderen, dan moeten ze dus ophouden om over risico te praten als fouten. En al helemáál als ze de politieke cultuur willen bewegen. Zoals Bovens en collega 't Hart in hun studie Understanding policy fiascoes (1996) aantoonden, is het voor politici desastreus als hun handelen als “fout' wordt bestempeld. Als het nemen van risico's de kans op fouten vergroot, dan zal een verstandig politicus dus minder risico nemen. Het gelijkschakelen van risico en fout bevordert dus risicomijdend gedrag.

Risico paren aan fouten is niet een toevallige verspreking. Het zit dieper. Het is geworteld in de westerse angst voor onzekerheid. Peters, die ook reageerde op Bovens (Opiniepagina, 3 januari), stelt dat zekerheid een “basale conditie is voor het welbevinden“. Dat zal niet snel opgevat worden als een controversiële stellingname.

In de klassieker Allemaal andersdenkenden (1991), toont Geert Hofstede, nog altijd Nederlands meest geciteerde sociaal-wetenschapper, aan dat behoefte aan zekerheid een zeer dominant westers trekje is.

Ik liet studenten eens hun associaties met onzekerheid opschrijven. Daar zat geen enkele positieve emotie bij. Wetenschappers praten vaak over onzekerheid als “meetfouten' en “foutenmarges'. Het effect is dat het lijkt of ze grip op de zaak hebben. Praten over fouten is het ontkennen van de onvoorspelbaarheid inherent aan onzekere situaties.

Onze cultuur is geworteld in een grondige afkeer van onzekerheid. Dat het overheidsvangnet “sociale zekerheid' heet, is even typerend als misleidend. Onze gezamenlijke inspanningen zijn gericht op het construeren van quasi-zekerheden, juist als onzekerheid troef is.

De gelijkenis met Don Quichotte ontgaat menigeen. Maar de illusie van zekerheid is minder onschuldig dan het najagen van windmolens. De beroemde Duitse socioloog Ulrich Beck betoogt dat het uitmondt in “georganiseerde onverantwoordelijkheid“.

We creëren een systeem waarin het nemen van risico's wordt afgeremd, terwijl het tegelijkertijd onmogelijk wordt om verantwoordelijkheid te nemen voor ongewenste aflopen. Want dat staat gelijk aan schuld bekennen. Dus ontstaan allerlei impasses.

Niet onzekerheid leidt tot die verlamming. Het probleem zit in de reflexen waarmee we op het gemis aan volledige zekerheid reageren. Erkenning van onzekerheid zou juist de angel eruit kunnen halen.

Kunnen we het erkennen van onzekerheid als een teken van kracht zien? Of worden we liever zoet gehouden met stellige pretenties en aangename geruststellingen? En keren we ons af van de politiek en onfortuinlijke ondernemers als de illusie wordt ontmaskerd?

Dr.ir. Marjolein van Asselt is senior-onderzoeker bij de faculteit der cultuurwetenschappen van de Universiteit Maastricht en de onderzoeksschool Wetenschap, Technologie en Moderne Cultuur en lid van De Jonge Akademie (KNAW).

    • Marjolein van Asselt