Onnodige kinderzitjes

Onder de heilboodschappen voor de burgers op de site van Postbus 51 wordt ook een nieuwe verplichting aangekondigd tot de aanschaf van autostoeltjes voor kinderen tot twaalf jaar. Ouders moeten deze stoeltjes kopen voor hun kinderen met een lengte van maximaal 135 centimeter en een gewicht van hooguit 36 kilo. De regels voor kinderen tot 150 centimeter en voor auto's die te weinig gordels hebben en de nog strengere verplichtingen over twee jaar, zijn te moeilijk om in kort bestek uit te leggen, laat staan dat ze door de doorsnee-burger begrepen zullen worden. Bovendien hoeven niet-ouders voor kortdurend vervoer van kinderen geen zitjes te hebben, zodat de wet moeilijk valt af te dwingen. Er mogen steeds minder kinderen met de auto mee, dus ook om die reden worden Europese gezinnen kleiner. De nieuwe verplichtingen, die trapsgewijs dit jaar en in 2008 worden ingevoerd, zijn te danken aan de Europese Unie, die ook na de trammelant rond de Europese Grondwet niet is opgehouden met de overproductie van regels.

Kinderzitjes hebben natuurlijk nut. Een kind dat te laag zit, kan weliswaar bij bepaalde ongelukken de riem in de hals krijgen of uit de riemen worden geslingerd. Maar een kind in de auto loopt nog altijd veel minder gevaar dan een kind op straat buiten de auto. Vandaar dat kinderen steeds meer overal met de auto heen worden gereden. Dat is kennelijk veilig, want kinderen van 0 tot 14 jaar overlijden verreweg het minst in het verkeer. In 2004 waren er in Nederland 36 kinderen in die leeftijd onder 881 verkeersdoden.

Veiligheidsmaatregelen zijn geen resultaat van een rationele afweging van risico's, maar zoeken de weg van de minste politieke weerstand. Een verbod op motoren zou veel verkeersdoden schelen (91 in 2004), maar is onhaalbaar. In de auto wordt het sneller veilig dan erbuiten. De Europese autoriteiten kunnen wel ouders verplichten tot het kopen van kinderstoeltjes voor hun reeds beveiligde auto's, maar slagen er niet in om de auto-industrie te dwingen auto's te maken die veilig zijn voor de andere verkeersdeelnemers. De technologie bestaat wel, maar wordt mondjesmaat toegepast. Voor de meeste automobilisten is veiligheid voor andere verkeersdeelnemers geen aanbeveling omdat ze denken dat ze zelf goed genoeg rijden. De gevaarlijke, zware SUV is populair.

Beter dan de burger kan de de auto-industrie gedwongen worden tot het aanbrengen van veiligheidsvoorzieningen. De nieuwe lobby om alle Europese auto's overdag licht te laten voeren moet autofabrieken maar overtuigen om nieuwe auto's met zuinige, altijd brandende led-verlichting te produceren in plaats van automobilisten te verplichten altijd het duurdere gloeilicht aan te doen. Ook voorzieningen voor kinderen kunnen vast worden aangebracht. Dankzij langdurig verblijf op die veilige achterbank passeren kinderen op steeds jongere leeftijd het maximale gewicht van 36 kilo voor het kinderzitje - zodat het in de toekomst minder nodig zal zijn.