Muur van leem in modern huis

Beton, hout en baksteen zijn de meest toegepaste bouwmaterialen in woningen. Bouwers en bewoners zijn onzeker over piepschuim, leem of stro. Terwijl die genoeg voordelen hebben.

Als het gaat om bouwmaterialen voor huizen, is Nederland aartsconservatief. Architecten twijfelen aan de duurzaamheid van een huis van onbekend materiaal. Aannemers schuwen nieuwe bouwmaterialen omdat ze onzeker zijn over de verwerkingswijze. En huizenkopers hebben gewoon een goed gevoel bij traditioneel. Beton, hout en baksteen blijven de grote vedettes van het bouwtoneel, terwijl piepschuim, leemstenen, polyester en strobalen al jaren veelbelovend wachten in de coulissen.

Neem leem. De fabricage van een meter bakstenen muur kost tien- à twintigmaal zoveel energie als een meter leem, want leemstenen worden niet gebakken. Leembouw is dus beter voor het milieu - ook binnenshuis. Volgens Rokus Oskam uit Lekkerkerk, Nederlands grootste leverancier van leemstenen, neemt leem twintig maal zoveel water op als baksteen, waardoor de luchtvochtigheid minder schommelt. Oskam: “Een kamertemperatuur van 16 graden voelt bij een luchtvochtigheid van 70 procent veel kouder aan dan bij 40 procent.“ Door de interne vochtigheid slaat leem warmte ook beter op. Oskam: “In de Nederlandse bouw ligt de nadruk op isoleren en nog eens isoleren. Dan ga je dus alleen nog maar lucht verwarmen. Veel interessanter is de combinatie van isolatie met het opslaan van warmte - bijvoorbeeld van de zon die 's middags naar binnen schijnt, of van een houtkachel - zodat die later weer kan worden afgegeven. Lemen muren zijn daar ideaal voor.“

Hij signaleert een aantrekkende markt voor lemen binnenmuren, met buitenmuren van gewoon baksteen. Sommige afnemers kiezen voor een rustiek effect door de lemen binnenmuur zo te laten, de andere mogelijkheid is afsmeren met leemstuc en daarop een vochtdoorlatende verf. Een buitenmuur van puur leem kan in Nederland niet, die zou wegspoelen in de regen. Daarom gaat er, als het al gedaan wordt, een paar procent cement door het leem en door de mortel.

Met de bouw van Nederlands eerste piepschuimen huis in 2004 kregen aannemer Ben Bos van Veerhuis Beheer en partners veel media-aandacht maar weinig navolging, vertelt Bos op de bovenverdieping van Het Veerhuis, bovenop een dijk bij Volendam. Het is winters koud, het waait hard, maar het is behaaglijk warm en het pand is nog steeds niet weggeblazen.

In het Midden-Oosten heeft het piepschuimen huis wel succes. Syriërs en Egyptenaren waarderen de extreem hoge isolerende werking, waardoor het huis in een warme omgeving koel blijft; Turken vallen voor de bestendigheid tegen aardbevingen. Bos: “Dit hele huis weegt 29 ton, het heeft geen fundering, en met een hijskraan zet je het zo ergens anders neer.“ Humoristische reacties op piepschuim als bouwmateriaal - Bos weet er alles van - worden nog eens aangemoedigd doordat de bouw zo goedkoop is.

De bouw begint met een stalen skelet, daartussen worden muren razendsnel opgetrokken van EPS-blokken (expanded poly styrene) van 30 centimeter dik. Een tweede muur en spouw zijn niet nodig. Een gloeidraad snijdt de blokken op maat, en net zo makkelijk recht als rond, bijvoorbeeld voor een portiek of veranda met mediterrane poortjes. Aan de buitenzijde zorgt een speciale stuclaag met polyester matten voor stevigheid, daaroverheen gaat een verfje of regulier buitenstuc op cementbasis.

Bos wijst naar buiten, naar de huizen van Volendam. “Die staan allemaal op palen, anders zakken ze weg in de bodem. Een EPS-huis is juist voor de natte delen van Nederland ideaal omdat het zo licht is. Een laag schuimbeton op het veen en daarop bouwen. Klaar.“

Ook licht en snel: strobalen. Het idee is al zo oud als de geperste strobaal, 125 jaar. In Nederland staan nu een kleine tien huizen van stro. Balen kosten een euro en laten zich snel stapelen.In het Friese Warns betrekt Eef Bruinsma deze zomer met zijn gezin een zelfgebouwd strobalen woonhuis van 1.500 kuub. “Voordat je stahoogte hebt bereikt, beginnen de muren te wiebelen. Dat los je op met extra zware deur- en raamkozijnen, met verticale balken die van de vloer naar de daklijst lopen. Verder bouw je de dakconstructie voordat je balen gaat stapelen, zodat ze rondom zitten ingeklemd.“ Stro isoleert zeer goed en zorgt net als leem voor geweldige vochtregulatie. Dat vocht moet probleemloos door de stuclaag naar buiten kunnen, anders wordt het stro nat en rot het huis weg. SLP Trading in Borne ontwikkelde een speciale stucmortel. En de balen mogen niet zomaar op de betonnen fundering liggen, dat rot ook. Nog een probleem: het oppervlak van een ruwe strobalen muur vraagt om erg veel stucmortel.

Huizen met zeer dunne muren zijn onder meer te zien achter het gebouw voor Elektrotechniek van de TU Delft: studentenwoningen, van drie bij negen meter en 2,60 meter hoog, opgetrokken uit polyester matten met epoxyhars. Binnen zit een laag PIR-schuim voor geluids- en warmte-isolatie, daartegen zit 12 millimeter dik vezelcementplaat voor vochtabsorptie (een paar centiliter per vierkante meter) en om schilderijtjes aan op te hangen.

Kosten: 20.000 euro per woning inclusief douche, keuken, plaatsing en aansluitingen - de helft of zelfs eenderde van een gewone studentenflat. Holland Composites in Lelystad heeft al 600 van deze Space Boxen gebouwd en geplaatst. Directeur Pieterjan Dwarshuis: “Het is natuurlijk een beetje kamperen. We kunnen de boxen ook twee aan twee koppelen, dan heb je al 36 vierkante meter. We werken nu aan echte woningen, van geschakelde modules.“ Volwaardige woningen in één keer bouwen gaat lastig in verband met het transport. Tot vijf meter breed is mogelijk, maar al relatief duur door de benodigde ontheffingen en vereiste motoragenten. Op termijn wil Dwarshuis gaan bouwen in biologisch afbreekbare polymeren. “Polyester heeft niet zo'n goed imago, al is het technisch uitstekend.“

Bij TNO Bouw in Delft ontvouwt energiespecialist Berrie van Kampen een folder met weer een ander plan: kunststof dakelementen met geïntegreerde zonnecellen. Zonne-energie opwekken met bouwmaterialen scheelt geld en moeite: geen panelen die boven de pannen uitsteken. De winst wordt nog groter als de onderliggende constructie de mogelijkheid biedt voor vastzetten en elektrisch schakelen in één beweging. De modules zijn twee maal zes dakpannen groot, met randen die aansluiten op gewone dakpannen en in het midden een vlak zonnepaneel.

De wens om te bouwen met zonnepanelen beperkt wel het aantal leveranciers. Daarom ontwikkelde TNO Bouw samen met onder meer dakelementenfabrikant Opstalan een tussenoplossing: het “zonnedak totaal'. Op het dak ligt de synthetische variant van bitumenpapier, EPDM-dakfolie, met daarop een systeem van rails. Montage en elektrische schakeling van zonnestroompanelen en - met waterslangen erbij - zonnewarmtecollectoren in allerlei maten zijn dan mogelijk.

Zonnepanelen in de vorm van platte dakpannen, die dus ook de waterkering verzorgen, worden gemaakt door Lafarge in Montfoort. Het ultieme idee voor bouwen met zonnecellen is in ontwikkeling bij Akzo Nobel: een folie die gewoon op beton of een ander bouwmateriaal wordt geplakt. Cruciaal voor het succes wordt bovenal de prijs. Akzo streeft naar minder dan 1 euro per watt bij optimale zon, een kwart van wat reguliere zonnepanelen per watt kosten. Van Kampen: “Het rendement per vierkante meter wordt vrij laag, maar dat hindert niet, want het gaat om grote oppervlakken. En door de lage prijs per watt kan de zonnestroom uit folie ruimschoots concurreren met gewone elektriciteit.“