Marokko: geen excuses na repressie

Politieke en juridische hervormingen moeten schendingen van de mensenrechten in Marokko in de toekomst voorkomen. Maar de staat biedt niet officieel zijn excuses aan voor de staatsterreur die tientallen jaren plaatshad onder het regime van wijlen koning Hassan II. Dat waren de belangrijkste elementen van de toespraak waarmee de Marokkaanse koning Mohammed VI het onderzoek van de Marokkaanse “waarheidscommissie' officieel heeft afgesloten.

De “Instantie van compensatie en vergeving' (IER) legde meer dan 22.000 dossiers aan van de moorden, verdwijningen en martelingen die plaatshadden vanaf de jaren zestig tot in de jaren negentig. Even uniek in de islamitische wereld was dat slachtoffers als getuigen konden optreden. De commissie publiceerde eind november haar rapport, waarin een van de meest omstreden conclusies bestond uit de aanbeveling dat de staat officieel zijn excuses aanbood voor de misstanden.

In zijn toespraak naar aanleiding van het rapport betoonde koning Mohammed vrijdag zijn medeleven met de slachtoffers, zonder echter de aanbevolen excuses te maken. De koning kondigde tevens de benoeming aan van commissievoorzitter Driss Benzekri, een voormalige politieke gevangene, als voorzitter van het raadgevende comité voor de mensenrechten. Deze instelling moet met aanbevelingen komen voor hervormingen die herhaling van de schendingen van mensenrechten in Marokko moeten voorkomen.

Ondanks het uitzonderlijke karakter van de waarheidscommissie, was er tevens veel kritiek op haar functioneren. Zo meenden onafhankelijke mensenrechtenorganisaties dat de schatting van het aantal slachtoffers (600 doden en 17.000 anderszins getroffenen) ruim aan de lage kant was. Tevens werd gekritiseerd dat de veronderstelde verantwoordelijken van de misstanden buiten schot bleven. Een belangrijk aantal van hen bekleedt nog steeds belangrijke posten in het staatsveiligheidsapparaat. Ook in liberale kring, bij monde van het zakenblad L'Economiste, werd geklaagd dat de commissie geen enkele opheldering verschafte over het lot van Mehdi Ben Barka, Marokko's charismatische oppositieleider die na zijn spoorloze verdwijning in 1965 in Parijs uitgroeide tot icoon van de onderdrukking in Marokko.