Iran hervat nucleair onderzoek

Iran heeft vanochtend de zegels verbroken die door het IAEA op nucleaire onderzoeksinstallaties waren aangebracht. Het Westen heeft verontrust gereageerd.

Iran heeft vanochtend formeel een einde gemaakt aan de verzegeling van essentiële nucleaire onderzoeksinstallaties, waaronder die in Natanz. Onder toeziend oog van IAEA-inspecteurs werden de zegels verbroken die door het Internationaal Atoomenergie Agentschap waren aangebracht.

Iran had al aangekondigd het onderzoek aan uraniumverrijking te hervatten. Het adjuct-hoofd van de Iraanse organisatie voor atoomenergie, Mohammad Saidi, beklemtoonde dat Iran niet de uraniumverrijking zelf zou hervatten. “Wij maken onderscheid tussen onderzoek aan splijtstofproductie en de productie zelf.“

Een woordvoerder van EU- buitenlandgezant Solana sprak meteen “extreme bezorgdheid“ uit. “De Iraanse activiteiten staan duidelijk in verband met uraniumverrijking. We beschouwen de stap als schending van het Parijse akkoord uit november 2004.“ De Amerikaanse vertegenwoordiger bij het IAEA in Wenen zei dat Iran voor confrontatie heeft gekozen.

De afgelopen dagen hadden westerse diplomaten al laten weten de Iraanse stap zeer hoog te zullen opnemen. Wel maakten ze steeds onderscheid tussen hervatting van onderzoek en hervatting van verrijking. Als werkelijk gascentrifuges met uraniumhexafluoride zouden worden geladen zou dat een breekpunt zijn. Tegelijk was door Moskou herhaald dat het aanbod om Iran in Rusland uranium te laten verrijken nog steeds gold. Dit wordt wel gezien als een elegante uitweg uit de impasse.

Na de presidentsverkiezingen van afgelopen juni is de Iraanse opstelling snel harder geworden. Tot dat moment probeerde het land, met wisselend enthousiasme, in samenwerking met het IAEA schoon schip te maken nadat in februari 2003 duidelijk was geworden dat het een omvangrijk uraniumprogramma had verborgen gehouden. Zo werd bij Natanz gebouwd aan een enorme fabriek voor uraniumverrijking. Als lid van het non-proliferatieverdrag (NPV) had Iran dit moeten aanmelden. Dat was niet gebeurd.

Na enig diplomatiek tegenspel stond Iran IAEA-inspecties toe. Het IAEA toonde zich niet ontevreden over de samenwerking. Wel werd, nog in september, gemopperd over onvolledigheden in de historische reconstructie van het programma. Maar onwelwillend was het IAEA meestal niet. Als NPV-lid dat inspecties toestaat heeft Iran het volste recht op het verrijken van uranium. Maar de Amerikanen, die Iran als schurkenstaat zien, willen het verrijken verbieden en voeren - vaak kleine - Iraanse nalatigheden aan om met een gang naar de VN-Veiligheidsraad te dreigen.

Ook Europa heeft weinig vertrouwen in de verklaarde civiele toepassing van atoomenergie in Iran. In het akkoord van Teheran (oktober 2003) en van Parijs (november 2004) belooft Europa Iran technologische steun voor definitieve beëindiging van uraniumverrijking. Lopende de uitwerking van deze “deal' schortte Iran het nucleaire werk op. Later toonde Iran zich ontevreden over het Europese aanbod. Ook de samenwerking met het IAEA, dat de “volledige en langdurige opschorting' van uraniumverrijking als voorwaarde overnam, werd stroever.

In augustus liet Iran weten weer uraniumhexafluoride uit ruwe grondstof te gaan bereiden. Dat bracht de IAEA-beheersraad eind september tot de uitspraak dat er vragen waren gerezen die binnen de competentie van de Veiligheidsraad lagen. De gang naar de Veiligheidsraad, die sancties kan opleggen, zal nu niet ver meer zijn.

    • Karel Knip