Geweld dreigt in Katanga

De situatie in het Congolese Katanga verslechtert. Politici in de rijke regio spelen milities tegen elkaar uit en als gevolg van de strijd groeit het aantal ontheemden dagelijks.

De politieke en humanitaire situatie in het grondstofrijke Katanga in Congo verslechtert snel en de regio dreigt tijdens de aanstaande verkiezingen een van de meest gewelddadige gebieden van het land te worden. Dit schrijft de invloedrijke denktank Internationale Crisisgroep in een vandaag uitgekomen rapport over Katanga.

De zuidoostelijke regio is de rijkste van het land, met 34 procent van alle voorraden koper ter wereld en 10 procent van alle kobalt. Politici in de duizend kilometer westwaarts gelegen hoofdstad Kinshasa profiteren op vaak illegale wijze van deze rijkdommen en ze spelen milities tegen elkaar uit om hun belangen veilig te stellen. Katanga is de geboorteregio van de in 2001 vermoorde president Laurent Kabila evenals van diens opvolger, zijn zoon Joseph Kabila. Een groot deel van Kabila's presidentiële garde, een elite-eenheid, komt uit Katanga.

Het meest urgente probleem van Katanga is de in november opgelaaide strijd met de milities van de Mai-Mai. Ook bestaan er gevaarlijke spanningen tussen noorderlingen en zuiderlingen binnen de regio en tussen Katangezen en Congolezen van buiten de regio. De meest dringende crisis betreft de meer dan een kwart miljoen ontheemden als gevolg van de strijd met de Mai-Mai. In de paar steden in handen van het regeringsleger komen nog dagelijks duizenden berooide plattelandsbewoners aan. Het handjevol hulpverleners slaagt er nauwelijks in deze ontheemden bij te staan.

De Mai-Mai-milities werden gevormd door invloedrijke politici en militairen in Kinshasa. Aanleiding was de invasie in 1998 van Rwanda, dat Katanga wilde innemen. President Laurent Kabila, legerleider John Numbi, politicus Mwenze Kongolo en gouverneur Aimé Ngoy Mukena begonnen milities te vormen om aan de zijde van het regeringsleger tegen de Rwandezen te vechten. Toen de Rwandezen eenmaal waren vertrokken, keerden de occulte milities zich tegen de bevolking. Na Laurent Kabila's dood wilde zoon Joseph de milities ontwapenen maar zijn bevelen werden niet opgevolgd. Volgens de ICG houden de politici deze milities achter de hand in het geval de verkiezingen, die voor eind juni gepland staan, niet het door hen gewenste resultaat opleveren. De milities verdienen aan mijnbouw en smokkel.

Hoge politici en militairen bezitten aandelen in de mijnbouw van Katanga. Eind jaren tachtig stortte de mijnbouwsector ineen door wanbeleid onder de kleptocratische president Mobutu. Het grote staatsbedrijf Gécamines is sindsdien in kleinere ondernemingen opgedeeld met twijfelachtige bazen. Ooggetuigen vertellen hoe onder de dekking van de duisternis grote hoeveelheden grondstoffen illegaal het land verlaten. Het rapport van ICG noemt het voorbeeld hoe in de periode van april tot mei 2004 er volgens de Chinese douane tien keer zoveel koper uit Katanga werd geïmporteerd als er volgens de Congolese douane naar China werd geëxporteerd.

Interne spanningen in Katanga worden door politici aangewakkerd. De familie Kabila steunt op stammen uit Noord-Katanga en de Zuid-Katangezen, die Kabila in 1997 hielpen Kinshasa te veroveren, voelen zich benadeeld. Vorig jaar sprak de regering twee keer over een complot door Katangese militairen. Katangese politici verzetten zich tegen Congolezen van elders in het land die de beter betaald baantjes in de mijnbouw inpikken. En er bestaan ook sentimenten onder de bevolking om Katanga af te scheiden.

Een gewapend incident in oktober 2004 toont hoe nauw de banden zijn tussen politici, commerciële belangen en conflict. Een zekere Alain Kazadi Mukalayi nam met een klein groepje regeringssoldaten de stad Kilwa in en riep de stad uit tot bevrijd gebied van de Revolutionaire Beweging voor Katanga. Bij Kilwa ontgint het Australische bedrijf Anvil, waarin enkele Congolese politici aandelen hebben, koper. Kazadi verkondigde op een openbare bijeenkomst tegenover de bewoners van Kilwa dat hij zijn actie uitvoerde in opdracht van president Kabila en een plaatselijke legerleider. Tot zijn verbazing vielen troepen van deze legerleider hem enkele dagen later aan en doodden 100 burgers in Kilwa. “Ze hebben me verraden“, riep Kazadi vlak voor hij aan zijn verwondingen bezweek. De VN concludeerden na een onderzoek: “Kazadi's groep was geen afscheidingsbeweging maar bleek een gemakkelijke prooi van een groep manipulatoren die instabiliteit in Kilwa wilden creëren, ze hielden er een dubbele agenda op na.“

Volgens het ICG-rapport is de situatie in Katanga inmiddels even slecht of slechter dan in de noordelijker gelegen regio's de Kivu's en Ituri. In deze gebieden voeren de Congolese regeringssoldaten samen met de VN troepen al enkele maanden met redelijk succes actie tegen milities. In geheel Congo zijn 17.000 VN-soldaten gelegerd maar in Katanga doen de VN-soldaten niet mee met de strijd tegen milities. De secretaris-generaal van de VN, Kofi Annan, vroeg vorig jaar om 2.590 extra militairen wegens de verslechterde situatie in Katanga, maar de Veiligheidsraad gaf eind vorig jaar permissie voor slechts 800 troepen.