Claim belegger tegen Shell

Een groep van 26 Nederlandse pensioenfondsen, waaronder het ambtenarenpensioenfonds ABP, eist honderden miljoenen dollars van het energieconcern Royal Dutch Shell naar aanleiding van het reservesschandaal uit 2004. De fondsen hebben op 6 januari de zaak tegen Shell bij een rechtbank in de Amerikaanse staat New Jersey aanhangig gemaakt. Dat bevestigt het ABP op zijn website.

Shell betwist de vordering. “Wij zullen ons met verve verdedigen in deze procedure“, aldus een woordvoerder.

Shell schokte in januari 2004 de financiële markten met de onthulling dat het zijn olie- en gasreserves te rooskleurig had voorgesteld. Hierop kelderde de koers van het aandeel. De fondsen, die gezamenlijk 5 procent van de aandelen houden, eisen compensatie voor de geleden schade.

Behalve het bedrijf worden ook individuele bestuurders aangeklaagd, onder wie de huidige topman Jeroen van der Veer en voormalig bestuurder Philip Watts. De pensioenfondsen willen ook geld zien van de accountantskantoren KPMG en PricewaterhouseCoopers. Deze hebben volgens de beleggers verzuimd de reserveboekhouding van Shell adequaat te controleren.

Het ABP eist 150 miljoen dollar (124,1 miljoen euro) schadevergoeding. Shell heeft in de jaren 1997 tot en met 2003 onjuiste informatie verstrekt over de hoeveelheid reserves waarover het concern beschikte, aldus het ABP.

Het ABP nam oorspronkelijk deel aan een gezamenlijke rechtszaak, ook wel class action genoemd, die groepen beleggers in de VS hadden aangespannen tegen het Nederlands-Britse concern. “Maar op 8 januari verliep de verjaringstermijn. Als Europees bedrijf loop je dan het risico buiten deze zaak te worden gezet en een schadevergoeding mis te lopen'', aldus het ABP op zijn website.

Ook het pensioenfonds voor de zorgsector PGGM, dat in 2004 voor 700 miljoen euro aandelen had in Koninklijke Olie, sluit zich aan bij de door ABP geïnitieerde aanklacht tegen Shell. PGGM moet nog uitzoeken hoeveel schadevergoeding het zal eisen.