Balkenende moet patstelling doorbreken

Het is aan premier Balkenende de impasse

over “Afghanistan' op te lossen. Voorlopig is een uitweg niet in zicht.

afscheid militairen volkel foto rien zilvold Familieleden namen gisteren afscheid van militairen van een F-16-detachement, die worden uitgezonden naar de Afghaanse hoofdstad Kabul. Zilvold, Rien

Het leek het ei van Columbus binnen een verdeeld kabinet: we noemen het een “voornemen'. Dan kunnen de D66-ministers, die bedenkingen hebben tegen de inzet van Nederlandse troepen in Afghanistan, zeggen dat er geen “besluit' is genomen, en kunnen hun collega's Bot (Buitenlandse Zaken, CDA) en Kamp (Defensie, VVD) hun plan toch aan de Kamer voorleggen. Maar nog geen twee weken later blijkt het ei van Columbus een heuse politieke impasse, zonder uitgang in zicht.

Reeds heeft premier Balkenende, terug van vakantie, overlegd met vice-premiers Zalm (VVD) en Brinkhorst (D66). Want zó kan het in ieder geval niet. De Tweede Kamer weigert in grote meerderheid het “voornemen' ten aanzien van Uruzgan zelfs maar in behandeling te nemen. Wel is er vermoedelijk binnenkort een debat over de gevolgde procedure.

De enige partijen die wél serieus aandacht wilden besteden aan het voornemen, waren het CDA (de partij van de premier) en D66 (de partij van de tegenstribbelende ministers). Tot ergernis van Kamp sloot zijn eigen partij, de VVD, zich in de persoon van Kamerlid Van Baalen aan bij de meerderheid die het parlement in verband met de uitzending van troepen in den vreemde niet tot een vrijblijvend discussieclubje wil laten verworden. Voor de “polderende' benadering van het kabinet past de Kamermeerderheid. Zij wil een volwassen kabinetsbesluit, waarover volwassen gedebatteerd kan worden en dat eventueel nog geamendeerd kan worden.

Voor dat laatste zijn precedenten: in 2001 gingen Nederlandse vredessoldaten naar Eritrea pas op stap nadat er onder druk van de PvdA (toen regeringspartij) voor hun veiligheid eerst nog extra Apache-helikopters naar Djibouti waren gezonden. Dat het parlement nog kritiek zou hebben op onderdelen van de missie naar Uruzgan, is dan ook geen reden om geen besluit te nemen. In het verleden zijn toezeggingen aan de Verenigde Naties, de Navo of de bondgenoten ook steeds gedaan onder voorbehoud van parlementaire instemming. Maar dat heeft het voorleggen van een “besluit' door het kabinet nooit eerder in de weg gestaan.

Het zijn eigenlijk maar kleine nuanceringen die het mogelijk zouden maken om uit de huidige impasse te geraken, al zijn het er wel veel. Ten eerste zou VVD'er Van Baalen ertoe gebracht moeten worden zijn verzet tegen de Kamerbehandeling van een “voornemen' op te geven. De D66-ministers zouden ertoe gebracht moeten worden iets minder triomfantelijk naar buiten te brengen dat zij zich tegen besluitvorming in het kabinet verzetten. En het CDA in de Kamer zou zijn eigen eis dat uitzending op een tweederde meerderheid in de Kamer berust, moeten opgeven.

Als dat allemaal gebeurt, ligt in ieder geval een kleine meerderheid voor de uitzending naar Uruzgan in het verschiet - van CDA, VVD, ChristenUnie en SGP. Minister Kamp vindt dat voldoende - wat hem betreft zijn de tijden dat Nederlandse troepen alleen in een sfeer van nationale eenheid konden worden uitgestuurd wel zo'n beetje voorbij.

Misschien is zelfs een grote Kamermeerderheid denkbaar, want het is geenszins zeker dat de PvdA onder voorwaarden niet bereid zal zijn de uitzending te steunen - de grootste oppositiepartij is niet ongevoelig voor de militaire uitdaging die deze missie óók is. Zelfs voor D66 valt met bijstellingen van het plan nog een eervolle uitweg in de Kamer te bedenken.

Zoeken naar nieuw ei van Columbus

Eigener beweging verroert niemand zich. Het hangt eigenlijk allemaal af van premier Balkenende, die als hoeder van de eenheid van zijn kabinet en CDA-leider met een nieuw ei van Columbus op de proppen zou moeten komen. Hoever hij daarmee is, is volkomen onduidelijk: Balkenende had in december via spindoctors al eens laten weten “twijfels' te hebben over de missie Uruzgan, zodat hij zich in de openbaarheid in ieder geval niet heeft gecommitteerd aan een bepaalde uitkomst.

Mede als gevolg daarvan is in Haagse diplomatieke kringen de verwachting dat Nederland alsnog gáát buitengewoon laag.

Formeel-juridisch is er de mogelijkheid dat het kabinet besluit zonder parlementaire instemming, en door een indiscretie van minister Bot onlangs weten we, dat ook deze optie in regeringskringen de ronde doet.

Artikel 100 van de Grondwet zegt immers alleen dat de Kamer uitgebreid geïnformeerd moet worden, niet dat voor uitzending voorafgaande toestemming nodig is.

Nederland stelt nu al, op papier, duizenden militairen ter beschikking van de Rapid Reaction Force van de NAVO en de European Battle Groups van de Europese Unie, waarvan het de bedoeling is dat deze op zeer korte termijn in crisisbeheersingsoperaties ingezet kunnen worden.

Dan is er helemaal geen tijd voor debatten in de Kamer, die dan ook zelf een commissie heeft ingesteld om te kijken wat de rol van het parlement achteraf kan zijn.

Een ander argument om de Kamer nu te passeren en het op het parlementaire oordeel achteraf te laten aankomen zou de redenering kunnen zijn dat de instemmingsprocedure van artikel 100 en het Toetsingskader niet meer past bij de “nieuwe krijgsmacht' die zich in Nederland ontwikkelt. De zwaar bewapende krijgsmacht met mogelijkheden tot inzet op alle “geweldsniveaus', heeft weinig meer gemeen met die van de jaren negentig waarin de parlementaire procedures zich hebben ontwikkeld - luidt dan de redenering.

Die procedures draaien bijna uitsluitend om de vraag of het voor militairen niet te gevaarlijk is in den vreemde. Maar “gevaar' moet anders gedefinieerd voor de beroepssoldaten van nu, met hun gesofistikeerde bewapening, dan voor die van de jaren negentig.

Als nu de uitzending naar Uruzgan in de Kamer afketst op de gedachte dat het daar te gevaarlijk is, dan vormt dat op termijn een bedreiging voor de verdere ontwikkeling van de Nederlandse strijdkrachten - vinden zowel Kamp als Bot en het is ook de redenering van de hoogste militair, generaal Dick Berlijn.

Want waarom zou er eigenlijk in het leger geïnvesteerd moeten worden, wanneer échte militaire taken uit de weg worden gegaan?

    • Raymond van den Boogaard