Auto's met Amerikaanse waarden

Toyota's intentie om in 2006 's werelds grootste autoproducent te worden laat de Amerikaanse industrie op de jaarlijkse autoshow in Detroit niet onberoerd.

The new FXX from Ferrari on display 09 January 2006 during the press days at the North American International Auto Show at Cobo Hall in Detroit, Michigan. Thousands are expected to attend the NAIAS which opens to the public 14 January. AFP PHOTO/Jeff HAYNES AFP

Van een feeststemming is dit jaar geen sprake in Detroit, op de eerste internationale autoshow van het jaar. Daarvoor zijn de zorgen te groot bij met name Ford en General Motors. Niet zozeer de miljardenverliezen van het afgelopen jaar, maar vooral de loodzware sociale lasten voor werknemers en gepensioneerden hebben de beide concerns in grote financiële problemen gebracht.

De positie van Ford en GM is op de Amerikaanse thuismarkt behoorlijk verzwakt. GM's marktaandeel, ooit goed voor de helft van de 17 miljoen nieuwe auto's die jaarlijks in de VS worden verkocht, zakte opnieuw, in 2005 met 4,4 procentpunt tot 26 procent. Ford verloor nog een fractie meer en heeft nog maar 17,4 procent marktaandeel. De Amerikaanse tak van DaimlerChrysler deed het redelijk en bleef met een marktpositie van 13,6 procent het gevreesde Japanse Toyota nipt voor.

Het lijkt een bijna hopeloos toekomstscenario voor de Amerikaanse auto-industrie. Met overtuigende nieuwe modellen die speciaal voor de Amerikaanse markt werden ontworpen, zullen de in Detroit voorgestelde nieuwe Toyota Camry en de chique Lexus 460LS zeker een aanslag doen op de positie van de Grote Drie.

Maar Ford, GM en Chrysler blijven optimistisch. GM verkocht in 2005 wereldwijd ruim negen miljoen auto's, het grootste aantal sinds 1978. GM verkocht voor het eerst ook meer auto's buiten de VS en mocht zich verheugen op een sterke groei van het merk Chevrolet, dankzij de succesvolle transformatie van het voormalige Koreaanse merk Daewoo. In China nam GM verder het marktleiderschap over van Volkswagen, en de Europese probleemdochter Opel zal dit jaar uit de rode cijfers komen.

De uitspraak van GM-topman Rick Wagoner dat zijn concern in 2006 de Japanners voor zal blijven dankzij de oplevende wereldeconomie, werd door de altijd kritische analisten positief ontvangen. GM is zeker niet verloren en Wagoner hamert er voortdurend op dat het doemscenario van uitstel van betaling niet aan de orde is.

Ook Ford heeft naast de structurele zwakte als gevolg van de hoge sociale lasten nog zijn sterke punten, zoals succesvolle Europese activiteiten (uitgezonderd het verliesgevende Jaguar) en een sterke positie op de thuismarkt met de niet uit de Amerikaanse samenleving weg te denken Ford F100 pick up truck.

Dankzij de succesvolle herstructurering van Chrysler door Dieter Zetsche (die daarvoor werd beloond met een benoeming tot opvolger van Jürgen Schrempp) draagt de Amerikaanse poot van DaimlerChrysler nu bij aan de winstgevendheid van het concern.

Bij het autonieuws in Detroit lagen de accenten dit jaar nog meer dan in het verleden zwaar op traditionele producten: pick up trucks, terreinwagens (SUV's) en modellen met een hoog nostalgisch gehalte. Bill Ford jr. sprak tijdens zijn persconferentie minstens tien keer over “Amerikaanse waarden' voordat hij de Ford F250 Super chief onthulde. Politiek volledig incorrect wegens zijn enorme afmetingen, probeerde Ford deze stoere pick up, die rijdt op benzine, ethanol of waterstof, nog een ecologisch correct tintje te geven.

Met de Reflex coupé, voorzien van een hybride motor, liet Ford echter zien ook technische innovatie en schaalverkleining voor auto's niet uit de weg te gaan. Chryslers Imperial sedan en de Dodge Challenger riepen herinneringen op aan de grote zwarte limousines en snelle V8-sportcoupés uit de jaren zestig en zeventig van de vorige eeuw. Beide modellen zullen tussen nu en 2008 beslist het productiestadium halen, want de ervaring leert dat retrodesign goed verkoopt in Amerika.

Het zag om diezelfde reden ook zwart van de mensen toen Chevrolet een moderne interpretatie van de vroeger zo geliefde Camaro presenteerde. Ook dit was een concept dat binnenkort in de showrooms staat. Met dit soort traditionele modellen lijkt de enorme groei van het SUV-segment in Amerika een beetje te worden afgeremd. Daarnaast speelt ook de groeiende belangstelling voor tussenmodellen: auto's die wel de praktische voordelen van een hoge bestuurderspositie en veel ruimte bieden, maar zich door hun ontwerp en afmetingen wat minder opzichtig in het verkeer bewegen dan een SUV. In 2006 zal dit type auto's qua verkoopaantallen zelfs voor het eerst de SUV's overtreffen.

De ook in de VS sterk gestegen brandstofprijzen maken dit soort tussenmodellen aantrekkelijker voor consumenten. Dure brandstof lijkt in de VS ook de dieselmotor nieuwe kansen te geven. Met name de mogelijkheid om met speciale filters en katalysatoren niet alleen het roet uit de uitlaatgassen te filteren maar ook het in Amerika gevreesde stikstofoxide te neutraliseren, zal gaan bijdragen aan de popularisering van de diesel. Zo introduceerde Mercedes dit jaar een nieuwe dieselmotor in Detroit. Toch zal diesel het in de VS voorlopig nog wel afleggen tegen de zuiniger hybride modellen die in Amerika meer weerklank vinden dan in Europa.

Detroit is dit jaar meer dan ooit het platform van de nationale auto-industrie, tot ergernis van veel importmerken. Volkswagen had dat vorig jaar al ervaren en besloot voor de presentatie van het nieuws dit jaar uit te wijken naar Los Angeles, waar een week voor Detroit ook een autoshow wordt gehouden. De keuze van VW zal in de toekomst navolging krijgen omdat ook Audi, BMW en Porsche zich aan de te nationalistisch getinte media-aandacht in Detroit willen onttrekken en zich gaan manifesteren aan de westkust, waar ook een belangrijke afzetmarkt voor hun modellen ligt.

    • Wim Oude Weernink