Zo aardig en toch politicus

Lodewijk Asscher is een keurige jonge jurist. Misschien te aardig voor de politiek, vinden kennissen. Toch is hij lijsttrekker voor de PvdA in Amsterdam. Hij graaft niet diep maar legt een complex probleem wel helder uit.

Lodewijk Asscher PvdA Amsterdam Foto NRC H'Blad, Maurice Boyer 060609 Boyer, Maurice

Eind november vorig jaar sprak de Amsterdamse PvdA-lijsttrekker Lodewijk Asscher zijn partijgenoten toe. De kandidatenlijst voor de gemeenteraadsverkiezingen van maart was vastgesteld. Asscher vertelde over een zwart-wit filmpje uit de jaren zestig, waarin zijn grootvader Lodewijk Asscher naar de fabriek van de Koninklijke Asscher Diamant Maatschappij fietst, midden in de Diamantbuurt aan de Amstel in Amsterdam. De bouwstijl in deze buurt is schitterend, zei Asscher. “De Diamantbuurt zou zo de Jordaan kunnen opvolgen als nieuwe, hippe woonwijk.“ Maar op dit moment leven er veel arme grote gezinnen en bewoners hebben last van hangjongeren. Asscher: “In dat soort buurten ligt onze opdracht. De opdracht te zorgen voor samenhang, veiligheid en bovenal voor kansen.“ De fabriek van de Asschers staat er nog steeds.

Er is ook een filmpje met Lodewijk Asscher, de lijsttrekker, in kleur. Het is een kort spotje, voor de komende verkiezingen. Net als zijn grootvader rijdt hij op de fiets door de stad. Ondertussen stelt hij zich voor. Zijn oren zijn rood van de kou. Hij stapt van de fiets, zet hem op de standaard, doet er een ringslot om en zegt: “We moeten er voor zorgen dat het leven in Amsterdam voor iedereen betaalbaar is. Ook nu Den Haag niet meewerkt.“

Twee filmpjes, die samen in het kort het verhaal vertellen van de 31-jarige Lodewijk Asscher. Het zwart-wit filmpje over zijn joodse achtergrond en Amsterdamse wortels. Telg uit een bekend geslacht van diamantslijpers, politici en juristen, van wie er tientallen stierven in concentratiekampen. De geschiedenis ook van zijn overgrootvader Abraham Asscher, een van de twee voorzitters van de Joodsche Raad in de Tweede Wereldoorlog.

Het kleurenfilmpje gaat over zijn eigen carrière, doorspekt met verkiezingsteksten. Over de Diamantbuurt, die vorig jaar landelijk bekendheid kreeg omdat bewoners stelselmatig zouden zijn geïntimideerd door een groep Marokkaanse jongens. Waar de politiek, ook zijn partij, te lang de andere kant op had gekeken. Maar het filmpje gaat ook over Asscher zelf, door zijn lichaamstaal. De keurige jongen uit Amsterdam Zuid. Rooie das, wollen jas. Tijdens de opnames van het filmpje hadden ze er al om gelachen, vertelt Alex Klusman, een van de betrokkenen. “Lodewijk met zijn ringslotje. Die zijn fiets niet tegen de muur kwakt, maar hem keurig op de standaard zet.“

Want Lodewijk Frans Asscher is een vriendelijke, beschaafde man. Vind maar eens iemand die daar anders over denkt. Publiekelijk nooit boos. In 2002 de hoogste nieuwkomer op de lijst van de partij van de eeuwige macht in de hoofdstad. Kreeg daardoor het stempel politiek talent. Hij heeft de charme van voormalig PvdA-voorzitter en jurist Eberhard van de Laan en het uiterlijk van de Amsterdamse zanger René Froger, zegt Klusman. Voorbestemd om een publieke rol te vervullen, stelt oud PvdA-fractievoorzitter Tjalling Halbertsma. “De achternaam Asscher is wat anders dan Jansen. Met die naam heb je een soort morele verplichting om iets voor de stad te doen.“

Komend jaar hoopt hij op een wethouderspost. Maar wat wil hij met de stad? En wat heeft hij tot nu toe laten en zien?

Dat hij iets zou bijdragen aan de maatschappij, dat stond vast, zegt Asscher zelf. Net als zijn ouders, die beide in het sociaal recht zitten. Hij studeerde ook rechten, deed promotieonderzoek en gaf les aan studenten. In zijn studententijd was hij lid geworden van de PvdA. Zijn inzet was 1,80 per maand contributie. Daar bleef het bij.

Zijn collega's op de universiteit merkten weinig van politieke aspiraties, daar sprak hij zelden over. Ze kenden Asscher als wetenschapper. Een wetenschapper van de grote lijnen, zegt professor Dommering, die Asscher begeleidde als promotor. “Hij doet geen lang en diep onderzoek in een hoekje van de kamer. Het fundamenteel onderzoek waar je jaren op door kunt gaan, is aan hem niet besteed. Hij trekt de grote lijnen en dat doet hij goed. Hij kan een ingewikkeld probleem snel en helder uitleggen.“

Details zijn aan hem niet besteed, zegt ook oud-collega Willem Korthals Altes. Dat merkte hij een aantal jaren geleden. Twaalf jaar lang had hij het secretariaat van de Vereniging voor Media en Communicatie geleid. Van ongeveer vijfhonderd leden hield hij alle mutaties bij, tot hij die taak aan Asscher overdroeg. Korthals Altes: “Dat is een puinhoop geworden. Dat gevoel voor detail mist hij.“ Het speet Asscher wat er van geworden was, maar het lag hem toch niet zo, gaf hij toe.

Terwijl hij bezig was met zijn proefschrift, zomer 2001, schreef hij een brief aan de kandidatencommissie van de PvdA. De wetenschap werd hem te eenzijdig. Asscher: “Ik wilde iets concreets doen. Dingen die je doet moeten tastbaar nut hebben.“ In 2002 promoveerde Asscher met een proefschrift over communicatiegrondrechten. Hij was inmiddels lid van de gemeenteraad. Op het feestje na afloop kwamen ook zijn fractiegenoten uit de gemeenteraad.

Hoogleraar politicologie Jos de Beus was in 2001 voorzitter van de kandidatencommissie die Asscher zo hoog op de PvdA-lijst plaatste. Waarom ze onder de indruk waren van Asscher? Hij was wetenschappelijk goed, zelfverzekerd en had feitenkennis, zegt De Beus. Een juridisch denker die dingen snel kon analyseren. “Bovendien gebeurt het niet zo vaak dat mensen die buiten de politiek succesvol zijn, dat willen opgeven. En helemaal niet op jonge leeftijd.“

Als De Beus naar de keuze in onderwerpen van Asscher kijkt, is het geen verassing dat hij de politiek in ging. “Invloed en controle van de overheid op burgers heeft hem ook in zijn werk op de universiteit altijd bezig gehouden. In die zin spraken we wel over politiek.“

Eenmaal in de gemeenteraad kreeg hij van fractievoorzitter Halbertsma de portefeuille financiën, een sleutelpositie. Halbertsma: “Hij miste nog de breedte, moest zich nog ontwikkelen. Als je je een keer door de begroting van de stad heen hebt geworsteld, weet je wat er speelt.“ Maar Asscher was daar helemaal niet blij mee. Hij wilde concreet dingen veranderen en had liever algemene zaken of jeugdbeleid gehad. Klagen deed hij niet, nee, dat ging op z'n Asschers. “Hij vertelde me slechts dat hij er niet héél gelukkig mee was.“ Vervolgens zorgde hij wel dat hij de portefeuille perfect beheerste. In 2004 vertrok Halbertsma, Asscher volgde hem op.

Dat is Lodewijk, zegt studievriend David Baum. “Competitief. Met een knipoog, maar hij wil wel winnen.“ In 2000 zat hij een paar maanden met Asscher in New York, Baum voor de studie, Asscher voor zijn proefschrift. Ze leerden elkaar goed kennen. Op een gegeven moment waren er belangrijke honkbalwedstrijden in de stad, de Mets tegen de Yankees. Ze waren beiden liefhebber geworden, maar nog geen echte kenners. Ze zouden de wedstrijden samen op televisie gaan kijken. Baum moest voor de wedstrijd nog iemand op het vliegtuig zetten en vond in de trein terug een krant met alle statistieken en weetjes over de spelers. Die liet hij tijdens de eerste wedstrijd af en toen vallen. “Dan noemde ik bijvoorbeeld de bijnaam van een speler of zijn slaggemiddelde.“ Een dag later had Asscher zich helemaal ingelezen. Baum: “Uiteraard voor de grap, maar bij de tweede wedstrijd wist hij plotseling alle gemiddelden en weetjes.“

In de raad heeft hij het toe niet echt lastig gehad, analyseert De Beus. Slechts twee moeilijke situaties deden zich voor. Maar daarin heeft Asscher volgens De Beus laten zien dat hij kan doorpakken. Een was de zogeheten “bonnetjesaffaire', april vorig jaar. Uit onderzoek van de gemeentelijke accountantsdienst was gebleken dat veel partijen in de gemeenteraad subsidiegeld dat zij ontvingen “creatief' besteedden. Zo had wethouder Frits Huffnagel als fractievoorzitter van de VVD in 2002 en 2003 een extra onkostenvergoeding ontvangen, maar die nooit bij de fiscus gemeld. Huffnagel schreef een excuusbrief aan de raad, en burgemeester Cohen vond dat daarmee de zaak was afgedaan. Asscher vond het “mooi en moedig“, maar niet genoeg. Huffnagel belde daarom Asscher op. Huffnagel: “Ik wilde weten of coalitiepartij PvdA me nog steunde.“ Ze spraken af en Asscher nam een fles whisky mee. Aan het eind van de avond was de fles leeg, en had Huffnagel had zijn conclusies getrokken. Hij stapte op.

Niemand heeft Asscher verweten dat híj Huffnagel naar huis had gestuurd, of dat hij uit was op politiek gewin, stelt De Beus. “Hij heeft dat slim gespeeld. Met een vriendelijke meedogenloosheid.“ Dat is zijn wapen, zegt Halbertsma. ,,Hij slaat niet met de vuist op tafel, maar gebruikt beschaafdheid om zijn zin te krijgen.“

De overlast in de Diamantbuurt was het andere probleem. Daarbij had Asscher net als anderen in de gemeenteraad forse kritiek op burgemeester Cohen, die de overlast aanvankelijk bagatelliseerde. Vervolgens kwam Asscher met het voorstel om voor vijf ton een soort vliegende brigade op te zetten van jongerenwerkers die bij problemen meteen ingezet kon worden. Het geld had hij ook al gevonden. Tot hilariteit van de raad stelde Asscher voor om dat maar van het budget af te halen dat beschikbaar was gesteld voor het jubileumfeest van de koningin. Cohen had daar namelijk zonder toestemming van de raad 1,2 miljoen euro voor geregeld.

Asscher heeft veel adviseurs. Hij praat met de gevallen wethouder Rob Oudkerk, die de PvdA maar niet los kan laten. Hij is bevriend met oud-partijvoorzitter Felix Rottenberg. Hij overlegt veel met Ahmed Aboutaleb, de andere diamant van de partij. En met Wouter Bos, met wie hij vorig jaar twee dagen in het noorden van het land doorbracht om over de partij te praten. Maar is ook bereikbaar voor “gewone mensen', mits ze internet hebben. Iedereen mag hem mailen om koffie te komen drinken.

Als je vraagt waar het naartoe moet met de hoofdstad, verwijst hij naar zijn boekje. Dat verscheen twee maanden geleden, Nieuw Amsterdam. Asscher beschrijft zijn ideale stad, met veel kreten: moderne chaos, ruimdenkendheid, en een eerlijke verdeling van kansen. Iedere Amsterdammer moet Engels spreken, we leven tenslotte in “de globaliserende cultuur“. De verscheidenheid wordt gekoesterd, maar het accent ligt op de Amsterdamse identiteit. Er moet ook een Amsterdamse islam komen, met hier opgeleide imams en met de kenmerken van Amsterdam: “tolerant en open“. Moskeeën die oproepen tot geweld moeten dicht.

Maar alles begint bij de kinderen, schrijft Asscher, en dus bij het onderwijs. In Asschers Amsterdam hebben leraren status. Onder andere doordat ze een gratis extra jaar studie kunnen doen, de “top-lerarenopleiding'. Volg je dat gratis jaar, dan moet je wel minimaal drie jaar in Amsterdam blijven werken, maar daarvoor krijg je dan wel weer een toeslag op je salaris, als het aan het Asscher ligt.

Zijn voormalig professor Dommering was niet echt onder de indruk van het boekje. Hij vond het typisch Asscher. “Grote lijnen, hè.“ Het getuigt volgens hem van naïef idealisme. “We moeten naar een mooiere wereld. In regenboogkleuren schilderen we de stad van de toekomst. Maar inhoudelijk niet heel sterk.“ Fractievoorzitter is iets anders dan wethouder. “Kan hij als wethouder nee zeggen? Onaardig zijn en dat ook een poosje volhouden“, vraagt De Beus zich af. Hij vond het wel erg goed dat Asscher een “persoonlijke aanvulling op het partijprogramma“ schreef. “Het was een persoonlijk boek, maar niet over zijn persoon.“

Van Wouter Bos had PvdA'er Alex Klusman ook grote verwachtingen. Hij had hem van dichtbij meegemaakt en geholpen met de campagne. Maar in hem is Klusman teleurgesteld. Opgeslokt door Den Haag, noemt hij dat. Daar is hij bij Asscher toch ook bang voor, dat mechanisme van de politiek.

Oud collega Korthals Altes vindt niet dat Asscher onaardiger moet worden, liever niet. Is Asscher niet gewoon té aardig voor de politiek, dat vraagt hij zich af. Hij herinnert zich nog de promotie van Asscher in 2002. Na afloop was er een receptie waar zich een lange rij vormde om Asscher te feliciteren. Ook Asschers fractiegenoten waren aanwezig, vertelt Korthals Altes. “Die gingen niet gewoon in de rij staan. Nee, zij drongen voor. Daar vonden die politici zichzelf belangrijk genoeg voor.“ Na afloop vertelde hij dat aan Asscher. “Hij vond dat niet leuk.“