Weer 17 Amerikanen gedood in Irak; journaliste ontvoerd

In Irak zijn het afgelopen weekeinde 17 Amerikanen gedood bij het neerstorten van een legerhelikopter en bij verschillende aanvallen. In Bagdad is volgens het Iraakse ministerie van Binnenlandse Zaken een Amerikaanse journaliste ontvoerd.

Donderdag waren al 11 Amerikaanse militairen gedood bij aanvallen, van wie vijf toen een bom ontplofte langs een weg ten zuiden van de shi'itische stad Kerbala. Diezelfde dag werden meer dan 120 Irakezen gedood bij twee grote aanslagen, een in Kerbala en een in Ramadi.

Het is nog niet duidelijk wat de oorzaak is van het neerstorten van de Black Hawk helikopter, die zaterdag vlak voor middernacht neerkwam bij Tal Afar, een noordelijke stad bij de Syrische grens waar veel rebellen actief zijn. De 12 inzittenden, allen Amerikanen, werden gedood. Het ging om acht militairen en vier burgers.

Gisteren werden drie mariniers gedood bij een aanval met lichte wapens bij Falluja, 60 kilometer ten oosten van Bagdad. Na het grote Amerikaanse offensief tegen rebellen in Falluja van november 2004 is het geweld in dit gebied geleidelijk weer toegenomen. Elders werden nog twee mariniers gedood bij bomexplosies.

Bij een dubbele zelfmoordaanslag voor het ministerie van Binnenlandse Zaken werden vanochtend zeven mensen gedood. De aanslagen waren gericht tegen een defilé ter gelegenheid van de Dag van de Iraakse politie.

De Amerikaanse journaliste, wier identiteit niet werd bekendgemaakt, werd volgens een woordvoerder van het ministerie van Binnenlandse Zaken ontvoerd in West-Bagdad. Haar tolk werd daarbij gedood. De twee zouden op weg zijn geweest naar een sunnitische politicus die in een van de gewelddadigste wijken van de hoofdstad woont.

Een Franse ingenieur die sinds december werd gegijzeld slaagde er zaterdag in te ontsnappen. De Fransman, Bernard Planche (52), klom door het raam van de boerderij waar hij vastzat en maakte contact met Amerikaanse legereenheden.