Verdachte handel bij Van der Hoop

De curatoren van Van der Hoop sluiten niet uit dat medewerkers van de failliete bank onrechtmatige transacties hebben verricht op de dag dat de zakenbank uitstel van betaling kreeg. Dat blijkt uit het vrijdagavond verschenen eerste openbaar verslag over het faillissement.

In dat verslag schrijven de twee curatoren, accountant H. de Haan en advocaat R. Schimmelpenninck, dat eventueel “paulianeus handelen“ onderwerp van nader onderzoek is. Paulianeus handelen betekent het ten onrechte onttrekken van activa uit de boedel ten nadele van schuldeisers en is mogelijk strafbaar. “In het bijzonder“ gaan de curatoren transacties na die op 9 december hebben plaatsgevonden, de dag waarop De Nederlandsche Bank (DNB) met een noodregeling ingreep bij Van der Hoop. 's Middags werd bekend dat de Belgische bank DeGroof was afgehaakt als kandidaat-overnemer, waarop de directie van Van der Hoop aankondigde met DNB te overleggen over “te nemen maatregelen“.

Volgens een bron bij Van der Hoop hebben verscheidene vermogensbeheerders de betreffende middag inderdaad bepaalde tegoeden van klanten omgezet in obligaties, in de wetenschap dat dat soort effecten buiten een eventueel faillissement zou vallen. In de loop van de avond werd bekendgemaakt dat Van der Hoop uitstel van betaling kreeg. Een week later ging de bank failliet. De curatoren waren vanochtend niet bereikbaar voor commentaar.

Op basis van het curatorenverslag van vrijdag concludeert de Stichting Onderzoek Bedrijfsinformatie (SOBI) dat klanten met een spaarrekening bij Van der Hoop zijn misleid. SOBI stelt dat DNB als toezichthouder in de zomer uitstel van betaling had moeten verlenen aan Van der Hoop.

    • Philip de Witt Wijnen