Sjostakovitsj magistraal

“Vrijheid' was het thema van het concert van het Nederlands Philharmonisch Orkest. Daarmee keek men onbedoeld vooruit naar het Gergjev Festival in september met hetzelfde thema. De posters van gewetensgevangenen wezen daarop, maar meer nog de muziekkeuze: Beethovens ouverture Egmont, Penderecki's Altvioolconcert en de Zesde symfonie van Sjostakovitsj, een eeuw geleden geboren.

Met Beethoven zette Kreizberg, die weergaloos dirigeerde, de toon voor de avond: sterke contrasten tussen viriele strijkers, in krachtige, indringende lijnen, en lieflijke houtblazers, lyrisch uitwaaierend.

Van Jan van Gilse's Treurmuziek uit zijn opera Thyl maakte hij één lange weeklacht, steeds verder aanzwellend tot een wat al te bombastische climax; eerder te wijten aan Van Gilse dan aan Kreizberg.

Roberto Diaz speelde Penderecki's Altvioolconcert (1983) striemend en trekkend, als een strijd op leven en dood. Ook de orkestpartij, vol grillige melodieën in ruwe brokken, maakt dit eerder tot “oorlogsmuziek' dan “vrijheidsmuziek', al werd ook deze compositie geschreven voor een vrijheidsstrijder: Simón Bolívar, die in Zuid-Amerika de Spanjaarden verjoeg. Het slotdeel, met als as neerdwarrelende motiefjes, laat echter weinig optimistische conclusies toe.

De magistrale uitvoering van Sjostakovitsj' Zesde symfonie drukte vooral een grote verslagenheid uit. Muzikaal kwam een grote thematische hechtheid aan het licht, met veel nuances en een sterke lijnvoering. Het slotdeel, vol door overdrijving ontkrachte climaxen, liet geen twijfel over Sjostakovitsj' cynisme. In de vele halve verwijzingen naar Rossini's ouverture Wilhelm Tell deed weliswaar nóg een vrijheidsstrijder zijn intrede, maar ook hier was de boodschap geenszins optimistisch.

Concert: Nederlands Philharmonisch Orkest o.l.v. Yakov Kreizberg. Gehoord: 7/1 Concertgebouw, Amsterdam.

    • Jochem Valkenburg