Sharon, premier die decreteerde

Premier Sharon zal volgens zijn artsen niet terugkeren in zijn ambt. Israël bereidt zich voor op een toekomst zonder zijn bevelhebber.

Israeli right-wing opposition leader Ariel Sharon (C) is flanked by security guards as he leaves the Al-Aqsa mosque compound in Jerusalem's Old City 28 September 2000. Some 29 people were hurt when Israeli police fired on stone-throwing Palestinian protesting Sharon's visit to Islam's third holiest shrine. At least four Palestinians were hit by rubber bullets while 25 policemen were hurt by stones. Sharon in september 2000 als oppositieleider op de Tempelberg in Jeruzalem; een bezoek dat wel wordt gezien als katalysator van de intifadah AFP

Ariel Sharon bestuurde Israël tot hij ziek werd als een opperbevelhebber, als de soldaat die iedere steen, iedere heuvel en iedere vallei kende omdat hij daar een leven lang tegen Arabieren heeft gevochten, nederzettingen en zelfs steden heeft gebouwd. Een democraat is hij nooit geweest, omdat hij meende het beter te weten dan wie dan ook. Hij instrueerde - ook als premier - met een militaire kaart aan de muur en aanwijsstok in de hand, hij consulteerde en hij decreteerde.

Zijn visie op Israël, de Palestijnen en de rest van de wereld is de visie van het nieuwe Kadima en van Sharons opvolger Ehud Olmert, die beloofd heeft Sharons beleid ongewijzigd te zullen voortzetten. Niet alleen tot de verkiezingen van 28 maart, maar ook daarna. Tenminste als hij Kadima zonder Sharon met succes door de verkiezingen kan loodsen.

Gesloten eigenzinnigheid in combinatie met ijzeren discipline, doorzettingsvermogen en grote persoonlijke charme waren kenmerken van Sharon. Volgens de behandelende neurochirurg, dr. José Cohen, heeft hij een “hele goede kans“ de hersenbloedingen en drie operaties van de laatste week te overleven, “maar zal hij niet in staat zijn terug te keren als premier.“ Israël bereidt zich daarom kalm voor op een toekomst zonder Sharon in de beige stoel met verhoogde ruggensteun en versterkte voet in de ministeriële vergaderzaal. Dat gebeurt in het besef dat er op afzienbare termijn weinig zal veranderen.

Vanuit de optiek van de grote meerderheid van de Israëliërs, ook ter linkerzijde, is Sharons grootste verdienste dat hij door zijn keiharde aanpak (liquidaties, invasies, arrestaties) van de intifadah en de bouw van de afscheidingsbarrière een gevoel van veiligheid heeft gecreëerd. Miljoenen, vooral Russische immigranten, veteranen uit grote oorlogen en in de Arbeidspartij teleurgestelde groepen, wist hij er steeds opnieuw van te overtuigen dat hij de enige was bij wie de veiligheid van de joodse staat (en de groeiende economie) in goede handen was.

Sharon, die in Israël getypeerd wordt als een combinatie van keizer Napoleon en generaal De Gaulle, wilde zijn zionistische droom definitieve grenzen geven. Dat werk heeft hij niet kunnen afmaken. Het Israël dat hij voor ogen had, is een joodse staat met verenigd Jeruzalem als hoofdstad, op grondgebied dat ook grote delen van de Westelijke Jordaanoever omvat en van de Palestijnen is afgescheiden door hekken, muren en grensposten. Een deling van Jeruzalem, het opgeven van de Jordaanvallei en de gebieden rondom de grote, verstedelijkte nederzettingen op de sinds 1967 bezette Westelijke Jordaanoever waren onbespreekbaar.

'Ik ben jood', dat bepaalde Sharons visie

Altijd geweest trouwens, want hij verzette zich in de jaren negentig tegen de Oslo-akkoorden en tegen alle andere daarop volgende - mislukte - vredesplannen.

Werkelijk onderhandeld over een levensvatbare Palestijnse staat en een hoofdstad in Oost-Jeruzalem heeft hij nooit. Hij zag in het Palestijnse leiderschap (de gehate Arafat of de zwakke Abbas) op geen enkel moment “een betrouwbare partner“. Er waren altijd redenen en omstandigheden om niet rechtstreeks in contact te treden, uiteraard niet met de Palestijnse leider Yasser Arafat, maar na diens overlijden ook niet met de zwakke Mahmoud Abbas, die kampt met chaos en een financiële crisis. Sharon wilde Israël zo volledig mogelijk scheiden van de Palestijnen.

De laatste jaren van het tijdperk-Sharon werden gekenmerkt door de verjoodsing van Jeruzalem en de uitbreiding in recordtempo van de nederzettingen op de Westelijke Jordaanoever. De betonmortelwagens zorgden gisteren voor opstoppingen op Route 5 bij Ariel, waar gewerkt wordt aan de afscheidingsmuur en aan nieuwe appartementen.

Of hij na de komende parlementsverkiezingen, die hij waarschijnlijk zou winnen, een nieuw plan zou hebben gesmeed om een reeks kleinere nederzettingen en de illegale buitenposten te ontruimen, is een vraag die nooit beantwoord zal worden. Er waren geruchten, vage suggesties van medewerkers, scenario's in de media over zijn endgame en zelfs hoop, maar zelf ontkende hij ten stelligste dat de ontruiming van de nederzettingen in de Gazastrook gevolgd zou worden door een gelijksoortige “afscheidingsoperatie' op de Westelijke Jordaanoever. Er was geen aanwijsbare reden om aan zijn woord te twijfelen, zeker niet met de groei van Hamas in het vooruitzicht.

De ontruiming van de nederzettingen in de chaotische Gazastrook in de zomer van 2005 leidde tot een internationale metamorfose, hij werd van krijgsheer en volgens sommigen zelfs een oorlogsmisdadiger opeens een vredestichter. De Amerikaanse president Bush zag in het Israëlische vertrek uit Gaza opnieuw het bewijs dat Sharon “a man of peace“ was. De bijzondere band tussen de president, die de premier beschouwde als een vaderfiguur, is door Sharon echter gebruikt om als weinig andere Israëlische regeringsleiders het Amerikaanse beleid in het Midden-Oosten te beïnvloeden, zodat hij grotendeels ongestoord zijn gang kon gaan. Of zoals de voormalige Britse ambassadeur Sir Christopher Meyer schrijft in zijn onlangs verschenen boek DC Confidential: “Het is waarschijnlijker dat de hel bevriest dan dat Bush Sharon bedreigt met een grote stok.“ Sharon kreeg van Bush de verzekering dat Israël de geannexeerde gebieden rondom Jeruzalem en de grote nederzettingen in een eventuele vredesregeling mag houden. Het Amerikaanse Congres steunde deze toezeggingen voluit.

Sharon wist meteen na 9/11 Bush en Congres ervan te overtuigen dat de toen nog levende Arafat en alle Palestijnse militanten “het morele equivalent zijn van Bin Laden“ (Meyer) en de islamitische fundamentalisten buiten Palestina. Dat het Israëlisch-Palestijns conflict gepaard gaat met doelloos geweld tegen Israëlische burgers is duidelijk, maar is historisch en ideologisch van een andere orde.

Van de verdeelde Europeanen had hij ook weinig te duchten, nadat de Britse premier Blair in de aanloop naar de oorlog in Irak meer dan eens tevergeefs had geprobeerd Bush tot actieve diplomatie in dit deel van het Midden-Oosten te bewegen. Dit kan een van Sharons grote, diplomatieke successen genoemd worden. Een tweede product was de roemloze afgang van de Routekaart voor vrede, waar Sharon nooit enige sympathie voor heeft gehad.

Sputterende Europeaanse regeringsleiders en ministers lieten zich, uiteraard op hoffelijke wijze, het bos insturen. Zelfs een enigszins kritisch rapportje van EU-diplomaten in Ramallah over Oost-Jeruzalem werd door EU-ministers van Buitenlandse Zaken in een archief gestopt. Sharon speelde behendig in op het Europese schuldgevoel over holocaust en het oplevend antisemitisme.

Sharon in functie was geen vredestichter, hij is een sabra, een immigrantenzoon in Palestina, een boer, een soldaat die de logische overstap naar de politiek maakte, net als talrijke andere succesvolle generaals. Toenmalig premier en grondlegger van Israël, David Ben Gurion, zag in hem “de agressieve joodse krijgsheer“ met een zwaard dat vroeg gewet werd.

Sharon omschreef zichzelf als volgt: “Ik ben jood, eerst en vooral, een jood die de geschiedenis van de joden kent.“ Daarmee was volgens hem alles gezegd. Dat bepaalde zijn reacties, zijn visie op Israël, de Arabische wereld, de Europeanen. Israël beschouwde hij nog altijd als “potentieel slagveld“, omdat de Palestijnen en de Arabische buurlanden “nog steeds niet onze historische claims accepteren“.

Of en hoe zijn pas opgerichte Kadima-partij omgaat met Sharons visie en politieke nalatenschap is niet moeilijk te voorspellen. Een fundamentele koerswijziging ligt onder een Kadima met Olmert op de brug niet in het verschiet. Het is niet uitgesloten dat Olmert nederzettingen wil ontruimen in gebieden die voor Israël niet werkelijk van belang zijn, maar of hij daar als premier krachtig genoeg voor zal zijn, wordt betwijfeld. Bovendien, ook voor de oud-burgemeester van Jeruzalem is een deling van de hoofdstad met de Palestijnen, terugtrekking uit de Jordaanvallei of ontmanteling van grote nederzettingen onbespreekbaar.

En net als zijn leermeester is Olmert bereid alleen een volledige demilitariseerde Palestijnse staat te aanvaarden in de enclaves rondom Nablus, Jenin, Jericho en Hebron. De Israëlische historicus Tom Segev constateerde in een politieke balans van Sharons lange, bewogen leven, dat tijdens diens premierschap duizenden Palestijnse militanten gevangen zijn gezet of vermoord. “En wat is het resultaat? De Palestijnen hebben niet de witte vlag gehesen, zoals gehoopt, maar gaan de groene vlag van Hamas hijsen.“

    • Oscar Garschagen