“Rumsfeld besefte niet hoe hard we moesten werken'

In een boek over zijn jaar als bewindvoerder van Irak, rekent Paul Bremer af met minister van Defensie Rumsfeld. “We hebben belangrijke verschillen van mening.“

Paul bremer, the new US overseer in Iraq, speaks to the press in front of a defaced mural of ousted Iraqi leader Saddam Hussein during a tour of the northern Iraqi city of Mosul 18 May 2003. Bremer met with newly elected city council members, visited a courthouse and a market before returning to Baghdad. AFP PHOTO/Roberto SCHMIDT Paul Bremer voor een muurschildering van Saddam Hussein in Mosul AFP

Vooraf even dit. Paul Bremer vindt nog altijd dat de Verenigde Staten een nobele daad hebben verricht door Irak van Saddam Hussein te bevrijden. En Paul Bremer is al dertig jaar een vriend van Donald Rumsfeld. Paul Bremer vindt Donald Rumsfeld een voortreffelijke minister van Defensie, zegt hij.

“Maar zoals het boek duidelijk maakt hadden we belangrijke verschillen van mening. Over de troepensterkte, en over de vraag wanneer de Irakezen het bestuur van het land konden overnemen. Ook vrienden zijn het soms niet eens. En Don Rumsfeld is geen getrainde diplomaat, zoals ik. Hij is veeleisend. Hij is hard.“

U werkt in uw eerste maanden als bewindvoerder in Irak achttien à twintig uur per dag in een complete chaos. Rumsfeld bezoekt u en zegt: ik heb het idee dat je niet beseft hoe urgent je taak is.

“Toen was ik inderdaad verbijsterd - hoewel ik mijn woede heb ingehouden. Hij besefte niet hoe hard we moesten werken. Ik denk dat hij gefrustreerd was. Het moment van dat bezoek was kort na de tweede zelfmoordaanslag. We stonden onder druk, iederéén, omdat we geen veiligheid in Irak konden brengen.“

Bush vraagt u: kan die Rumsfeld eigenlijk wel delegeren?

“Hij is zo hard, en hij intimideert mensen in zijn omgeving zozeer, dat het vaak moeilijk is om andere mensen op het ministerie zover te krijgen om beslissingen te nemen. Alleen Rumsfeld doet dat. Maar het werkt, in zijn geval.“

Waarom vroeg de president het dan?

“Er waren verhalen over in de pers - dat hij zo'n moeilijke baas was.“

Voor uw vertrek naar Irak krijgt u een adviesrapport waarin wordt bepleit 500.000 soldaten in Irak te stationeren; driemaal zoveel als er dan zijn. U stuurt het naar Rumsfeld, en krijgt nooit een reactie. U wist al meteen dat Rumsfeld te weinig troepen had gestuurd?

“Ik ben geen militair deskundige, maar ik heb in mijn jaar als bewindvoerder steeds benadrukt dat we onze gevechtskracht moesten versterken. Dat was hét geschilpunt met het Pentagon. En ik geloof dat is bewezen dat mijn zorgen terecht waren, zeker toen de opstandelingen april 2004 voet aan de grond kregen.

“De minister van Defensie en de president hadden adviseurs met een andere opvatting. Velen van hen menen dat de veiligheid wordt aangetast als we meer troepen sturen, omdat ze bij de opstandelingen uitwerken als een rode lap op een stier. Ik ben het er niet mee eens. Maar dat is de discussie.“

Al ver voor de oorlog adviseerde generaal Shinseki dat de VS meer troepen moesten inzetten na de oorlog. Hij werd door het Pentagon teruggefloten.

“Het ging om twee discussies: hoeveel troepen waren nodig om de oorlog te winnen, en hoeveel waren nodig na de oorlog? Rumsfeld heeft gelijk gekregen dat het leger met een veel kleiner aantal soldaten toekan om een dergelijke oorlog te winnen. Maar na de oorlog was het een ander verhaal, dat klopt.“

U beschrijft hoe Rumsfeld de eerste berichten van plunderingen na de van Saddam niet serieus neemt. Wat was de impact?

“We hebben later berekend dat de plunderingen 12 miljard dollar hebben gekost. Een van mijn grootste fouten was dat ik niet harder heb aangedrongen op het tegengaan van de plunderingen. Ik ben bekritiseerd omdat ik voorstelde te schieten op de plunderaars - ik vind nog steeds dat het had moeten gebeuren, ik had harder moeten aandringen. Maar het echte probleem was natuurlijk dat we de indruk wekten dat we geen orde en gezag afdwingen.“

Daarna zette u het onderwijs zo'n beetje stil toen 10.000 leraren door de deba'athificatie hun baan verloren. Vindt u het nog steeds verstandig?

“We wilden het regime veranderen, en dat betekende dat de Ba'ath-partij uit de macht moest worden gestoten: de deba'athificatie. Ik vind het nog steeds de juiste keuze. Vaak wordt vergeten dat we in ons beleid alleen de 1 procent hoogst geplaatste Ba'ath-leden uitsloten van regeringswerk. Ik wilde Irakezen laten beslissen: Amerikanen kunnen het verschil niet maken tussen een ideologische Ba'ath-aanhanger en een leraar die Ba'ath-lid was enkel omdat hij anders niet voor de klas kon staan.

“De fout was dat ik de uitvoering in handen gaf van de regeringsraad [een soort Iraaks interim-kabinet, red.] Daardoor werd het onderdeel van de drabbige binnenlands-politieke verhoudingen. Ik had het aan een soort van gerechtelijk orgaan moeten overdragen. Want we ontdekten dat véél meer mensen dan de hoogste 1 procent uit zijn functie was gezet.“

Wat was het gevolg?

“Het grootste probleem waren de 10.000 leraren die allemaal waren ontslagen. En natuurlijk dat de indruk bij de bevolking ontstond dat de deba'athificatie voor álle Ba'athleden gold. Dat heeft het proces van verzoening van de sunnieten ernstig verstoord.“

Stimuleerde het de opstand?

“Dat denk ik niet, althans, dat weet ik niet. Ik denk dat de opstand sowieso was uitgebroken. We hebben later een geheim document gevonden waarin stond dat Saddam de plannen al had. Maar het is moeilijk. Onze inlichtingendiensten zagen de opstand niet aankomen. Zoals ze ook niet op de hoogte waren van de beroerde staat van de economie.“

Waarom liet u geen groter deel van de regering aan Irakezen over?

“Ik gaf de Irakezen zoveel gezag als ze aankonden. Maar ze waren er niet klaar voor. Ze konden zich niet eens organiseren. Ze hadden geen staf. Ze waren niet in staat - ik noem maar wat - een begroting te beheren.“

Klopt het dat het Pentagon zo boos was omdat u de soevereiniteit niet wilde overdragen dat men het plan ontwikkelde om u verantwoordelijk te stellen voor de mislukking van het naoorlogse Irak-beleid?

“Dat vertelde Andy Card mij, de stafchef van het Witte Huis.“

Leuke stad, Washington.

“Och, ik weet hoe het hier toegaat. Ik begreep het gevaar.“

Als de opstand heftiger wordt, vertelt u Bush en Cheney eind 2003 dat het Pentagon geen strategie heeft voor een overwinning. Was het Witte Huis alert?

“We boekten geen terreinwinst, in militaire zin. We gingen een stad in, hadden een vuurgevecht, de problemen leken opgelost, en onze mensen gingen weer weg - waarna dezelfde problemen rezen. Dat heb ik destijds uitgelegd.“

Een half jaar later bekent u aan Condoleezza Rice dat “het ergste' is gebeurd: de VS zijn een “incompetente bezettingsmacht'.

“We konden het land niet veilig maken. We hadden alle nadelen die horen bij het etiket van de bezetter. Maar als je dat dan bent moet je in ieder geval voor de veiligheid van de mensen zorgen.“

De journalist Packer portretteert u in zijn boek “The Assasins' Gate' als een geïsoleerde man in het veilige deel van Bagdad - ver weg van de gedemoraliseerde bevolking.

“Dat is tot op zekere hoogte waar. Door de beveiliging kon ik niet vrij over straat wandelen. Het was frustrerend. Je bent diplomaat, je wil rondkijken. Aan de andere kant ben ik het hele land afgereisd. Ik heb duizenden Irakezen ontmoet. Maar mijn bewegingsvrijheid was beperkt.“

Is het terrorisme door de oorlog bevorderd?

“Het is duidelijk dat ze Irak zijn binnengekomen - ten dele waarschijnlijk omdat we alles in Afghanistan hebben gesloten. Anders hadden ze daar nog gezeten, denk ik. Maar goed - en dan? Hadden we Irak dan niet moeten bevrijden? Ik begrijp de consequentie van die analyse niet. Hadden we Saddam dan moeten laten zitten?

“De vraag illustreert dat Europa nog steeds moeite heeft het nieuwe terrorisme te begrijpen. De VS worden geconfronteerd met moslimextremisten die ons met duizenden willen vermoorden. Dat is een heel ander terrorisme dan we in de jaren zeventig en tachig meemaakten. Het gevolg is dat we als Verenigde Staten niet meer kunnen afwachten. We moeten handelen vóórdat we worden aangevallen.

“Maar Europa staat stil, en de VS weigeren dat ook te doen. Ik zal Europa geen museum noemen, zoals Thomas Friedman, dat klinkt te veel naar het Old Europe van Rumsfeld. Maar Europa heeft problemen, daar is geen twijfel over. Als je bedreigd wordt en je ziet dat niet, dan dobber je doelloos verder.“

    • Tom-Jan Meeus