Poolse minister plots ontslagen

De Poolse premier Kazimierz Marcinkiewicz heeft zaterdag onverwachts zijn minister van Financiën naar huis gestuurd en vervangen door een kandidaat die meer steun moet opleveren in het parlement.

De wissel komt aan de vooravond van een cruciale stemming over de staatsbegroting. Als het parlement die afwijst, stevent Polen af op vervroegde verkiezingen, nog geen drie maanden na de vorige parlementsverkiezingen. “De regering is na vandaag veel sterker“, zei Marcinkiewicz zaterdag.

De premier heeft vooral de steun nodig van het liberale Burgerplatform, de tweede partij in het parlement met wie de premier eerder mislukte coalitiegesprekken voerde. De nieuwe minister van Financiën, Zyta Gilowska, komt uit de rangen van Burgerplatform en was de hoofdarchitect van het economische programma van de liberalen.

Gilowska volgt Teresa Lubinska op, die door de financiële markten werd gewantrouwd. Lubinska baarde vorig jaar internationaal opzien met haar opmerking dat grote, buitenlandse supermarktketens in Polen alleen maar laagwaardige banen opleveren en wat haar betreft weg mogen blijven. Polen kampt met een werkloosheid van rond de 18 procent. Lubinska, een oud-docent van Marcinkiewicz, krijgt een positie binnen de kanselarij van de premier. Lubinska is binnen een week de tweede minister die aftreedt. Vorige week stapte de minister van Schatkist op wegens een financiële affaire.

Zyta Gilowska, die zaterdag tevens tot vice-premier is benoemd, is formeel geen lid meer van Burgerplatform. De nieuwe minister moest vorig jaar mei uit de liberale partij vertrekken, na beschuldigingen van nepotisme. Gilowska had haar zoon aan hoge politieke posities geholpen.

De liberalen hebben haar benoeming niettemin verwelkomd. Gilowska staat bekend als voorstander van lage belastingen, begrotingsdiscipline en een snelle invoering van de euro, zaken die de huidige regering niet hoog in het vaandel heeft staan.

De partij van Marcinkiewicz, het moreel-conservatieve Recht en Rechtvaardigheid (PiS), won vorig jaar de verkiezingen met een antiliberale agenda, met de nadruk op extra sociale uitgaven.