Onderwijsbeleid in Amsterdam moet anders

De nieuwjaarsrede van burgemeester Cohen van Amsterdam stond vrijwel geheel in het teken van de armoede en onderlinge samenhang tussen armoede, kansarmoede en sociale uitsluiting. Cohen deed een oproep tot gezamenlijke inspanningen om uitsluiting te voorkomen en voor het bieden van kansen voor onderwijs en werk.

Helaas bleven de opmerkingen betreffende het onderwijs steken in weinigzeggende algemeenheden. Dat is daarom jammer omdat, als wordt gesproken over uitsluiting, over het Amsterdamse onderwijsbeleid moeilijk op vrijblijvende wijze kan worden gepraat omdat het een aantal ongewenste elementen bevat die duiden op structurele discriminatie van leerlingen.

In Amsterdam is destijds begonnen met een systematische vergelijking van onderwijsresultaten waarbij de schoolscore van de Cito-eindtoets een belangrijke plaats inneemt.

Inmiddels is bekend dat in arme stadsdelen hooguit 50 procent van de leerlingen in groep 8 aan die toets deelneemt. Daarbij komt dat wie hoog wil scoren zich in het onderwijs beperkt tot wat getoetst wordt.

Een correctie van schoolscores naar gelang van de kenmerken van de schoolpopulatie kan niet verhinderen dat scholen met een hoog percentage kansarmen voortdurend achterblijven bij andere.

Het is hoog tijd om te breken met opbrengstvergelijkingen waarvan altijd dezelfde leerlingencategorieën en scholen het slachtoffer zijn en die de motivatie bij leraren negatief beïnvloedt. Het is verstandiger om verschillen tussen leerlingen als een gegeven te accepteren en van daaruit te werken aan de meest gunstige condities om voor iedere leerling tot optimale prestaties te komen.

Stigmatisering en vooroordelen spelen niet alleen bij de toets een rol.

Ook bij het schoolloopbaanadvies van de school. Zeer veel goed opgeleide allochtone ex-scholieren klagen dat zij destijds minstens een jaar studietijd verloren hebben als gevolg van een te laag schooladvies van hun basisschool.

Aangetoond is dat de leerresultaten van schoolkinderen kunnen worden beïnvloed door de verwachtingen en de vooroordelen van de onderwijzer.

In Amsterdam is slechts circa 5 procent van de leerkrachten allochtoon. De gemeente Amsterdam zou er goed aan doen het eigen onderwijsbeleid kritisch te herzien.