Nazaat van Ellert en Brammert

Sem Schilt (32) uit Zuidlaren won twee maanden geleden de wereldtitel in de K1, een combinatie van alle met een “k' beginnende vechtsporten. ,,Wie kan vechten, hoeft op straat niet te vechten.''

Zuidlaren (Drenthe) 04-01-2006 Sam Schilt , wereldkampioen K 1 - vechten , hier in training in de sportschool van Dave Jonkers. Foto: Sake Elzinga Elzinga, Sake

Het bezoek is de drempel van zijn sportschool amper gepasseerd of hij start de dvd met zijn laatste gevecht, zes dagen eerder in het Japanse Osaka met succes volbracht ten koste van landgenoot Ernesto Hoost. ,,Kun je je een beetje inleven“, grijnst Sem Schilt tussen twee slokken koffie door. Zelf laat de mastodont uit Zuidlaren de beelden van de ruwe tweestrijd ook nog eens op zich inwerken. ,,Hier, let op, nu voel ik dat 'm ga pakken. Hij maakt een wat onhandige beweging en zegt vervolgens: sorry.'' Schilt schiet in de lach. ,,Je zegt geen “sorry' in de ring. Dat is not done, zoiets doe je niet.“

Het gevecht, op oudejaarsavond rechtstreeks uitgezonden op de Zuid-Koreaanse televisie, was een prestigeduel in de K1, een verzamelnaam van alle met een “k' beginnende vechtsporten: karate, kickboksen, kung-fu, kempo en kendo. Met veteraan Hoost (40) in de rol van organisator annex uitdager. ,,Hoost dacht goede sier te maken door mij, de wereldkampioen, uit te dagen. Prima, dan is-ie bij mij aan het goede adres. Ik ga voor niemand opzij, en zeker niet voor hem.'' Dat blijkt uit de televisiebeelden: in de tweede ronde velt Schilt zijn acht jaar oudere opponent met een venijnige kniestoot, waarna Hoost groggy afdruipt, ten teken dat het gevecht ten einde is. ,,Vol d'r op, zag je dat?''

Met Hoost, bijgenaamd Mister Perfect en zelf viervoudig wereldkampioen in wat “de koningsklasse van de martial arts' heet te zijn, onderhoudt Schilt een ijzige relatie. ,,Vrienden zijn we niet, nee, maar dat ben ik met geen van mijn collega's. Waarom zouden we ook? Hoost doet zijn ding, ik doe het mijne. Maar kennelijk zit ik in zijn systeem, want als columnist van [het vechtsportmagazine] Ringsport neemt hij mij keer op keer op de hak. Voor hem ben en blijf ik “die karateka', op wiens stijl het nodige valt aan te merken. Het getuigt van weinig respect, ik vind het een teken van zwakte. En als het al zo is, dan moet hij een grote jongen zijn en mij eens een keer verslaan. Dat is hem dus nog steeds niet gelukt.“

Hij draagt een zwart T-shirt, waarvan de opdruk aan duidelijkheid niets te wensen overlaat: Sem Schilt, World Champion K-1. Hij is trots, apetrots zelfs, nadat de 32-jarige beul zich in november ten overstaan van 72.000 Japanners in de Tokyo Dome liet kronen tot 's werelds beste in de vechtsportdiscipline. ,,Of een droom is uitgekomen? Ach, wat zijn dromen? Feit is dat niemand tegen mij opgewassen was, één voor één moesten ze eraan geloven. De voldoening is des te groter omdat ik tot twee keer toe buiten de deur ben gehouden. Vanwege een conflict tussen de organisatie bij wie ik destijds onder contract stond (Pride, red.) en de leiding van de K1. Beide keren ging een Nederlander met de titel aan de haal: eerst Hoost, vervolgens [Remi] Bonjasky. Of dat toeval is weet ik niet, maar dat stak toch wel. Ik hoorde daar te staan, niet zij.“

In het hoge noorden lopen ze inmiddels weg met de zelfbewuste import-Drent, die als vierde Nederlander (na Peter Aerts, Ernesto Hoost en Remi Bonjasky) de prestigieuze titel won. “Als er zoiets bestaat als reïncarnatie is Schilt de nieuwe versie van Ellert of Brammert', schreef een verslaggever van het Dagblad van het Noorden vorige maand, in een verwijzing naar de Drentse sage over de twee gelijknamige reuzen. Wie oog in oog staat met de 2.12 meter lange kolos (129 kilogram) begrijpt die verkapte liefdesbetuiging maar al te goed, en voelt zich vooral héél erg klein. Maar Schilt luistert niet voor niets naar de bijnaam Hightower. Al wordt de in Japan geadoreerde kleerkast sinds kort ook liefkozend aangeduid als Sem The Man en de Supersized Semourai, aldus zijn gelikte website (www.semschilt.com).

De geboren Rotterdammer groeide op in Capelle aan den IJssel, waar hij jarenlang werkzaam was als vrachtwagenchauffeur in het expeditiebedrijf van zijn vader. ,,Leuk baantje hoor, maar toen ik vijf jaar geleden eindelijk de kans kreeg om prof te worden, heb ik die mogelijkheid met beide handen aangegrepen. Nu ben ik eigen baas, dat wil zeggen: ik train dagelijks vier tot vijf uur, en geef daarnaast les op de sportschool. In judo, karate, noem maar op. En om de zoveel weken een partij. Zeker nu, want iedereen wil het natuurlijk opnemen tegen de wereldkampioen.''

Zijn moeder stond niet te juichen toen haar enige zoon zich bekeerde tot de op het oog gewelddadige vechtsportvariant. Schilt begrijpt die scepsis. ,,Ze had liever gehad dat ik keurig was gaan voetballen ofzo, maar ja: het heeft niet zo mogen zijn. En ach, wat is ruig? Twee op en top getrainde mensen staan tegenover elkaar. Die weten wat ze doen, die weten waar ze mee bezig zijn. Van huis uit ben ik een karateka, al sinds mijn achtste. Als een karateka iets leert, dan is het wel discipline. Zelfbeheersing, daar draait het om. Wie in de ring als een blinde gaat lopen hakken, kan beter thuis blijven, want die is snel klaar.“

Een onbesuisde vechtersbaas is Schilt naar eigen zeggen dan ook niet, wat iedereen ook mag denken. ,,In al die jaren heb ik misschien één keer op straat gevochten. Ik ben niet zo'n stapper, maar als ik wel eens in een kroeg of een discotheek kom en ik krijg een duw, dan doe ik een stap opzij. Ik ga niet meteen beuken. Ik kijk wel uit, ik ken mijn eigen kracht. Bovendien: als ik Pietje van de patatkraam neerhoek, heb ik daar geen eer van. Wie kan vechten, hoeft op straat niet te vechten. Dat is mijn motto.'' Maar vraag hem naar het ultieme genot en hij zegt: ,,Het mooiste is iemand heel langzaam slopen. Eerst een paar tikken op z'n rechterknie, vervolgens op z'n linker, net zolang tot-ie niet meer op z'n benen kan staan. Het klinkt wat cru misschien, maar daar geniet ik van.''

In eigen land vertoont hij zijn kunsten zelden of nooit (meer) in de ring. Deels omdat de verdiensten te wensen overlaten, deels omdat hij naar eigen zeggen door schade en schande wijs is geworden. ,,In Nederland weet iedereen het altijd beter. Als ik win, komt dat omdat ik lang ben of omdat mijn tegenstander zijn dag niet had. Als ik verlies, staat iedereen te juichen. Scheidsrechters hebben hier ook geen verstand van zaken. Ik heb het meegemaakt. Kreeg ik bewust een vinger in mijn oog, en een hoek terwijl de bel allang was gegaan en de scheids liet het begaan. Het punt is: ik vertrouw de scheidsrechters hier in Nederland gewoon niet.''

Zijn trainer en ontdekker, sportschooleigenaar Dave Jonkers, roemt vooral de eenvoud van zijn pupil, die vorige maand door de gemeente Tynaarlo werd geëerd met een rondrit in een Rolls Royce. Sem is Sem gebleven, alle successen (tweemaal wereldkampioen karate, driemaal wereldkampioen free fight) ten spijt. Schilt, grijnzend: ,,Ik ben trots op wat ik tot dusver bereikt heb, maar ik hoef mijzelf niet zonodig te laten bejubelen. Kijk, voor die kinderen hier op de sportschool ben ik een held. Ze maken tekeningen voor me, en vertellen op school vol trots dat ze judoles krijgen van de wereldkampioen. Dat vind ik mooi, veel mooier dan een horde Japanse handtekeningenjagers.''

Zijn status kan hij binnenkort nog verder opkrikken, mocht hij Mike Tyson tegenover zich vinden. De eens zo gevreesde bokser uit de Verenigde Staten staat naar verluidt te trappelen om toe te treden tot de K1. Schilt: ,,Vroeger heb ik er wel eens van gedroomd, een gevecht tegen Tyson. Nu denk ik: prima als hij op mijn pad komt, maar gebeurt het niet, ook goed. Ik zal er echt geen seconde minder om slapen.''

    • Mark Hoogstad